Column Peter Giesen

Wit zelfmedelijden is een gevaarlijke kracht geworden

De witte mens was ooit heer en meester op aarde. Een voorbeeld uit de Nederlandse geschiedenis: bij de ‘pacificatie’ van Atjeh doodde het Nederlandse leger tussen 1899 en 1909 22 duizend Atjehers. De Nederlandse troepen waren zo superieur bewapend dat ze zelf maar 508 man verloren. Zoals Thierry Baudet al zei, het kolonialisme was ‘een enorm avontuur’.

Geweld tegen niet-witte mensen werd destijds als normaal beschouwd, waarbij sociaal-darwinistische ideeën een grote rol speelden. De wereld werd gezien als een strijdtoneel tussen de rassen, en het blanke ras was nu eenmaal in alle opzichten superieur.

Aan het begin van de 21ste eeuw zijn de rollen omgedraaid. Uit alle delen van de wereld komen immigranten naar rijke landen in Amerika en Europa, waardoor veel witte mensen zich belaagd voelen. En opnieuw duikt het sociaal-darwinisme op. Ook Patrick Crusius, die in El Paso 22 mensen doodschoot, ziet de wereld als een keiharde strijd tussen de rassen. Het is uitroeien of uitgeroeid worden, betoogde hij. ‘Sommige mensen vinden mijn verklaring misschien hypocriet, vanwege de complete etnische en culturele verwoesting van de indianen door onze Europese voorouders, maar dat versterkt juist mijn punt. De oorspronkelijke bevolking van Amerika nam de invallers niet serieus en ze is nu een schaduw van wat ze was’, schreef hij in een manifest op internet.

De kolonialen riepen Darwin aan uit kracht, Crusius uit zwakte. Zijn betoog is doordrenkt van zelfmedelijden. ‘Mijn hele leven heb ik me voorbereid op een toekomst die niet bestaat. De baan van mijn dromen zal waarschijnlijk geautomatiseerd worden. Latino’s zullen de controle over mijn geliefde Texas overnemen’, schrijft hij. Naadloos lopen eigen frustraties over in een politieke angst die geweld rechtvaardigt. Wit zelfmedelijden is een gevaarlijke kracht geworden.

Bezoekers omhelzen elkaar op de gedenkplek in El Paso waar Patrick Crusius 22 mensen doodschoot. Beeld AP

Tegenstanders van immigratie wentelen zich in een slachtofferrol die minderheden vaak verweten wordt. Ze doen ‘huilie huilie’, om het in GeenStijl-termen te zeggen. Het beeld dat de witte mens wordt bedreigd, is hysterisch. In Amerika en Europa domineert hij nog altijd de samenleving. Minderheden hebben gemiddeld een lager inkomen, een lagere opleiding, een slechter huis, een slechtere gezondheid. Deze zwakke groepen verkeren helemaal niet in een positie om ‘de boel over te nemen’, zoals sommige mensen vrezen.

Anderzijds: wie naar de demografische cijfers kijkt, kan zich voorstellen dat sommige witte Amerikanen zich zorgen maken. Het US Census Bureau verwacht dat de witten rond 2044 in de minderheid zullen zijn, voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis. Sommigen zullen zorgen hierover afdoen als racisme – dat is het soms ook – maar het lijkt me niet vreemd dat zulke ingrijpende demografische veranderingen tot sociale spanningen leiden.

In Europa zijn de veranderingen minder groot. Volgens een prognose van het CBS zal in 2060 66 procent van de burgers een Nederlandse achtergrond hebben. Het percentage niet-westerse allochtonen wordt geschat op 21. Complicatie is dat mensen met een migratieachtergrond vanaf de derde generatie als Nederlander worden meegeteld. De precieze omvang van deze groep is moeilijk te schatten, maar demografen geloven niet dat zij niet-westerse allochtonen aan een meerderheid zullen helpen. Volgens demograaf Joop de Beer van het demografisch instituut NIDI zal in 2060 10 procent van de bevolking uit moslims bestaan.

In zijn manifest ziet Crusius rassen als vastomlijnde eenheden die gedoemd zijn tot in lengte van dagen met elkaar te strijden. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Immigranten en hun kinderen kunnen opgaan in de ontvangende samenleving, bijvoorbeeld door te trouwen met leden van een andere groep. Of dat gebeurt, hangt ook van onszelf af.

Het is van groot belang dat oude en nieuwe burgers elkaar vinden in een gemeenschappelijk kader. De Duits-Amerikaanse politicoloog Yascha Mounk stelt een vorm van ‘inclusief patriottisme’ voor. Iemand kan burger worden van een land, ongeacht zijn huidskleur, religie of afkomst, mits hij de fundamentele waarden van dat land onderschrijft. Waarden als de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, democratie, gelijkheid van man en vrouw, homorechten. Het is een open model dat niettemin de fundamentele waarden van de ontvangende samenleving handhaaft.

Amerika heeft zo’n traditie van ‘inclusief patriottisme’, die nu onder druk staat doordat de witte bevolking haar meerderheid dreigt te verliezen. Toch laat de Amerikaanse geschiedenis zien dat het mogelijk is om de angst voor andere groepen te overwinnen. Van oorsprong werden de Verenigde Staten gedomineerd door witte, Angelsaksische protestanten. In de 19de en 20ste eeuw voelden deze WASP’s zich bedreigd door de immigratie van Joden en katholieke Ieren en Italianen. De drooglegging werd in 1920 doorgedrukt door de protestantse meerderheid op het platteland die de stedelijke cafécultuur beschouwde als een gevaarlijke samenspanning van losbandige katholieke immigranten en een kosmopolitische elite. Uiteindelijk werden Joden, Ieren en Italianen ingelijfd in de meerderheidscultuur. En in 1960 gebeurde iets wat velen voor onmogelijk hadden gehouden: de ‘Ierse katholiek’ John F. Kennedy werd president van de Verenigde Staten.

Terugkeer naar een homogene samenleving is slechts mogelijk door burgeroorlog of genocide, zegt Mounk. Het is geen loze waarschuwing, liet Patrick Crusius in El Paso zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden