Essay Abortus

Wordt abortus opnieuw een taboe?

Foto Maria Corte

Abortus kan op steeds minder begrip rekenen en wordt onder jongeren meer taboe. Volkskrant-journalist Jennie Barbier pleit voor openheid over het onderwerp en geeft zelf het goede voorbeeld. 

Het was een historisch moment in de Ierse strijd voor vrouwenrechten: een ruime meerderheid, tweederde, van de Ieren stemde vorige maand voor het legaliseren van abortus. Er was een lange en bittere strijd aan voorafgegaan, maar net als bij het homohuwelijk – dat drie jaar geleden eveneens door een referendum mogelijk werd gemaakt – bleek het vooral een strijd van de lange adem. Anno 2018 was alleen onder 65-plussers een meerderheid nog tegen. Van de jongere generatie stemde ruim 80 procent voor verandering.

Als vrouw en als feminist voelde die overwinning ook een beetje van mij. Mooi vond ik de beelden van het moment waarop de uitslag werd bekendgemaakt. Honderden vrouwen, verzameld op een plein, lieten collectief hun ingehouden adem los in een kreet van opluchting. Er werd gejuicht en gelachen, er vloeiden tranen. ‘De periode van schaamte is voorbij’, verwoordde een Ierse activist het tegen The Guardian, ook verwijzend naar de vele vrouwen in het katholieke land die de afgelopen jaren het taboe doorbraken door openlijk over hun abortus te spreken. 

In de aanloop naar het referendum werden onder de hashtag #shoutyourabortion, in 2015 in het leven geroepen door een Amerikaanse feminist, ervaringen gedeeld om het belang van fatsoenlijke wetgeving te onderstrepen. Ook in – het eveneens katholieke – Argentinië boekten massale protesten en sociale media-activisme onlangs resultaat: het land is donderdag na een parlementaire stemming een stap dichterbij legalisering van abortus. Juist in landen waar dit recht onder druk staat, of helemaal niet bestaat, is het belangrijk dit onderwerp bespreekbaar te maken, liefst zo luid en duidelijk mogelijk. 

Vreugde en euforie na de uitslag van het referendum. Foto AFP

In Nederland is die noodzaak er niet zo. Wat abortuswetgeving betreft lopen wij ruim dertig jaar voor op Ierland. De onvermoeibare protestacties van de baas-in-eigen-buik-feministen uit de jaren zeventig hebben destijds hun vruchten afgeworpen. In 1981 werd de Wet afbreking zwangerschap aangenomen, die drie jaar later in werking trad. Vanaf dat moment konden vrouwen in Nederland legaal een abortus ondergaan: gratis, veilig en discreet. De strijd was gestreden, het recht verworven. We konden er voortaan over zwijgen.

Maar tijdens dat jarenlange zwijgen, is hier iets geks gebeurd. Waar het in Ierland de jongeren waren die de conservatieve bezwaren van de oudere generatie wisten weg te stemmen, bewegen in Nederland de generaties juist de tegenovergestelde richting op: van de 55-plussers is driekwart nog altijd voorstander van abortus, maar onder jongeren (18-34 jaar) is dat beduidend minder: 66 procent. Dat blijkt uit een onderzoek uit 2016 over de houding van Nederlanders ten opzichte van abortus. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van de SGP, maar werd onafhankelijk uitgevoerd door onderzoeksbureau TNS Nipo.

Is abortus soms een nieuw taboe aan het worden voor de generatie die opgroeide met de vanzelfsprekendheid van dit verworven recht en er dus niet echt over sprak, er niet over hoefde te praten? Dat is wel wat Fiom, het informatiecentrum voor ongewenste zwangerschap, constateert. Eind vorig jaar lanceerde de organisatie om die reden de campagne Praat over je abortus. Het onderwerp is omringd door negativiteit, schreef projectmanager Eline Dalmijn op Fiom.nl. ‘Praten over je abortus is een taboe.’

Waar daarentegen in Nederland geen taboe meer op lijkt te rusten, is het uitgesproken tégen abortus zijn. Kort na de lancering van de Fiomcampagne, in december 2017, nam een recordaantal van tienduizend mensen in Den Haag deel aan het jaarlijkse anti-abortusprotest Mars voor het Leven – een verdubbeling van het aantal deelnemers van vorig jaar, wat toen óók al een record was. Tegendemonstranten waren er ook, maar te weinig om de krantenkolommen te halen. Nu zegt dat niet veel: je gaat de tenslotte de straat op om verandering teweeg te brengen, niet om zaken bij het oude te houden. Zelf voelde ik ook niet de noodzaak om al bespandoekt mijn reproductieve rechten te gaan verdedigen.

Maar het TNS Nipo-onderzoek heeft me wel wakker geschud. Er waren namelijk nog meer resultaten waar ik een beetje van schrok. Een ruime meerderheid, 72 procent, staat nog altijd achter het recht op abortus. Maar hoewel er veel begrip is voor het beëindigen van een zwangerschap na verkrachting of bij ernstige afwijkingen van het ongeboren kind, neemt de sympathie sterk af als de omstandigheden minder dramatisch zijn: slechts 40 procent geeft aan een abortus ‘geoorloofd’ te vinden bij het ontbreken van een kinderwens. Financiële of andere praktische overwegingen, zoals een verbroken relatie of een nog niet afgeronde opleiding, kunnen op nog minder begrip rekenen. Meer dan de helft van de ondervraagden is voorstander van registratie van redenen voor abortus, iets dat nu niet gebeurt. En ruim driekwart denkt dat een abortus sterke psychologische gevolgen heeft. Dit terwijl een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut (2016) juist concludeert dat een zelfgekozen zwangerschapsbeëindiging niet gepaard lijkt te gaan met het ontwikkelen van een psychische stoornis.

Kennelijk bestaat onder veel Nederlanders het idee dat een abortus vaak het resultaat is van een schrijnende situatie. Het helpt niet dat in media de hartverscheurende verhalen de boventoon voeren. Die zijn nu eenmaal interessanter en vormen bovendien het makkelijkste en meest sympathieke argument voor het recht op abortus. De meeste mensen zijn het erover eens dat het wreed en barbaars is een vrouw te dwingen het kind van haar verkrachter te baren, of een zwangerschap te voldragen die de moeder zeer waarschijnlijk fataal zal worden. Dat zag je ook in Ierland, waar Savita Halappanavar – de tandarts die in 2012 overleed door zwangerschapscomplicaties nadat haar een abortus was geweigerd – vaak werd opgevoerd als het niet-controversiële gezicht van de campagne.

Maar de minder mediagenieke verhalen blijven onderbelicht. De banale, alledaagse werkelijkheid die schuilt achter de meeste van de ongeveer dertigduizend abortussen die jaarlijks in Nederland worden uitgevoerd.

Laten we het dus weer eens hebben over abortus. En laat ik dan beginnen met die van mij. Over de situatie kan ik kort zijn: ik was volwassen, woonde samen en had wel iets van een toekomstige kinderwens, toen ik er tot mijn grote schrik achter kwam dat die vage buikpijnklachten werden veroorzaakt door een prille zwangerschap. Ik wist heel zeker dat ik geen kind wilde, niet op dat moment, en koos voor een abortus. Hoewel ik daar volledig achter stond en geen moment heb getwijfeld, vond ik het moeilijk die ervaring een plek te geven. Het voelde toch alsof ik iets ‘slechts’ had gedaan. En toen ik enkele jaren later bij een – zeer gewenste – zwangerschap een miskraam kreeg, vond ik het moeilijk het gevoel van me af te zetten dat ik ‘gestraft’ werd voor mijn eerdere keuze.

Destijds viel het me op hoezeer dit onderwerp ontbreekt in het publieke discours. Abortus gaat gepaard met discretie. Dat is belangrijk, voor sommige vrouwen zelfs van levensbelang, maar die onopvallende kliniek buiten het centrum, de gesloten envelop voor je huisarts, de belofte van anonimiteit: al die aspecten roepen een sfeer van heimelijkheid op. Ze gaven mij onbewust het gevoel dat het gepaster was te zwijgen.

Nu ben ik van huis uit een prater, geen binnenvetter, en vond ik in mijn directe omgeving niets dan steun en weerklank voor mijn gevoelens. De ervaring leek wat dat betreft op die van een miskraam: zodra je er open over bent, komen de verhalen van anderen. Het zou je verbazen hoeveel mensen je kent die er direct of indirect mee te maken hebben gehad: vriendinnen, collega’s, kennissen, familieleden. Allemaal verhalen die je anders nooit hoort.

De vrouwen die ik sprak over abortus gingen niet gebukt onder gevoelens van schuld of spijt. Ze verloren niet langzaam hun verstand, en ontwikkelden geen persoonlijkheidsstoornis. Maar ze zwegen er wel vaak over. Dat is natuurlijk ieders goed recht, maar de fluistercultuur die nu om het onderwerp hangt, werkt het taboe in de hand. Het maakt dat het voelt alsof je iets verkeerds doet, ook als je niet gelooft dat het leven begint bij de conceptie en je voor de volle honderd procent achter je keuze staat. ‘Ik voel me schuldig over het feit dat ik me niet schuldig voel’, schreef activist Anne Fleur Dekker vorig jaar in een opiniestuk over haar abortus voor opiniewebsite Joop.nl. Herkenbaar.

Wie niet in mijn progressieve bubbel leeft en in zo’n situatie geen klankbord vindt in de eigen omgeving, is overgeleverd aan de publieke opinie. En die is niet mals, als we het eerder genoemde TNS Nipo-onderzoek mogen geloven. In het onderzoeksrapport staat geschreven dat de abortuswetgeving weliswaar als verworven recht wordt gepresenteerd, maar dat ‘opinies aan verandering onderhevig zijn’. Een huiveringwekkende implicatie, en nóg een reden om die opinies niet aan de tegenstanders over te laten.

Laten we niet vergeten dat de mogelijkheid om zelf te bepalen of en wanneer je aan kinderen wilt beginnen vrouwen onnoemelijk veel vrijheid heeft gebracht – het valt niet voor niets onder de noemer vrouwenrechten. Volgens wereldgezondheidsorganisatie WHO eindigen wereldwijd één op de vier zwangerschappen in abortus en in landen waar dat illegaal is, zijn het er niet minder. Jaarlijks zijn miljoenen vrouwen bereid levensgevaarlijke ingrepen te ondergaan om een ongewenste zwangerschap te beëindigen.

En ja, zo’n zwangerschap kan in veel gevallen worden voorkomen – en dat gebeurt meestal ook. Maar het gaat weleens mis. Soms buiten je schuld om, omdat nou eenmaal geen enkel voorbehoedsmiddel honderd procent betrouwbaar is. En soms door je eigen slordigheid, omdat je na vijftien jaar de pil slikken dat ding weleens vergeet; je geen zin hebt een condoom te pakken; je denkt dat het die ene keer wel kan. En dan zijn er veel mensen – niet in de laatste plaats mannen – die er in the heat of the moment gewoon helemaal niet bij stilstaan.

Maar hoe je zwanger raakte, waarom je het niet wilt houden: het doet er niet toe. Het recht op abortus is niet voorwaardelijk. Het is een kwestie van lichamelijke integriteit, waarin het ‘eigen schuld, eigen bult’-principe niets te zoeken heeft. Een kind krijgen is enorm ingrijpend, zeker voor vrouwen en zeker in een maatschappij waarin zij nog steeds met het overgrote deel van de zorgtaken worden opgezadeld. Indien gewenst is het een van de mooiste dingen die je kan overkomen, ook dat weet ik inmiddels uit ervaring. Maar ik ben en blijf ontzettend dankbaar dat ik mijn kinderen kreeg op het moment dat dit voor mij én voor hen het meest gunstig was. Dat ik mijn studie kon afmaken, mijn leven op de rit kon krijgen, volwassen kon worden. Dat ik nu een betere moeder kan zijn, is omdat dat toen niet hoefde.

Wat me altijd is bijgebleven, zijn de prenten aan de muur van de kliniek waar ik destijds werd geholpen. Geen impressionistische Ikea-aquarellen in rustgevende kleuren, maar grote zwart-witfoto’s van baas-in-eigen-buikprotesten van de vrouwenbeweging. Als om de vrouwen in de wachtkamer op het hart te drukken: hier is hard voor gevochten. Welke situatie er ook aan je keuze ten grondslag ligt, dit is jouw recht. Laat het je door niemand afpakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.