COLUMNPETER MIDDENDORP

Wij zijn een hoop dooien met nog wat familie erbij

Ome Joop is doodgegaan, het is gebeurd, had hij gezegd. Hij was de pachter van het parochiehuis in het dorp en hij hield van rotgeintjes  hij gaf je een klets voor je kop, nadat hij had gezegd: ‘Moet je eens kijken hoe mijn voet wiebelt.’ Verder bewaar ik niet veel herinneringen aan hem, toch is het meer dan ik van andere ooms en tantes bewaar.

Ik kom uit een grote, katholieke familie, oorspronkelijk uit een dorp in zuidoost-Drenthe, dat is ontsproten aan een paar katholieke kanalengravers uit Duitsland. Met opgeteld vierentwintig ooms en tantes, bijna evenveel partners en gemiddeld drie kinderen met partners en gemiddeld twee kinderen, van wie een belangrijk deel zich vermenigvuldigt, moet je vierhonderd gebakjes halen bij de Hema als je jarig bent.

Wij zijn een van die families waarmee de katholieken in de diepte van de vorige eeuw hebben geprobeerd om de protestanten in Nederland getalsmatig de baas te worden, wat niet is gelukt, helaas, maar waardoor we nu met een grote, brede toplaag van ouderen zitten als katholieken onder elkaar. Niet alleen in Brabant en Limburg, maar dus ook in een paar, voorlopig nog virusvrije, vlekjes in Drenthe.

En nu gaan ze allemaal dood, achter elkaar aan, als dominosteentjes. Sowieso al, uit eigener beweging, zogezegd, en nu komt het virus er ook nog aan. Vroeger was het parochiehuis te klein voor de ooms en tantes, nu verzuipen ze bij het koffiedrinken in tuinen. Andere families, stel ik me voor, hebben een dode in hun midden, een dierbare afwezigheid aan tafel, wij zijn een hoop dooien met nog wat familie erbij.

Vanwege het virus zijn alle rituelen van rouw afgelast. ‘Heel vreemd’, zei mijn moeder aan de telefoon, ‘normaal kom je bij elkaar en nu zit je thuis te koekeloeren.’ Er wordt wel een korte afscheidsdienst gehouden, waar alleen broers en zussen mogen komen, als ze in de kerk op een veilige, anderhalve meter afstand van elkaar gaan zitten.

Zodra het tijdstip van de dienst bekend werd gemaakt, begonnen de broers en zussen elkaar te bellen met de vraag of ze met ze mee konden rijden, mijn moeder had ook al twee verzoeken van tantes gehad. Ik zei: ‘Wat heb je geantwoord? Bekijk het maar? Als ik dood wil, bedenk ik zelf wel een manier?’ Ik dacht: het is toch niet die tante met die slappe mondmotoriek, en ik zei: ‘Waarom huren jullie geen busje?’

Mijn moeder heeft besloten om een tante mee te nemen, de meest eenzame, op mijn suggestie, dat is het veiligst – de andere kon ze gerust afbellen met het oog op de pandemie, daar hoefde ze zich niet rot over te voelen. Intussen vroeg ik me af in wat voor familie ik was geboren waarvan de leden bij elkaar in autootjes naar een plek rijden waar ze afstand van elkaar kunnen houden.

Een kleine familie, denk ik. Steeds kleiner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden