Essay Vrouwelijke woede

Woede staat haar goed

Beeld Maria Corte

Een kwade vrouw mocht nooit eens gewoon kwaad zijn, merkte Herien Wensink. Dan ben je onredelijk, onaantrekkelijk of zelfs hysterisch. Sinds #MeToo is er sprake van een kentering. Vrouwelijke woede steekt op als een storm en dat voelt geweldig. Een voorpublicatie.

Het leek een volstrekt onbeduidend voorval, en ‘voorval’ is al een veel te groot woord. Het was niks, één taxerende, goedkeurende blik, zo een die elke vrouw in haar leven miljoenen keren langs haar lichaam voelt gaan. Oudere, beetje dikke man op een fiets. Jij loopt langs, hij houdt even in en ‘scant’ dan traag het geheel, van boven naar onder en terug, terwijl om zijn lippen een veelbetekenende glimlach speelt. Jij negeert het, haalt je schouders op en loopt door.

Maar dit keer was het anders. Nu was het kort na #MeToo. Ondanks de mogelijke bedenkingen bij de eerste stroom onthullingen – social-media-heksenjacht, volkstribunaal – voelde ik me gesterkt door de beweging, en vooral bevrijd van de plicht tot deemoedige aanvaarding. Altijd op je hoede in het donker op de fiets: ja, logisch. Handen op plekken waar ze niet horen in de kroeg: hoort erbij. Seksistische opmerkingen van die ene chef? Typisch voor hem. Dagelijks tien keer met ogen worden uitgekleed: ik stond er niet eens bij stil. Het was een wetmatigheid, een natuurverschijnsel: ‘Zo zijn mannen nou eenmaal’, dat moest je accepteren.

Alleen waren we er net collectief achter gekomen dat het misschien niet moest. Het was het begin van een omwenteling, een aardverschuiving. En dat maakte dat die blik, die ene geile-maar-onschuldige, voorheen volstrekt aanvaardbare blik, in mij een storm van woede losmaakte. Wat zeg ik, een orkaan. Toen ik van de eerste schrik bekomen was, ontdekte ik iets geks. Die woede voelde geweldig.

Het hielp dat ik sinds kort nauw optrok met een uitgesproken kwade vrouw: Netflix-pseudo-superheldin Jessica Jones. De smoezelige privédetective Jones, geweldig gespeeld door Krysten Ritter, is een humeurig type, met een driftig libido en een drankprobleem. Jessica Jones is kwaad omdat ze misbruikt en getraumatiseerd is. Maar los van de legitieme bron van haar woede, is zo’n sociaal onaangepast vrouwelijk personage simpelweg een verademing. Waar nodig ramt ze zonder scrupules een vervelende vent door een deur. In haar botte onverschrokkenheid is ze alles wat een vrouw soms óók zou willen zijn. Alleen wordt ons van jongs af aan verteld dat we ons moeten inhouden. Dat we beter verstandig zijn. En niet te vergeten: lief.

Al op de kleuterschool wordt assertief of agressief gedrag bij meisjes berispt, terwijl het bij jongens wordt gedoogd of zelfs gestimuleerd. Woede bij meisjes wordt ‘onredelijk’ geacht. Later komt daar oncharmant en onaantrekkelijk bij, en, in werksituaties, hysterisch, over-emotioneel en incompetent.

The New York Times haalde onlangs een onderzoek aan uit 2016, waaruit bleek dat als deelnemers in een testpanel foto’s van boze vrouwen te zien kregen, zij slechter in staat waren het geslacht van de geportretteerde te bepalen. Geen wonder, dat beeld is ons nu eenmaal veel minder vertrouwd. Onderzoek van twee Zweedse psychologen uit 1990 toonde al aan dat foto’s van boze vrouwengezichten vijandiger worden ingeschat dan die van kwade mannen.

Hillary Clinton schreef in haar autobiografie What Happened (2016) over de niet-aflatende druk, tijdens haar gehele loopbaan, om vooral maar niet kwaad over te komen. En als er dan eens in de media een boze vrouw opduikt, zoals Serena Williams in haar conflict met scheidsrechter Ramos in september vorig jaar, valt de hele wereld over haar heen. Opvallend aan dit tijdsgewricht is echter dat er ook veel steun voor Williams was. Het begrip voor ‘de boze vrouw’ neemt toe. Dat is nieuw.

Columnist Elma Drayer schreef in de Volkskrant: ‘Sla je als vrouwelijke premier met de vuist op tafel, dan heet je meteen een Iron Lady. Verzeilen vrouwelijke columnisten in een hoogoplopend meningsverschil, dan heet dat meteen een catfight. Het verwijt van hysterie klinkt doorgaans razendsnel.’

Ik ben zelf evenmin vrij van vooroordelen: kritische, felle, uitgesproken vrouwen vind ik vaak ‘heftig’ of ‘moeilijk’ en ook een beetje eng. Ik voel me ongemakkelijk bij vrouwen die een conflict niet proberen af te zwakken met een grap of een vriendelijk woord. Maar mijn god, wat zou ik soms graag zijn zoals zij. Daarom is die nurkse, stoere, schijt-aan-alles Jessica Jones voor mij zo’n aansprekend rolmodel. Overigens niet alleen omdat ze kwaad is en dit schaamteloos laat merken, maar ook omdat ze een volwaardig, gelaagd en complex personage is. Jessica Jones is cool, kwaad, bijzonder sterk en ook nog eens leuk. Zo zien we ze niet veel. Een boze vrouw is van oudsher een kreng, een heks of een griezelige wraakgodin – Medea, Klytaemnestra, Medusa, de furiën. Wij moesten het decennialang doen zonder voorbeelden in de media of de populaire cultuur van vrouwen die pissig zijn, uitgesproken, fel, en toch interessant, sympathiek en aantrekkelijk.

Vrouwen onderling houden dit mechanisme overigens krachtig in stand. Toen ik een keer een kennis in vertrouwen vertelde dat ik soms gewoon zo godvergeten kwáád was, drong zij erop aan dat ik eigenlijk ‘verdrietig’ bedoelde. Want verdriet, dat is bij vrouwen een acceptabele emotie. Dat ziet er mooi uit: die stille, ingehouden snik, die traan die traag langs een blozende wang glijdt. Een kwade vrouw mag nooit eens gewoon kwaad zijn. Het bestáát simpelweg niet.

Dit kan volgens psychologen heel goed evolutionair worden verklaard. Onze vrouwelijke voorouders hadden immers een duidelijke sociale taak. De groep, de gemeenschap was van levensbelang: er moest samen worden gewerkt en gezorgd. Woede is daarbij een onhandige, want potentieel destructieve emotie, die relaties kan schaden. En als verstoten worden uit de groep letterlijk levensbedreigend is, pas je er wel voor op je boosheid te uiten.

Intussen zijn we drie (of vier, daarover verschillen de meningen) feministische golven verder. Er zijn periodes geweest waarin vrouwen zich best van hun boze kant durfden te laten zien. Suffragettes, Dolle Mina, en in de VS de ‘smash the masher’-beweging tegen opdringerige mannen op straat. Maar de positie die de vrouw in het gezin inneemt, die van beschermer en verzorger, maakt haar rol als fulltime vredesduif vaak nog vanzelfsprekend.

Voor de duidelijkheid: dat is niet per se fout. Maar als er ook sprake is van economische afhankelijkheid – voor veel vrouwen is dat nog steeds de realiteit – blijft het glimlachend incasseren van onrecht een uit nood geboren overlevingsstrategie. Dat leidt tot een treurige, frustrerende paradox: voor jezelf opkomen kan de relatie schaden, maar altijd de lieve vrede willen bewaren schaadt jezelf.

In het najaar van 2018 is #MeToo een jaar oud, heeft Jessica Jones norsig, zuipend en struikelend het einde van haar tweede seizoen gehaald en duiken her en der in tv-series ook andere frisse boze vrouwelijke rolmodellen op. In Good Girls beroven drie vrouwen een supermarkt omdat ze hun machobazen en overspelige echtgenoten zat zijn. Advocatendrama The Good Fight keert brutaal de patriarchale verhoudingen in de juridische wereld om. Met films als Revenge en The Nightingale is de vrouwelijke wraakfilm, nu ook gemaakt door vrouwen, een trend.

En tot slot, het kon niet uitblijven, verschenen afgelopen jaar drie nieuwe Amerikaanse boeken over ‘vrouwenwoede’ of, en dat klinkt meteen stukken beter, als een bloedrood lippenstiftmerk: Female Rage.

Deze female rage is een maatschappelijke factor van betekenis aan het worden, constateren de auteurs, ‘een invloedrijke sociale en politieke kracht’. Soraya Chemaly somt in Rage Becomes Her (vrij vertaald: woede staat haar goed) eerst maar eens de dingen op waar vrouwen überhaupt boos om (zouden moeten) zijn. Dat gaat van inkomensongelijkheid en een oneerlijke verdeling van zorgtaken tot het feit dat een bejaarde playboy die opschept over ‘pussy grabben’ president van de Verenigde Staten is. Hoe weerloos we zijn als mannen besluiten te beschikken over ons lichaam, dat is iets om terecht witheet om te worden. Natuurlijk is een verkrachting van een andere orde dan een blik of een betasting in de kroeg, maar bizar is het wel dat die ‘onschuldige’ betastingen blijkbaar ‘mochten’.

Als je jarenlang gevoelens van onrecht hebt moeten onderdrukken, omdat de status quo dat nu eenmaal voorschreef, is het onvermijdelijk dat daarover wrok en bitterheid ontstaan.

Dat gold ook voor mijn onevenredig grote razernij na die geile blik, zo begreep ik gelukkig al snel. Het ging niet zozeer om die blik, of zelfs maar om de bedoelingen van die man, als wel om de decennia dat ik me had vergist. Ik was kwaad om al die jaren waarin ik had aangeleerd me op zulke momenten in te houden; kwaad over een systeem waarin mijn ergernis of misprijzen over hoe ik werd behandeld moest worden onderdrukt. Dat systeem had ik bovendien zelf al die tijd geaccepteerd en geïncorporeerd. Misschien was dat nog wel het ergste – dus ik was óók kwaad op mezelf. Die woede was verrassend en verfrissend omdat-ie al snel vergezeld ging van een enorme opluchting: zo hoeft het dus niet meer. Ik hoef het niet te pikken, ik hoef niet vriendelijk te lachen, ik hoef de sfeer niet goed te houden, ik kán ook kwaad worden – als ik daar voldoende reden voor voel.

Boosheid is een heel gewone emotie, een van de eerste die baby’s ervaren, naast angst, blijdschap en verdriet. Het is een natuurlijke respons op dreiging, ooit op fysiek gevaar, nu vaker emotioneel of mentaal.

Soraya Chemaly schrijft in Rage Becomes Her dat boosheid fungeert als moreel rooksignaal: woede maakt ons alert op onrecht en stimuleert ons daartegen in opstand te komen. Woede heeft een negatieve connotatie, schrijft Chemaly, maar dat is omdat de emotie vaak verward wordt met het gedrag dat eruit volgt: bijvoorbeeld verbale of fysieke agressie.

Als woede al negatief of destructief is, zoals ons vaak wordt wijsgemaakt, komt dat door de manier waarop we ermee omgaan. Woede die wordt ingehouden, zo weten specialisten, keert zich naar binnen, en kan leiden tot depressie, migraine, eetstoornissen, verslaving en chronische fysieke klachten. Hoe meer we onszelf intomen, des te meer wrok ontwikkelen we, die uiteindelijk op een ongezonde manier een uitweg zoekt.

Terwijl het wél ervaren van woede en er vervolgens verstandig naar handelen, juist transformatie en groei mogelijk maken. Bij Jessica Jones is haar woede de kurk op de fles. Zodra die kurk eraf is, en ze haar gevoelens aanvaardt, komt haar leven in beweging. Plots is ze in staat veel meer te voelen – ook liefde, ook verdriet – en diepere, betekenisvolle relaties aan te gaan.

Woede betekent oorspronkelijk zowel ‘razernij’ als ‘verlangen, hartstocht’. Als je iets héél vurig wilt en voelt dat het niet lukt, of als je iets juist heel erg níét wilt maar je op de een of andere manier gedwongen voelt – dat zijn typisch momenten waarop je woede ervaart. Er staat iets belangrijks op het spel. Dat gevoel negeren is ongezond en ook een gemiste kans: wie boosheid voelt, leert iets over zichzelf. En als je die boosheid vervolgens ook uit, leren anderen iets over jou. Zo kan woede ons verder brengen in het contact. Woede staat niet in de weg, schrijft Chemaly, woede ís de weg. Het is niet alleen een emotie, maar ook een belangrijk instrument.

Deskundigen benadrukken dat de ‘vrouwelijke’ manier van omgaan met woede – onderdrukken, verongelijkt en passief-agressief worden – verkeerd is, maar de ‘mannelijke’ manier, waar soms verbaal of fysiek geweld bij komt kijken, net zo goed. Wrok en verbittering, noch agressie en wraak zijn gezonde uitingen van boosheid. Hoe moet het dan wel? Chemaly adviseert een gematigde assertiviteit. Eerst constateren en erkennen dat je kwaad bent, dan bedenken hoe je daarmee om wilt gaan, en je onvrede vervolgens helder en duidelijk communiceren.

Ik probeer dat nu, met vallen en opstaan. Soms censureer ik mezelf nog te veel, soms is het volume te luid – wie net viool leert spelen, klinkt in het begin vaak vals. Soms is een gesprek of een conflict een beetje pijnlijk, maar meestal brengt het aanvaarden en uitspreken van woede het gesprek uiteindelijk verder.

Met mijn woede over die geile blik heb ik overigens niets gedaan. Wat had ik kunnen doen? Kijken is niet opeens ‘ook al verboden’. Wel besefte ik dat zo’n blik een voorstel is, geen onvermijdelijk fact of life. Mijn woede was het antwoord op dat voorstel: een luid en duidelijk nee. Sinds #MeToo zal zo’n nee waarschijnlijk vaker klinken, op onverwachte momenten, en niet mis te verstaan. Dat kan even schrikken zijn, maar het maakt ons nog geen heksen of bitches, en ook niet minder leuk. Integendeel. Zoals Chemaly schrijft: ‘Be angry. Be loud. Rage becomes you.’

Dit is een ingekorte versie van het essay Fijne razernij uit de essaybundel Wolf, een verzameling essays over de vrouw, samengesteld door Maartje Laterveer. De bundel werd gisteren, op internationale vrouwendag, gelanceerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.