Opinie Ruimtevaart

Wonen op de maan of Mars zal altijd een illusie blijven

In de Negev-woestijn in Israël wordt in 2018 door astronauten het leven op Mars gesimuleerd. Beeld AFP

Mooi hoor, die futuristische schetsen van Marssteden. Maar met realisme heeft het niks te maken, vindt wetenschapsjournalist Govert Schilling.

Dinsdag is het precies vijftig jaar geleden dat Apollo 11 werd gelanceerd. In de nacht van 20 op 21 juli 1969 zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan.

Vanwege dat jubileum heeft iedereen de mond weer vol van nieuwe ­bemande ruimtereizen en de kolonisatie van andere planeten. Voor al die toekomstdromers heb ik slecht nieuws: permanente bewoning van de maan of van de planeet Mars gaan wij geen van allen meemaken.

Natuurlijk, over een aantal jaren ­lopen er weer Amerikanen (of Chinezen) op de maan. En het zal vast ook een keer lukken om een bemande landing uit te voeren op Mars. Wie weet staat er over dertig jaar een onderzoeksstation op een ander hemel­lichaam dat in ploegendienst wordt bemand – een beetje zoals het internationale ruimtestation ISS. Maar gewone stervelingen die er voorgoed gaan wonen? Vergeet het maar.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Ruimtevaartliefhebbers zullen me nu wel een party pooper vinden. Zij ­citeren de Russische pionier Konstantin Tsiolkovsy: ‘De aarde is de wieg van de mensheid, maar je kunt niet altijd in de wieg blijven.’ In hun ogen is de verovering van de ruimte even onvermijdelijk als de kolonisatie van het Wilde Westen in de tweede helft van de 19de eeuw. De ruimtevaartserie die de VPRO afgelopen voorjaar uitzond, heette niet voor niets De wilde ruimte.

Maar die vergelijking gaat mank. In het Wilde Westen ademde je dezelfde frisse lucht als elders op aarde. Er was vruchtbare grond, overal stroomde water en het wemelde er van de planten en dieren. Mars daarentegen is een levenloze steenklomp. De bodem bevat giftig perchloraat. De dampkring is ruim honderd maal zo ijl als op aarde en bestaat grotendeels uit kooldioxide. De temperatuur is er gemiddeld 60 graden onder nul en het oppervlak wordt gebombardeerd door dodelijke kosmische straling. Op de maan is het nóg erger.

Marssteden

Wonen op Mars betekent dus: altijd binnenzitten (of een ruimtepak aan), liefst onder de grond, en voor honderd procent in je eigen voedsel voorzien. Niet alleen voor morgen en de komende week, maar voor altijd. Vandaar die futuristische tekeningen van overkoepelde Marssteden met aardappelvelden, groentekassen en, wie weet, legbatterijen met Marskippen.

Maar zo’n klein, gesloten ecosysteem is zelfs op aarde nooit gerealiseerd: het experiment Biosphere II in Arizona liep uit op een mislukking. En het ruimtestation dan of de Zuidpool?, zullen de Marsdromers tegenwerpen. Klopt, daar wonen en werken astronauten en onderzoekers voor gemiddeld een paar maanden achtereen. Maar er is continu bevoorrading nodig (voor een permanent bewoonde stad op een andere planeet is dat volstrekt ondenkbaar) en de Zuidpool is een soort Landal Greenpark vergeleken met de extreme omstandigheden op Mars.

Tegen de ruimtekolonisten-in-spe zou ik willen zeggen: ga nu eerst eens met zes mensen geheel zelfvoorzienend wonen in de Chileense Atacama-woestijn of op de Canadese toendra of, inderdaad, op Antarctica. Allemaal paradijsjes vergeleken met Mars, al was het maar vanwege dampkring en temperatuur. Je mag één vrachtwagen met spullen meenemen en je mag je nieuwe thuisbasis een paar jaar lang niet meer uit. Als dát lukt, praten we verder. Veel succes.

Straf

En dan heb ik het nog niet eens over de vraag wie er in vredesnaam voorgoed op de maan of op Mars zou willen wonen. Het is niet voor niets dat er geen permanente bewoners zijn op de wetenschappelijke Zuidpoolbasis en dat er nooit een stad is gebouwd op de bodem van de Marianentrog – wat overigens veel eenvoudiger en veel goedkoper is dan het bouwen van een stad op Mars. De rest van je ­leven doorbrengen op de maan of op Mars is geen voorrecht, maar een straf.

Maar de overbevolking dan? En het milieu? Moeten we de ruimte niet ­koloniseren om de mensheid te redden? Onzin. Als je de groei van de ­wereldbevolking wil stoppen via de bemande ruimtevaart, moet je een slordige 80 miljoen mensen per jaar lanceren – volstrekt irreëel. En wie in staat is om een vijandige planeet als Mars leefbaar te maken, kan die kennis maar beter inzetten voor het ­oplossen van de problemen hier op aarde; daar zijn veel meer mensen bij gebaat.

Astronauten die retourvluchten maken naar de maan en naar Mars? Ja, dat gaat niet heel lang meer duren. Onderzoeksstations met wisselende tijdelijke bemanningen? Vast wel, ergens in deze eeuw. Maar permanente bewoning door mensen zoals u en ik? Zelfvoorzienende dorpen en steden op andere hemellichamen? De kolonisatie van de wilde ruimte? Dat zal nog zeker honderd jaar een toekomstdroom blijven, en waarschijnlijk zelfs veel langer.

Tsiolkovsky’s ‘wieg van de mensheid’ is een comfortabele oase in een dodelijk landschap. Helemaal niet zo’n gek idee om daar lekker in te ­blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden