Zalm deskundig?

Het DSB-faillissement zegt volgens De Nederlandsche Bank niets over Zalms deskundigheid, daarvoor was de uitgangssituatie te hopeloos. Maar wat zegt het over Zalms deskundigheid dat hij zich in een dergelijk hopeloos avontuur stortte?

Kun je het iemand verwijten als hij faalt in een hopeloze situatie? Nee, natuurlijk niet. Een hopeloze situatie is nu eenmaal precies dat: hopeloos. Geen hoop, geen uitweg, wat je ook doet, hoe deskundig en betrouwbaar je ook bent.

Dat is in een notendop waarom Gerrit Zalm van De Nederlandsche Bank (DNB) mag blijven bankieren. Een oordeel dat wordt onderschreven door Michiel Scheltema, de jurist die namens het ministerie van Financiën toeziet op de herbeoordeling van oud DSB Bank bestuurders.

Onbepaald
De discussie over de geschiktheid van Gerrit Zalm als bankier spitst zich toe op de vraag of hij wel voldoende ‘deskundig’ is. Wat Scheltema noemt een ‘nogal onbepaald begrip’. Bij het beoordelen van de deskundigheid van topbankiers gaat het niet om hun diploma’s maar om hun gedrag. In dit geval Zalms gedrag in het jaar dat hij met eigenaar Dirk Scheringa, en diens rechterhand Hans van Goor, het bestuur vormde van de Dirk Scheringa Beheer Bank.

Zalm deed zijn best de zaken ten goede te keren, daarover is geen discussie. De twee financiële toezichthouders AFM en DNB verschillen wel van mening over de vraag of hij hard genoeg zijn best deed? DNB vindt van wel, de AFM van niet. Scheltema geeft DNB gelijk.
Belangrijk in dat oordeel is de deplorabele staat waar de DSB Bank in verkeerde bij het aantreden van Zalm. Scheltema beschrijft die als volgt: ‘De vermogenspositie en de liquiditeit stonden ernstig onder druk, de bestuursstructuur (..) was onevenwichtig, de kostenbeheersing was volstrekt onvoldoende en het verdienmodel was op termijn onhoudbaar.’

Kwalijk nemen
Als zo’n bank failliet gaat kun je dat iemand die daar een jaar de financiële scepter zwaaide nauwelijks kwalijk nemen. Zeker niet als deze scepter ook nog eens op elk moment afgepakt kon worden door Dirk Scheringa, de soevereine vorst van het DSB-koninkrijk.
Zalm faalde waar iedereen zou hebben gefaald, deskundig of niet. Ergo: geen reden om aan zijn deskundigheid te twijfelen.

Maar wat zegt het over het beoordelingsvermogen van Zalm dat hij zichzelf in een dergelijke hopeloze situatie stortte? Hoe deskundig toonde Zalm zich door zijn voortreffelijke reputatie ten dienste te stellen van een bank met een uiterst twijfelachtige reputatie? Had een deskundig bestuurder niet van tevoren harde garanties geëist van Scheringa, bijvoorbeeld om snel een einde te maken aan het gerommel met provisies?

Afweging
Zalm stond voor de afweging tussen enerzijds een kleine mogelijkheid van DSB Bank een betrouwbare en nuttige bank te maken en anderzijds de zekerheid de weinig fraaie DSB-praktijken aanzien en legitimiteit te verschaffen. Hoeveel mensen hebben een uiterst onvoordelige verzekering afgesloten vertrouwend op ‘de bank van Zalm’, of daar hun spaargeld in gestoken?

Bovendien hield de komst van Zalm de toezichthouder op afstand. Hij illustreert dat in een mail aan zijn collega’s waarin hij een betere relatie met de toezichthouders bepleit: ‘Nu houdt mijn aanwezigheid ze nog wel even af (het voordeel van het Minister zijn geweest), maar dat blijft niet zo.’

Helaas waren koning Scheringa en diens lakei van Goor minder onder de indruk van ‘het Minister zijn geweest’. Oud minister Zalm kreeg maar mondjesmaat zijn zin, met een bedroevend resultaat tot gevolg. Aldus Scheltema: ‘Volgens het oordeel is een gezond verdienmodel uitgebleven, is onvoldoende tegenwicht geboden tegen de beide andere leden van de raad van bestuur, en is aan de gedragsrelevante problematiek – overkreditering, goede advisering, hoge provisies – nog onvoldoende gedaan.’

Luchtig
Scheringa en van Goor stellen bovendien dat Zalm ‘luchtig’ deed over de betekenis van het verhoogde toezicht en de verhouding tot de toezichthouders. Zalm bestrijdt dat, en de beide heren een beetje kennende ben je geneigd hem te geloven. Maar toch: hoe kan het dat een man met zijn staat van dienst in een situatie terechtkomt waar het zijn woord is tegenover dat van Scheringa en van Goor?

Van de langstzittend minister van Financiën en voormalig vice-premier mag je verwachten dat hij over een inschattingsvermogen beschikt dat past bij een dergelijke statuur. Het is de adel die verplicht, simpelweg omdat Zalm met zijn goudgerande reputatie ook een hopeloze situatie naar buiten toe zonnig kan doen lijken.

De DSB Bank was er al beroerd aan toe bij het aantreden van Zalm, en hij kreeg een uitermate zwakke positie binnen de bank. Dat Zalm zich in deze hopeloze en onwerkbare situatie stortte getuigt niet bepaald van een goede beoordeling van de financiële- en bestuurlijke situatie. Juist dit beoordelingsvermogen is een belangrijk onderdeel van de noodzakelijke deskundigheid van een financiële topbestuurder. Dat hadden DNB en Scheltema op zijn minst in hun oordeel moeten betrekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden