Wordt het niet eens tijd de kernbom te geven wat ze verdient - de Nobelprijs voor de Vrede?

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Ongedateerde foto van Noord Korea leider Kim Jong Un die naar de lancering van een raket kijken. Beeld reuters

De Nobelprijs voor de Vrede wordt morgen in Oslo uitgereikt aan ICAN, een tot nu tamelijk onbekende organisatie die streeft naar een kernwapenvrije wereld. Een sympathiek doel, helemaal in de geest van de door Alfred Nobel gevestigde traditie. Wie kan daartegen zijn, een kernwapenvrije wereld? Kernwapens horen wat dat betreft thuis in het risicoloze rijtje van 'honger', 'armoede', 'kanker', marteling' en 'Goede Tijden, Slechte Tijden'.

Voorheen ging de prijs nogal eens naar mannen die eerst jarenlang oorlog met elkaar hadden gevoerd en duizenden doden verder maar eens hadden besloten dat het mooi was geweest. In 1973 werd in de walmen van de nasmeulende napalm een vredesakkoord voor Vietnam gesloten door Henry Kissinger en Le Duc Tho en jawel, de heren krijgsheren werden weldra uitgenodigd in de Noorse hoofdstad de oorkonde met gouden insigne te komen ophalen. (Dat de Vietnamees het eerbetoon weigerde, bevestigde in zekere zin overigens dat hij er toch wel een beetje recht op had.)

Na oorlog komt vrede, zo eenvoudig is dat. Vrede als afwezigheid van oorlog. Wat de vraag oproept waarom de Nobelprijs nooit is gegaan naar Costa Rica, een land zonder leger, of naar de Zwitsers, die 170 jaar geleden hun laatste oorlog voerden, overigens een die minder dan honderd levens eiste, een soort burenruzie tussen kantons eigenlijk, terwijl generaal Guillaume Henri Dufour als overwinnaar zijn best deed ook de gewonden van de tegenstander te verzorgen, wat de aanzet gaf tot de Geneefse conventies en de oprichting van het Internationale Rode Kruis.

12 seconden na de explosie van de eerste atoombom, Trinity genaamd, op 16 juli 1945 in New Mexico. Beeld afp

Het is ook reden nog eens kritisch te kijken naar die kernwapenvrije wereld, de zonovergoten diaprojectie voor de feestelijke bijeenkomst morgen in Oslo. Was het niet een kernbom die een eind maakte aan de Tweede Wereldoorlog en een periode van ongekende rust en welvaart inluidde, voor geallieerden zowel als overwonnenen? Jawel, de tweede bom, die op Nagasaki, was niet nodig. De Japanners hadden nog maar nauwelijks tijd gehad de betekenis van Little Boy te beseffen, het Rode Leger had zojuist Japan de oorlog verklaard en keizer Hirohito ('We moeten buigen voor het onvermijdelijke') maakte al aanstalten tot overgave. Nagasaki was een misdaad tegen de menselijkheid. Maar Hiroshima?

Sindsdien heeft de nucleaire afschrikking tussen Oost en West ervoor gezorgd dat er nooit oorlog is gevoerd om Hongarije (1956), om Berlijn (1961), om Polen (1981). Aanleiding genoeg. Ook India en Pakistan, buren met wederzijdse grieven die het recht van overpad verre overstijgen, hebben geen oorlog meer gevoerd sinds zij over een nucleair arsenaal beschikken.

Wordt het daarom niet eens tijd de kernbom te geven wat ze verdient - de Nobelprijs voor de Vrede?

Ik vermoed dat zo'n keuze van het Nobelcomité niet geheel onomstreden zou zijn. Mogelijke bezwaren worden elders in deze krant eloquent verwoord door Beatrice Fihn, die morgen als directeur van ICAN de Nobelprijs in ontvangst zal nemen. Maar toch, de gedachte is prikkelend genoeg om er even bij stil te staan.

En als we dan toch bezig zijn, zouden we ons eens moeten afvragen waarom we vrede willen, en geen oorlog. Het antwoord is natuurlijk: oorlog is verschrikkelijk. Grote aantallen onschuldige mensen dood of gewond. Vrouwen verkracht. Kinderen getraumatiseerd. Steden verwoest. Families ontheemd. Vluchtelingen op drift. Economieën in puin. Als de oorlog is afgelopen, verzucht iedereen: dat nooit weer!

Beatrice Fihn, directeur ICAN. Beeld afp

Oorlog is, met andere woorden, de meest effectieve afschrikking tegen een volgende oorlog en dus voor vrede.

'Oorlog krijgt Nobelprijs voor de Vrede'.

Ik laat me de woorden van zo'n krantenkop voorzichtig over de tong rollen. Pittige cabernet sauvignon? Krachtig bittertje? Brutale afdronk?

Hm. Tja. Nee. Ober, kurk!

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden