ColumnPeter de Waard

Wordt alleen volgens het gevoel alles duurder?

De zorgpremie gaat sneller omhoog dan was verwacht. De huren rijzen de pan uit. De postzegelprijs gaat omhoog. En de kapper moet vanwege alle coronavoorzieningen ook zijn prijzen naar boven aanpassen. En de gemeenten trekken de burgers altijd een poot uit.

Soms lijkt alles duurder te worden. Alleen is er volgens de cijferaars in Den Haag en die bij de ECB in Frankfurt nauwelijks inflatie.

Niettemin zijn sinds de introductie van de euro in 1999 de prijzen volgens het CBS met 45 procent gestegen. Dat is gemiddeld zelfs meer dan de door de ECB zo naarstig nagestreefde 2 procent per jaar. Alleen was de inflatie vooral geconcentreerd in de eerste tien jaar van deze eeuw – paradoxaal genoeg voor de periode van de grote geldsmijterij.

Het gaat hier dan wel om de gemiddelde inflatie. Er zijn echter weinig mensen die gemiddeld leven. Zo is een op de vijf Nederlanders een straffe roker. De prijs van sigaretten is sinds 1999 drie keer over de kop gegaan, zodat de geldontwaarding voor hen al gauw het dubbele voelt als die van niet-rokers. Opvallend is dat de prijs van alcoholhoudende drank in die periode maar met 40 procent is gestegen, juist minder dan het gemiddelde.

Gevoelsinflatie is geen nieuw begrip. Bij de lancering van de euro voelden veel burgers dat alles duurder was geworden, hoewel dat niet uit de cijfers bleek. Het zorgde ervoor dat de euro onder een ongelukkig gesternte werd geboren.

In die tijd was het meten van inflatie nog handwerk. Peilers van het CBS gingen iedere moment een supermarkt in en checkten dan 80 prijzen van belangrijke levensmiddelen en verbruiksartikelen. Nu heeft CBS elektronisch de data van tienduizenden producten in tientallen verschillende supermarkten. Het inflatiecijfer is wetenschappelijk beter onderbouwd dan twintig jaar geleden.

Maar de argwaan is niet weg. Nu zit de pijn niet in de euro, maar in de huizenprijzen. Een gemiddeld huis kost nu 311.000 tegen 180.600 in 2000: een stijging van 72 procent.

Dat is flink hoger dan de gemiddelde inflatie van 45 procent. Nu zit die stijging niet direct in de index - het huis is een investeringsgoed en geen consumentengoed - maar de woonkosten maken wel voor 21 procent deel uit van dat indexcijfer via de zogenoemde huurwaarde. Die is sinds 2000 met 54 procent gestegen.

Overigens makt het CBS voor internationaal gebruik ook een een apart prijsindexcijfer zonder de woonkosten: de geharmoniseerde prijsindex. Omdat landen woonkosten totaal anders berekenen is wordt het daarin niet meegerekend.

Maar, zo zei CBS-econoom vorige week op een lunchseminar van Axa, ‘er is nauwelijks verschil tussen de twee indices. Sinds 2015 is de gewone prijsindex – met woonlasten – gestegen van 100 naar 107,65 en de geharmoniseerde prijsindex – zonder woonlasten – van 100 tot 108,13.

Blijkbaar kunnen zelfs nuchtere en berekende Nederlanders de ratio niet boven de emotie stellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden