ColumnWillem Vissers

Winnende vrouwen, goede mannen

Zelden maakte sport zoveel indruk op mij als bij de laatste olympische wegwedstrijd voor vrouwen in Rio de Janeiro toen Annemiek van Vleuten in de afdaling naar de Copacabana vreselijk viel. Ze lag voor dood over een betonnen rand, als een lappenpop. Anna van der Breggen flitste voorbij. Ze zag haar collega. Stopte ze? Legde ze een arm van troost over een oranje schouder? Fluisterde ze lieve woordjes in het oor van de gevallene?

Had ze in de remmen geknepen, dan was die daad met stip binnengekomen in mijn lijstje van favoriete sportmomenten aller tijden. Maar nee. Van der Breggen is geen Florence Nightingale, ze is topsporter. Topsport is geen liefdadigheid. Stoppen was misschien ook een te makkelijk oordeel van een kijkbuisvriend, want wat had ze kunnen doen buiten die beschermende arm, vlak voordat de echte hulpverleners ter plekke waren?

Ze reed bibberend naar het goud en gaf toe dat ze even dacht dat Van Vleuten dood was. Van Vleuten herstelde. Zij en Van der Breggen zijn anno 2018 ongelooflijk goed. Ze heersen met zo’n straffe hand dat het bijna eng is. Het is soms net of alleen Nederlandse vrouwen kunnen fietsen. De een, Van Vleuten, won dus de tijdrit tijdens de WK in Innsbruck. De ander, Van der Breggen, was eindelijk de beste in de wegwedstrijd.

Welk een overmacht spreidde ze tentoon in de laatste veertig kilometer. Wat een demarrage. Hoezo, wachten tot de finale? Wat een voorsprong, wat een pure emotie. En dan die nuchter grappige opmerkingen dat als je dan toch fietst, je dat beter zo hard mogelijk kunt doen, want dan heb je nog iets aan je avond. De beoordeling Merckxiaans viel, om haar prestatie op waarde te schatten.

Haar zege was het perfecte voorspel op zondag, de dag van het grote mijmeren over een Nederlandse zege bij de mannen. Op zaterdag al borrelde het verlangen naar Joop Zoetemelk. In woord en beeld was hij mooi geportretteerd in de Volkskrant. De laatste Nederlandse winnaar in 1985, drie generaties wielrenners geleden.

De Nederlanders van 2018 vormden een droomploeg. Ze lieten zich zien in een meeslepende wedstrijd, een afvalrace pur sang over een parcours dat mooi was als zelden tevoren, met een slotklim die was omgedoopt in de Höll, de Hel. Slingerend sleepte Tom Dumoulin zich naar boven. Het publiek stond bijna overal achter een hek zoals dat hoort, zonder zich achterlijk te hoeven gedragen. Maar ze wonnen niet, de Nederlanders, ondanks Oomen en Tolhoek, ondanks de sprong van Dumoulin die hem op de vierde plaats bracht, achter de huilende routinier Valverde, eindelijk kampioen. ‘Meer zat er niet in.’

Ja, het veld bij de mannen is veel breder dan bij de vrouwen, in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Ze hadden een topseizoen, Dumoulin, Kruijswijk en anderen, maar voor de grote zeges had Nederland vooral vrouwen nodig, zoals zo vaak in de sport. Hard voor zichzelf, hard voor anderen. Als sport een voorloper is in de maatschappij, is de toekomst in Nederland aan de vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden