Lezersbrieven Zaterdag 16 februari

Wij wisten wel dat mijn tante in Indië een zwaar trauma had opgelopen; door haar brief lazen we pas de echte waarheid

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 16 februari.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: Nederlands-Indië

Ik wil graag reageren op het opiniestuk van Micha’el Lentze (‘Waarom telt het ­Nederlands leed niet mee?’) van 13 februari. Ruim een jaar geleden openden wij – na 67 jaar gesloten te zijn geweest – een ijzeren dienstkist van onze vader, ­kapitein in de 7 December Divisie van ­oktober 1946 tot oktober 1949 in Nederlands-­Indië.

Hierin de correspondentie van onze ouders naar elkaar, brieven van familieleden naar mijn vader, brieven van ­ouders van (soms overleden) soldaten, foto’s van begrafenissen in Garoet van overleden jongens en nog veel meer.

Tegen de tweeduizend brieven en – ondanks de volgens onze inmiddels overleden moeder ‘huis-tuin-en keukenbrieven’ – zeer indrukwekkend van inhoud.

We kunnen het leven volgen van een doodnormaal gezin in een abnormale tijd, ver weg van Indië en ook ín Indië.

In relatie tot het bovengenoemd artikel hebben een paar brieven van een tante van mij, een nicht van mijn vader, diepe indruk gemaakt. Ze ging in 1948 met haar beste vriendin naar Indië om les te geven op lagere scholen. Ze schreef er mijn vader over, die immers ‘in de buurt’ was.

In haar laatste brief beschreef ze hoe op Kerstdag de wagen waarmee ze naar een Kerstfeest reden onderweg werd overvallen, haar vriendin en een vriend werden afgeslacht en zijzelf het leven ­behield omdat die vriend haar uit de ­wagen had laten vallen, in de berm, waar ze zich 50 minuten lang voor dood had gehouden totdat ze werd gevonden.

Wij, als familie, wisten wel dat ze in ­Indië een zwaar trauma had opgelopen dat ze met zich meedroeg tot aan haar dood. Door haar brief lazen we pas de echte waarheid.

En we hebben nog lang niet alle brieven gelezen!

Josje Heijne, Diemen

Maestro Gatti

Afgaande op het artikel in de Volkskrant van 15 februari, moet volgens mij de vlag uit bij het Concertgebouw Orkest. Het doel dat chef-dirigent Gatti zich stelde, ‘ik splijt en daar ben ik trots op’, lijkt glansrijk gehaald. Vier dat succes en pak daarna de draad weer op: ga samenspelen. Lees ook eens iets over narcistisch misbruik. En: wees de komende tijd vooral heel lief voor elkaar. Dat voorkomt dat maestro Gatti de regie houdt. Daar heeft het namelijk alle schijn van.

N.W. VinkDen Helder

Dag bloemen

Om de insecten te redden, kunnen wilde bloemen ingezaaid worden in stroken langs akkers en weilanden en in banen tussen zonnepanelen, zo stellen Kees van Roosmalen en J.W. Nieuwpoort voor (O&D 13 en 14 februari). Hoewel deze sympathieke voorstellen zeker iets zullen helpen, zal dit alleen ruimschoots onvoldoende zijn om de achteruitgang van de biodiversiteit echt te doen keren. De manier waarop intensieve landbouw bedreven wordt is zo destructief dat zelfs de natuur in beschermde natuur­gebieden zwaar gebukt gaat onder de emissies en waterhuishouding vanuit de landbouwgebieden.

Ook industrie en verkeer dragen hier sterk aan bij. Om ervoor te zorgen dat de natuur kan floreren op het kleine beetje landoppervlak dat we haar gunnen, zullen dus ingrijpende systeemveranderingen nodig zijn.

Het beschermen van biodiversiteit vraagt, net als het tegengaan van klimaatverandering, om forse maatregelen waarmee we uiteindelijk allemaal beter af zullen zijn.

Susanne Kuijpers, Berkel en Rodenrijs

Gezinsgrootte

Er is een nieuwe campagne duurzaam ­leven (Ten eerste, 12 februari), want in de praktijk blijkt dat lastig. Ik wil daaraan toevoegen dat het verwekken en krijgen van kinderen ook veel impact heeft op duurzaam leven. Het onderwerp zou in alle openheid ­bespreekbaar moeten zijn.

Afgezien van de persoonlijke vrijheid, kan worden doorgerekend wat de invloed is van het beperken van de gezinsgrootte versus ‘groen leven’.

Corrie Zwaan, Assen

Kritisch

‘Stel tevredener bij traditionele rollen’, kopt de Volkskrant (Ten eerste, 12 februari). Het is de uitkomst van onderzoek door promovendus Niels Blom. Een van de onderzoeksresultaten waarop hij deze conclusie baseert, is dat mannen niet minder tevreden worden over hun relatie als hun vrouw werkeloos wordt.

De vrouwen in kwestie worden wel ontevredener, blijkt één zin later. ‘Man tevredener bij traditionele rollen’ was dus de juiste kop geweest. Kom op Volkskrant, graag wat kritischer verslag doen bij dit soort onderzoeksprietpraat.

Marije Wilmink, Amsterdam

Beeld Bas van der Schot

Deeltijdwerk is helemaal niet zo ongezond

Heleen Mees vergelijkt in haar column ‘Deeltijdwerk is ongezond’ een bedrijf met met een boot. Wanneer de roeiers volgens protocol werken, gaat de boot het snelst vooruit. Maar een bedrijf is geen boot. Een bedrijf heeft meer doelen dan alleen zo snel mogelijk de finish ­halen: klanten binden, kosten beheersen, nieuwe producten bedenken, het hoort er allemaal bij. Vanwege die meerdere doelen leiden in een bedrijf meerdere wegen naar Rome. Medewerkers in protocollen proppen, werkt daarom niet.

De oplossing is maatwerk. We hoeven niet allemaal hetzelfde te doen. Zo kan de ene secretaresse op maandag, woensdag en donderdag afspraken plannen, en de andere op dinsdag en vrijdag de website bijhouden. Aan het eind van de week is het werk gedaan en iedereen blij. Mees gaat in haar column uit van een ­organisatiemodel waarbij medewerkers roeien in één grote boot. Dat organisatiemodel is achterhaald. Een flottielje van eenpersoonsskiffs, waarbij sommige ­voltijd en sommige deeltijd varen, kan eveneens werken.

Cristel van de Ven, Sint-Oedenrode

Klassieke fout

In haar column ‘Deeltijdwerk is ongezond’ (Opinie & Debat, 13 februari) maakt Heleen Mees een klassieke fout: het trekken van een causale conclusie op basis van een geobserveerde correlatie tussen twee verschijnselen. Sinds 2007 schijnt in Nederland zowel het percentage parttimers als het percentage werknemers met burn-outklachten te zijn gestegen. Heleen Mees trekt op basis hiervan de conclusie dat deeltijdwerk zorgt voor burn-outklachten.

Die conclusie mag echter niet zo maar getrokken worden. De omgekeerde redenatie is immers ook heel goed mogelijk: burn-outklachten leiden tot meer deeltijdwerk. Kortom: de conclusie van Heleen Mees, evenals de oplossing die zij impliciet voorstelt (deeltijdwerk ontmoedigen of zelfs verbieden?), is ongegrond. Overigens, uit eigen ervaring kan ik (man met parttime werkende vrouw en twee jonge kinderen) mededelen dat mijn kwaliteit van leven enorm is gestegen sinds ik parttime ben gaan werken. Ik kan het ­iedereen van harte aanbevelen!

Jurian Meijering, onderzoeksmethodoloog aan de Wageningen Universiteit

Deeltijd geeft me rust

Ik heb vrijwel mijn hele betaalde werkzame leven in deeltijd gewerkt (80 procent). Dat gaf me naast rust ook ruimte voor andere dingen, zoals mijn artistieke werk, het samen opvoeden van ons kind, familie en vrienden. Voor mij is het daardoor nooit een optie geweest meer dan deeltijd te willen ambiëren. Vooropgesteld natuurlijk dat ik deze keuze financieel kon maken, maar ook daar speelden keuzes een rol bij. In tegenstelling tot wat Heleen Mees in de column suggereert, heb ik juist dankzij deeltijdwerk het leven serieus kunnen nemen, inclusief werk.

Bram Boeckhout, Arnhem

Massaal deeltijdwerk?

Heleen Mees suggereert dat het hoge aandeel parttime werkenden in Nederland debet is aan het (stijgen van) het percentage burn-outklachten in Nederland. Daarbij refereert ze aan de door TNO in de Arbobalans 2018 gepresenteerde cijfers. Helaas maakt zij aannames die niet stroken met de inhoud van de Arbobalans.

De stijging van burn-outklachten ­onder werknemers wordt uiteraard niet vertekend door de toenemende groep zelfstandigen. Dat zijn immers geen werknemers. Verder zoekt mevrouw Mees een mogelijke verklaring voor de stijging in het vele deeltijdwerken in ­Nederland, vergeleken met haar woonplaats New York. Deeltijdwerken wordt daarbij voor het gemak gelijkgesteld aan uitzend-, oproep- of invalwerk.

Dat is onvolledig, al was het maar omdat deeltijdwerk (dat zowel in een vast als in een flexibel dienstverband kan plaatsvinden) in de Arbobalans niet wordt genoemd. Maar hoe zit het nu met deeltijdwerk en burn-outklachten?

Nederland is inderdaad kampioen deeltijdwerken, al werken we volgens het CBS al jaren gemiddeld geen 20, zoals mevrouw Mees noemt, maar iets meer dan 30 uur per week. En slechts 19 procent van de werknemers werkt minder dan 20 uur per week. En wat blijkt? Mensen met een klein deeltijdcontract van maximaal 2,5 dag per week hebben aanzienlijk minder vaak last van burn-outklachten dan mensen die méér werken. Minder dan 1 op de 10 ten opzichte van 1 op de 6 gemiddeld.

Dit zou er – vanuit het oogpunt van burn-outpreventie – eerder voor pleiten om vaker parttime te gaan werken. Bij grotere parttimecontracten is het beeld genuanceerder. Mannen met zo’n contract ervaren vaker burn-outklachten dan mannen met een fulltimecontract. Bij vrouwen wordt het omgekeerde gevonden. Een sluitende verklaring daarvoor is nog niet gevonden. Die kan ook in zaken buiten het werk worden gezocht.

Deeltijdwerken kan een manier zijn om, ondanks een slechtere gezondheid, aan het werk te blijven. Of een manier om werk en privé te combineren. 18 procent van de mensen met een groter parttimecontract verricht mantelzorgtaken, dat is bij fulltimers 10 procent en bij mensen met een klein parttimecontract 13 procent. En – zo blijkt uit de woensdag uitgekomen publicatie ‘Werk en mantelzorg’ van het SCP – die combinatie van mantelzorg en werk leidt ook weer tot het ervaren van hoge taakdruk en een ­algeheel slechtere gezondheid.

Vanuit economisch oogpunt zal het advies van Mees om het leven serieuzer te nemen en meer fulltime te gaan werken wellicht hout snijden. Dat massaal fulltime gaan werken zou zorgen voor minder burn-outklachten, valt uit de cijfers echter niet op te maken.

Wendela Hooftman, projectleider Monitoring van Arbeid bij TNO, Den Haag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.