Willekeur regeert in kaalslag podiumsector

Scherpere keuzes. Niet langer pappen en nathouden. Stoere taal slaat het nieuwe Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) uit rond zijn debuutoptreden. Het fonds is er daardoor in geslaagd – zegt de nieuwe instelling trots – een halt toe te roepen aan de toenemende ‘versplintering van middelen’ in de podiumsector.


Gezelschappen van internationale faam hebben het geweten. Dance Works, Ton Koopmans Amsterdam Baroque Orchestra, het Nederlands Kamerkoor, Theu Boermans’ Theatercompagnie: van het Fonds mogen ze inpakken en wegwezen, direct of stapsgewijs. Ook het ensemble Asko/Schönberg, spelend in de wereldtop van de nieuwe muziek, mag inleveren. Een wereldreputatie vormt in de ogen van het nieuwe Fonds geen garantie voor een goed te keuren ‘bedrijfsvoering’ of ‘kwaliteit van een beleidsplan’.

Protesten

De protesten die eruit voortvloeien zijn, behalve voorspelbaar, voor een belangrijk deel terecht. Minister Plasterk van Cultuur moet het zich aantrekken. Onder zijn verantwoordelijkheid is een Fonds Podiumkunsten in elkaar getimmerd dat op allerlei kompassen tegelijk vaart, en allesbehalve uitblinkt in het selecteren van zware adviescommissies. Het gemiddelde beoordelingskaliber lijkt gering, gezien de tegenstrijdigheden waarmee het fonds zijn toekenningen onderbouwt. De ‘langetermijnvisie’ die van de aanvragers wordt verwacht, is in de fondsrapportages grotendeels absent.

Krap

Plasterk zelf treft het verwijt dat hij zijn culturele ‘basisinfrastructuur’ – het stelsel van symfonieorkesten en andere grote podiumgezelschappen die niet meer elke vier jaar subsidie-examen hoeven doen – te krap heeft gedefinieerd. Plasterk meende, dat als groepen als de Bachvereniging of het Schönberg Ensemble er al niet waren, ze ook niet uitgevonden hoefden te worden.

Verbannen

Plasterks definiëring lijkt niet op kunstzinnige noties te stoelen als ‘repertoire’ of ‘bijzondere uitvoeringexpertise’, maar op de omvang van de instellingen. Wat geen ‘groot gezelschap’ is, is in die opvatting franje. Flexibele groepen als het Nederlands Kamerkoor en Asko/Schönberg, groepen ‘tussen tafellaken en servet’, die relatief weinig geld opmaken aan muzikantensalarissen en overhead, zijn erdoor verbannen naar een Fonds Podiumkunsten waar relatief bescheiden jaarbedragen als twee of anderhalf miljoen (Kamerkoor, Asko/Schönberg) beschouwd worden als topsubsidies, rijp om als eerste te worden ingetrokken.

Volle zalen

Dat daarbij termen vallen als ‘onhelder beleidsplan’ en ‘ontoereikend ondernemerschap’, zegt minder over de gezelschappen dan over het Fonds Podiumkunsten, dat de volle zalen bij Asko/Schönberg kennelijk over het hoofd ziet, maling heeft aan het exemplarische samenwerkingsvermogen van een Nederlands Kamerkoor, en vergeten is dat Ton Koopman zijn budget voor 85 procent zelf bij elkaar sprokkelt, met een hypotheek op zijn huis als het moet.

Het ‘cultureel ondernemerschap’ waar het nieuwe Fonds graag – maar met willekeur – op hamert, is een oude stok om een hond te slaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden