COLUMNArthur van Amerongen

Ze droeg werkkleding die het oudste beroep van de wereld doet vermoeden

Omdat iedereen roept dat ik mijn heroïsche treinreizen door Portugal verzin achter de laptop –  uiteraard met een fles medronho binnen handbereik – besloot ik voor de Alentejo-expeditie een ooggetuige in te schakelen. Ton van der Lee is filmmaker (onder andere Rock ’n’ Roll Junkie, met Herman Brood), woonde ruim een decennium in Afrika en publiceerde acht boeken over zijn tropentijd. Tien jaar geleden streek hij neer in de Alentejo, de eindeloze prairie tussen Taag en Algarve: ’s winters steenkoud, ’s zomers bloedheet en altoos geteisterd door de huilende wind. 

We hebben afgesproken op het station van Funcheira. Vroeger kon je hier de trein naar Beja pakken, maar die lijn is nu morsdood. In de prachtig gerestaureerde wachtkamer drinken we een kopje koffie.  Ik zeg tegen Ton dat ik betwijfel of zo’n horeca-uitspanning in the middle of nowhere rendabel is.

Schijn bedriegt, want in de nabije omgeving wemelt het van alternatieve leefgemeenschappen, zoals Tamera (Duits), Azula (Israëlisch) en de ashram van goeroe Mooji op de Monte Sahaja. Door de pandemie is de spiritualiteit nog in lockdown, maar op een gewone dag stappen hier gemiddeld honderd mensen uit de trein. Vooral Israëlische alto’s kopen in de Alentejo grond voor permacultuur en natural building

Sinds ik in 1980 na twee dagen met kop en kont uit kibboets Grofit in de Negev-woestijn werd gesmeten wegens openbare dronkenschap, krijg ik een spontane uitbarsting van psoriejasses als ik aan collectieve landbouwgemeenschappen denk, maar voor een broodje falafel doe ik een moord. Dat hebben ze dus in São Martinho das Amoreiras, het epibrerend centrum van de Alentejaanse new age.

De desolate stationnetjes die Ton voor mij uitzocht, kunnen zo als decor voor een spaghettiwestern dienen. Een mopje Ennio Morricone bij de knarsende windmolens, de opgedroogde waterputten, de verwaarloosde graanakkers en de dolende veekuddes en klaar is Carlos.

Aan het einde van de middag arriveren we bij Gare d’Ourique, aan de dode treinlijn Funcheira-Beja. In de lege kroeg tegenover het onlangs volledig gerenoveerde station staat een volumineuze Braziliaanse achter de toog, met zwaar geëpileerde wenkbrauwen, een vechtlustige kaaklijn en werkkleding die het oudste beroep van de wereld doet vermoeden. Wacht u op treinreizigers, senhorina, vraag ik schalks. ‘Nee, lacht ze, ik ben hier gestrand door de corona. Bovendien zit er verderop een kopermijn en in het weekeinde komen de mineiros mij hun loonzakje brengen.’

Ik ben blij dat Ton ooggetuige is. 

Anders zou niemand geloven dat mijn Alentejo-expeditie in spookbordeel A Ruína do Homem eindigde.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden