Column Sheila Sitalsing

Ze doen het allemaal, moeten ze bij de bank hebben gedacht, dus waarom Dijsselbloem niet?

Het aardigste uit de overvloedige oogst interviews van dit weekend met Jeroen Dijsselbloem, die een boek heeft geschreven over zijn turbulente jaren in Europa en die figureerde in Het Financieele Dagblad, de Volkskrant, Trouw, Nieuwsuur, Buitenhof, De Telegraaf en Met het Oog op Morgen, leek mij niet de speculaties over dingen die hádden kunnen gebeuren (‘Het kabinet had misschien, eventueel, wie weet kunnen vallen, het had gekund, áls Jantje en Pietje hun verzet tegen zus en zo hadden doorgezet!’ Alleen: ze deden het niet.)

Het leek mij ook niet zijn voortschrijdende inzicht over de aanpak van de Griekse crisis (‘We hebben te veel gevraagd van de Grieken’) dat door sommigen als een schuldbekentenis werd gezien, want dat inzicht is al heel oud – ook bij de Dijsselbloemachtigen zelf.

Het nieuwst voor mij was zijn opmerking over de aanbieding die ‘een bank’ hem na zijn vertrek uit de politiek heeft gedaan. In Buitenhof vertelde hij hier zondag over zonder de bank bij naam te noemen.

Voor ‘een héél riant salaris’ werken in Brussel. Om het beleid te beïnvloeden. Ordinair lobbyen dus, onder een chique functietitel, ‘zoals dat gaat in de bancaire wereld’, want na vijf jaar voorzitterschap van de Eurogroep weet de oud-minister van Financiën hoe de hazen lopen en kent hij iedereen die ertoe doet. Pleiten voor, zo vermoedt Dijsselbloem, ‘deregulering, kunnen die eisen niet omlaag?’ Versoepeling dus, van de strakkere regels voor de ­financiële sector en het verscherpte bankentoezicht die tijdens de eurocrisis zijn ingevoerd.

Want de meeste banken zijn net gewone bedrijven: ze menen doorgaans oprecht dat zelfregulering de allerbeste vorm van regelgeving is. (Zo was ik een keer op visite bij een groot internationaal technologiebedrijf dat ook al zo’n last had van voorschriften waaraan het zich van domme overheden zonder kennis ‘van de branche’ aan moest conformeren, en waar het bezoek werd verzekerd dat het een win-winsituatie zou zijn als het bedrijf zelf suggesties kon doen voor de regels en zelf op de naleving kon toezien: ‘Want onze employés zijn de meest ethische mensen die ik ken.’)

Dijsselbloem zei neen, daar leen ik mij niet voor. Uiteraard, want een kind snapt dat hij zich volstrekt ongeloofwaardig zou maken als hij bijvoorbeeld de Europese bankenunie waar hij zich als eurogroepvoorzitter voor heeft beijverd met een nieuwe, dure pet op kapot zou proberen te lobbyen. ‘De agenda van lagere bancaire eisen wordt in Amerika al uitgevoerd’, waarschuwde Dijsselbloem. ‘En die roep zwelt in Europa ook aan. Ik ga me niet in dat kamp scharen.’ Wel gevoelig voor de roep voor ‘minder strengheid’: het kabinet-Rutte III.

Dat Dijsselbloem benaderd is voor zo’n lobbyfunctie zegt iets over de maatschappelijke antenne van de bank die hem belde. Dat de bank dacht dat er kans van slagen was, zegt iets over de onbekommerdheid waarmee menig politicus in de draaideur stapt die hem voert van het algemeen belang naar het commerciële deelbelang. Ze doen het allemaal, moeten ze in de boardroom hebben gedacht, dus waarom hij niet? In de vijf jaar dat Dijsselbloem de Eurogroep leidde heeft hij naar eigen zeggen circa 55 collega-ministers van Financiën meegemaakt ‘en velen van hen zijn vervolgens overgestapt naar de financiële sector’.

Het verkopen van je ziel aan de hoogste bieder: heel normaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.