ColumnHeleen Mees

Zal het coronavirus China veranderen?

Terwijl zijn land de ergste crisis in jaren doormaakt, is de heerszuchtige president Xi Jinping nagenoeg onzichtbaar. Hoewel staatsmedia benadrukken dat Xi het overheidsoptreden dirigeert, is het premier Li Keqiang die naar buiten treedt en ziekenhuizen in de getroffen stad Wuhan bezoekt om door het medisch personeel over de ziekte te worden geïnformeerd.

De taferelen in China en op het cruiseschip doen denken aan De stad der blinden (1995) van de Portugese schrijver José Saramago. Daarin beschrijft hij een stad die wordt geplaagd door een besmettelijke vorm van blindheid. De blinden en vermoedelijke besmetten worden in een oud gesticht in quarantaine geplaatst waar al snel het recht van de sterkste heerst.

In Huanggang, een stad 75 kilometer ten oosten van Wuhan met 1.400 besmettingen, hebben de autoriteiten de bevolking opgedragen om thuis te blijven. Ieder gezin mag slechts een keer per twee dagen iemand erop uit sturen om voedsel in te slaan. De inwoners hebben het vertrouwen in de overheid verloren.

De dood van dokter Li Wenliang, die al in december samen met zeven andere artsen de autoriteiten probeerde te waarschuwen voor een gevaarlijk nieuw virus, leidde tot grote publieke verontwaardiging in heel China. Li was in januari door de politie op de vingers getikt en gedwongen een verklaring te ondertekenen dat zijn gedrag illegaal was. Weliswaar erkende het Chinese hooggerechtshof op 29 januari dat de politie van Wuhan fout had gehandeld jegens Li en zijn collega’s, maar voor de woede en het rouwbeklag maakte dat nauwelijks verschil.

In Beijing schreef een man in levensgrote Chinese karakters ‘Vaarwel Li Wenliang!’ in de sneeuw. Hij ging vervolgens liggen om met zijn lichaam het uitroepteken te vormen.

Als er eerder naar Li en zijn collega’s was geluisterd dan had de uitbraak goeddeels voorkomen kunnen worden. Maar de lokale autoriteiten in Wuhan sloegen de waarschuwingen in de wind en lieten een massaal banket in de wijk Baibuting, waar de organisatoren een wereldrecord mee probeerden te breken op 18 januari, gewoon doorgaan. Veertigduizend families bereidden bijna veertienduizend gerechten die op tientallen locaties in Baibuting werden geserveerd. Velen onder hen zijn besmet met het coronavirus.

In Baibuting hangen nu grote posters met in rode en zwarte letters ‘koortsdistrict’. Als de lokale autoriteiten de waarschuwingen van Li en zijn collega’s serieus hadden genomen, dan hadden ze maatregelen kunnen nemen voordat de grote uittocht voor het Chinese Nieuwjaar begon. Niet alleen zijn 50 miljoen mensen in de provincie Hubei nu hermetisch van de buitenwereld afgesloten, ook volgen honderden miljoenen Chinezen elders in het land de instructies van de autoriteiten om thuis te blijven.

Dat China door de uitbraak van het coronavirus is getroffen heeft deels te maken met de stormachtige groei die het land de afgelopen vier decennia heeft doorgemaakt. In veertig jaar tijd is het reële inkomen per hoofd van de bevolking vervijfentwintigvoudigd. Vorig jaar reisden 160 miljoen Chinese toeristen naar het buitenland. Het aantal binnenlandse toeristen is een veelvoud daarvan. Maar ondanks het mondiale bereik van China zijn sommige lokale tradities niet veranderd, zoals de handel in levend wild op de vismarkt in Wuhan, omdat mensen er geen kwaad in zien. Het is vergelijkbaar met Sinterklaas.

China’s politieke systeem laat provincies veel ruimte om te experimenteren. Lokale functionarissen kunnen met succesvolle experimenten de aandacht van Beijing trekken. De meest succesvolle experimenten worden landelijk geïmplementeerd en de functionarissen krijgen een positie dichter bij Beijing. Het geeft het politieke systeem in China meritocratische trekken.

Het motiveerde politieke leiders waaronder Deng Xiaoping en Zhao Ziyang innovatieve oplossingen te bedenken voor de problemen waar China na de Culturele Revolutie voor stond. Veel Chinese succesverhalen, zoals de hervorming van de landbouwsector en de invoering van de vrijhandelszones, zijn zo ontstaan. Het nadeel is dat lokale functionarissen een perverse prikkel hebben om de situatie in hun provincie te rooskleurig voor te stellen en problemen onder het tapijt te vegen. Dat kritische stemmen makkelijk het zwijgen kunnen worden opgelegd vergroot het probleem.

De uitbraak van het coronavirus toont de risico’s van het onderdrukken van de vrijheid van meningsuiting. De vraag is of president Xi, onder wiens bewind China repressiever is geworden, zich realiseert dat het voortaan anders moet.

Heleen Mees is econoom en columnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden