Column Loethe Olthuis

Wil je vlees eten, dan is kip de beste keuze - als het je tenminste niet te veel kan schelen hoe dat kipfiletje heeft geleefd

We zouden minder vlees moeten eten, maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Vlees is lekker, vlees is goedkoop, vleesvervangers zijn nog niet altijd smakelijk. Er is wel verschil. Rundvlees is het meest klimaatbelastend, omdat koeien het broeikasgas methaan uitstoten, dat zo krachtig is dat CO2 erbij verbleekt. Kip daarentegen is niet alleen het goedkoopste stukje vlees, maar ook het duurzaamste. Kippen hebben minder ruimte nodig dan runderen en varkens, maar vooral veel minder voer: voor een kilo kippenvlees is ruim een kilo voer nodig, voor een kilo rundvlees ligt dat rond de 19 kilo. Dus als je vlees wilt eten, is kip de beste keuze. Als het je tenminste niet te veel kan schelen hoe dat kipfiletje heeft geleefd: vleeskuikens – ze worden al geslacht als ze tussen de 6 en 8 weken oud zijn – zijn namelijk de meest misbruikte vleesleveranciers.

Kijk maar naar die nieuwe tv-spot van stichting Wakker Dier. Daarin zie je dat de vleeskuikens van Albert Heijn met zijn zestienen op één vierkante meter zijn gepropt, zonder daglicht. Maar ze hadden net zo goed Boni, Hoogvliet, Lidl, Plus, Spar of Vomar onder vuur kunnen nemen. Die eigen-merkkippen leven net zo hutjemutje, ondanks prachtige namen als ‘Kip met betere leefomstandigheden’, ‘Kip met een Pluim’ of ‘Comfort kip’.

Maar waarom maakt Wakker Dier zich eigenlijk zo druk? Plofkippen, die hadden het pas slecht. Met zijn twintigen op een vierkante meter en zo snel groeien dat je letterlijk door je poten zakt. Plofkippen vind je nauwelijks meer in de supermarkt. Maar laat je niet bedotten. Want hoewel de ‘betere’ supermarktkippen meer ruimte hebben dan de plofkip en van een gezonder, langzamer groeiend ras zijn, halen ze zelfs de minimumeisen van het Beter-Levenkeurmerk niet. Dat keurmerk kent een sterrensysteem, dat is aangegeven op de vleesverpakking. Eén ster is de ondergrens voor een redelijk fatsoenlijk dierenleven, vindt de Dierenbescherming. Vleeskuikens met één Beter-Levenster leven ‘maar’ met twaalf kippen op één vierkante meter, plus een overdekte uitloop. Twee- en drie-sterrenkippen, waaronder biologische, hebben nog meer ruimte en kunnen naar buiten.

Waarom niet gewoon kip met minstens één ster in de schappen gelegd? Geld natuurlijk. Sterrenkippen hebben meer bewegingsvrijheid, leven langer en eten dus meer. Dat kost extra: daardoor is bij Albert Heijn 100 gram één-BL-sterkipfilet ongeveer 27 cent duurder dan 100 gram sterloze AH-kipfilet. Je hoort de supermarkten denken. Wat als de consument zulke dure kip niet koopt? Dan kan het alternatief zijn: consumenten verleiden met goedkope, fictieve diervriendelijkheid. Wakker Dier heeft voor deze sterloze supermarktkippen de term ‘lokkippen’ bedacht.

Maar sterrenkippen zijn minder duurzaam dan onze kippen, zeggen de supermarkten. Want hoe langer de kip leeft en hoe meer ruimte ze heeft, hoe meer ze eet en hoe meer ze klimaat en milieu belast. Helaas: dat is waar. Maar hoort een fatsoenlijk dierenleven niet ook bij duurzaamheid? Een één-sterkip is al een compromiskip, eigenlijk begint een behoorlijk kippenbestaan pas bij twee of drie sterren. Zulke kip is wel één tot twee euro duurder dan sterloze kip. Dus waarom niet gewoon minder kip eten en dan alleen kip met een ster? Zo verklein je meteen je vleesconsumptie. Ik eet vanavond sterrenkip. Een klein stukje.

Tips voor Loethe Olthuis? Stuur ze liefst met foto, naar loethe@hetnet.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden