Column Bert Wagendorp

Wij zijn allen het gevolg van plagiaat; God zelf is de grote plagiator, en wel van zichzelf

Plagiaat is de angst voor de lege pagina. Of, in het geval van de voormalige rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, Dymph van den Boom, de angst voor de sprakeloosheid. Meteen in haar maidenspeech, in 2007, kopieerde zij delen uit een toespraak van een Tilburgse wetenschapper. Een jaar later zei ze in VN: ‘Wie imiteert, valt door de mand.’ Het heeft even geduurd, maar uit onderzoek van Frank van Kolfschooten, deze week gepubliceerd in NRC Handelsblad, bleek de waarheid van die woorden: ze viel door de mand.

Dat was extra pijnlijk, omdat Van den Boom gedurende haar periode als rector magnificus voorop ging in de strijd tegen plagiaat. Ze zorgde ervoor dat elk proefschrift op de UvA wordt gescand op volledige bronvermelding en ze stelde een ‘Werkgroep Antiplagiaat’ in. Zelf haalde ze haar toespraken niet door de scanner: in acht van de tien speeches ter gelegenheid van de dies van de universiteit was sprake van plagiaat en van haar afscheidstoespraak in 2017 waren 97 van de 116 regels middels copy-paste op papier gekomen, zo bleek toen Van Kolfschooten de toespraken door zíjn plagiaatscanner had gehaald.

De mens is een raadselachtig wezen, Dymph van den Boom in het bijzonder. Vermoedelijk zijn maar weinigen honderd procent origineel en blijven we in de meeste gevallen ergens steken tussen imitatio en creatio. Onze gedachten en opvattingen zijn vaak opgebouwd uit de verzamelde ideeën van anderen, een beetje geparafraseerd, behendig gecombineerd en dusdanig herschikt dat ze ermee door kunnen. Dit geldt niet als plagiaat, maar heet eruditie. Ideeën stelen van één persoon is plagiaat, maar het plagiëren van meerdere personen is onderzoek.

Ik heb een heleboel grote ideeën, en zo nu en dan zit er een van mezelf tussen. Het is ook de vraag of plagiaat zo erg is. Als iets is gezegd, en het is goed gezegd: ken geen scrupules en plagieer. Altijd beter dan iets onbenulligs dat wel origineel is, maar verder niet ter zake doet.

Wij zijn allen het gevolg van plagiaat, ons dna is de samensmelting van iets dat er al was, niks origineels aan. Sterker: God zelf is de grote plagiator, en wel van zichzelf, Hij creëerde de mens naar zijn beeld en gelijkenis, dat had best wat origineler gekund. Dus als wij plagiëren, creëren we ook en nemen we deel aan de voltooiing van de schepping. Misschien dacht Dymph van den Boom: ‘Als ik plagieer, heeft dat in elk geval de verdienste van het conserveren van ideeën. Daarmee doe ik de geplagieerde geen onrecht, maar verleen ik hem juist een dienst – moet ik dan ook nog uitleggen dát ik zijn woorden heb gekopieerd?’

En waarom hechten we zo aan chronologie? Waarom zou een idee alleen maar origineel zijn wanneer je de eerste bent die het bedenkt? Soms blijken je eigen originele ideeën al te zijn gestolen honderd jaar voor je werd geboren en blijk je slachtoffer van anticipatoir plagiaat.

Dymph van den Boom wordt langs de politiek correcte meetlat gelegd, zonder dat rekening wordt gehouden met de talloze filosofische complicaties van het plagiaat, alleen met de gortdroge eis van het correct citeren.

Maar voor het geval Van Kolfschooten deze column checkt op plagiaat, meld ik hier toch even mijn bronnen: Mokokoma Mokhonoana (de eerste zin), Anatole France, Steven Wright, Robert Merton, Jonathan Safran Foer, Benjamin Disraeli en Martin Humphreys. Jongens, bedankt.

T.S. Eliot: ‘Onvolwassen columnisten imiteren, volwassen columnisten stelen.’ (Eliot sprak over ‘dichters’, ‘columnisten’ was een ideetje van mezelf.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden