OpinieEinde van de ethische revolutie

Xenofobie legitimeert extreemrechtse politiek

Met het hedendaagse racisme lijkt de ethische revolutie van de jaren zestig zijn laatste adem uit te blazen.

Een karikatuur van een orthodoxe Jood wordt gebruikt tijdens de Zondagsstoet in Aalst. Beeld BELGA

Stel iemand had in 1985 voorspeld dat in 2020 voor het tweede jaar op rij met carnaval wagens door de straten zouden trekken met de meest groteske Joodse stereotypen die in nazi-Duitsland niet hadden misstaan, inclusief haakneuzen, peies en zakken geld, met als klap op de vuurpijl een als insecten uitgedoste groep orthodoxe Joden. Of dat een Nederlandse politicus zou pleiten voor een dominant blank Europa en daar virtueel vijftien tot twintig zetels mee zou winnen. En als klap op de vuurpijl dat boeren de manier waarop ze door de overheid worden behandeld serieus vergelijken met de Holocaust en vervolgens als gesprekspartner worden ontvangen door de minister-president. Die persoon zou met ongeloof zijn weggelachen en als een idiote zwartkijker zijn afgeserveerd.

Nu weten we dat het heel anders is gelopen. Niet dat er destijds geen racisme bestond. Het is zelfs de vraag of destijds minder mensen dit soort denkbeelden koesterden. Maar het maatschappelijk klimaat was zodanig dat dergelijke uitingen gelijkstonden aan politieke zelfmoord. Sommigen, zoals de leider van de Nederlandse Volksunie die in de jaren zeventig pleitte voor een ‘veilig en blank Den Haag’ als reactie op de vestiging van Hindoestaanse en Creoolse Surinamers, hadden daar lak aan, maar golden als sociale melaatsen.

De reden voor die houding, die vanaf de opkomst van Pim Fortuyn door velen, niet in de laatste plaats ter linkerzijde, geringschattend als ‘politiek correct’ zou worden afgedaan, was de kracht van wat we de ‘ethische revolutie’ uit de jaren zestig kunnen noemen. Het besef van de enormiteit van de industriële vernietiging van miljoenen Joodse Europeanen, maar ook van homoseksuelen, Sinti en Roma. Dat besef drong in Nederland pas ten volle door met de televisie­serie van Lou de Jong over de bezetting en het indrukwekkende boek De Ondergang van Jacques Presser uit 1965. Verder gevoed door de Burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten en de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika realiseerden velen zich pas volledig wat de maatschappelijke gevolgen konden zijn van stigmatisering en uitsluiting. Zeker als demoniserende ideeën over groepen als minderwaardig en gevaarlijk worden verspreid door mensen met gezag, zoals politici, en de media.

Lessen

Natuurlijk sloeg die houding wel eens door en kon deze op zich begrijpelijke kritiek op immigratie of integratieproblemen smoren, maar dat deed niets af aan de lessen van de Tweede Wereldoorlog en de daardoor goed ontwikkelde antennes voor openlijke uitingen van stigmatisering en discriminatie.

Aan het einde van de vorige eeuw begon de ethische revolutie echter langzaam maar zeker te verdampen. Een belangrijk keerpunt vormde de Rushdie-affaire, toen moslims in West-Europa de straat op gingen om tegen de publicatie van het boek De Duivelsverzen te demonstreren. Deze religieuze intolerantie kwam voor velen, niet in de laatste plaats bij links, als een schok en vormde het begin van de islamisering van het migratiedebat. De voorstelling van ‘moslims’ als een min of meer homogene groep met een achterlijke en onverenigbare cultuur werd versterkt door de ineenstorting van het communisme en de door de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington veronderstelde nieuwe ‘clash of civilizations’, ditmaal tussen het Westen en de islam.

Lagerhuis

Toen Bolkestein en vooral Pim Fortuyn op deze wagen sprongen, ontmoetten zij veel verontwaardiging, die soms wat over de top ging, zoals de emotionele uitbarsting van Marcel van Dam, die Fortuyn in het tv-programma Het Lagerhuis in 1997 een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ noemde. Veelzeggend was echter dat de stigmatiserende uitspraken van Fortuyn hem electoraal geen windeieren legden. Met de opkomst van Wilders en diens demonisering van moslims en de islam, de gelijkstelling van de Koran aan Hitlers Mein Kampf, en het idee dat moslims er heimelijk op uit zouden zijn ‘onze’ samenleving van binnenuit te vernietigen, brak een nieuwe fase aan. En met de verdere radicalisering sinds Baudet de politieke arena betrad met zijn nauwelijks verholen racisme, lijkt de ethische revolutie zijn laatste adem uit te blazen.

Lijkt, want er zijn ook wel degelijk tegenkrachten die op de gevaren van stigmatisering wijzen. Het succes van Groene partijen in diverse Europese landen die zich juist tegen het steeds openlijker racisme verzetten laat dat duidelijk zien. Belangrijker is echter hoe de traditionele middenpartijen, inclusief de sociaal-democraten, zich opstellen. Het overnemen van het radicaal-rechtse, xenofobe frame, zo laat politicologisch onderzoek zien, leidt alleen maar tot het verder legitimeren van racisme. Nu de generatie die de oorlog nog heeft meegemaakt vrijwel is verdwenen, is het de hoogste tijd voor een nieuw historisch bewustzijn en een principiëlere opstelling van politici die beter zouden moeten weten.

Leo Lucassen is onderzoeksdirecteur van het Instituut Sociale Geschiedenis en Leids hoogleraar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden