Media in de VS Arie Elshout

Wiebelig avontuur van ongelijkheid keert steeds terug in Amerikaanse media

Zakenblad Forbes spreekt de Amerikaanse miljardair Bill Gates en in The New Yorker gaat het over opbergsystemen. Er is een verband, constateert onze oud-correspondent Arie Elshout.

Wat staat er in de media? Een moeilijke vraag. Redacties zijn mateloos en monomaan in hun aandacht voor aan het publieke debat gerelateerde onderwerpen: populisme, racisme, seksisme, fascisme. Dat stompt af en zuigt me leeg. Als ik door die stukken ploeg, voel ik me met terugwerkende kracht een huurling in Napoleons leger op de terugtocht uit Rusland. Kou en ­kozakken geselen me, het leven vloeit weg, ik zijg ineen en blijf dood en kromgetrokken van de vorst achter in de sneeuw.

In de Amerikaanse media zoek ik afleiding. Het zakenblad Forbes spreekt Microsoft-oprichter Bill Gates, de op een na rijkste man ter wereld met 94,8 miljard dollar. De openingsvraag is niet bepaald een opwarmertje. Meneer Gates, mag u wel bestaan? Zijn antwoord: ‘Het is fascinerend hoe voor het eerst in mijn leven mensen zich afvragen of miljardairs er mogen zijn.’

Fascinerend, fascinerend – veel slapper kon hij het niet zeggen. Voor Amerikanen waren super­rijken helden. Ook zij wilden rijk worden. Dat ze nu afknappen op miljardairs betekent dat er bij hen iets is gebroken. De ongelijkheid dreigt erfelijk te worden: wie op een plek woont met de verkeerde postcode en de verkeerde ouders, ziet de weg naar boven vrijwel afgesloten. Dat is on-Amerikaans en ondermijnt het geloof in Amerika.

Gates en zijn vrouw Melinda beseffen dat en kiezen voor meer filantropie: ‘We proberen ons geld sneller weg te geven.’ Iemand anders die in het Forbes-artikel wordt geciteerd, waarschuwt voor ­populistische wetgeving, want dat wordt al gauw ‘een hamer die achter elke spijker aangaat’.

Forbes Beeld RV

Zo ben ik zijdelings weer terug bij het populisme en het debat. Dat wil ik niet. Dus stort ik me in mijn drang naar ‘innere Emigration’ op The New Yorker waarin ­Kathryn Schulz schrijft over haar ouders en hun boeken. Haar moeder maakte van haar boekenkast een harmonieus geheel door de boeken te sorteren op alfabet, ­onderwerp en fraaiheid. Schulz’ vader daarentegen kwakte zijn boeken op een stapel in de slaapkamer. Er verrees een toren van honderden boeken die kriskras door elkaar lagen en onder koffie-, whisky- en chocoladevlekken ­zaten. Een gruwel.

Schulz’ boekenplanken lijken op die van haar moeder. Philip Roth komt keurig na Joseph Roth. Maar: In Retrospect van oud-minister van Defensie Robert McNamara – moet dat bij de memoires staan of bij de Vietnamboeken? De dochter ontdekt: ieder perfect opbergsysteem is tegelijkertijd imperfect. Haar vader wist dat allang.

Familieleden van hem werden vermoord in Auschwitz, als New Yorkse immigrantenzoon kende hij bittere armoede, boeken waren de enige ontsnappingsroute. Hij werkte zich op, maar bleef denken dat het gemakkelijk anders had kunnen lopen als hij minder hulp, geluk en tweede kansen had gehad. Altijd bang voor financiële ­instabiliteit.

Hier moet ik weer denken aan Gates. Waar de een 94,8 miljard heeft, is voor veel anderen het ­bestaan een wiebelig avontuur waarin het beetje wat gewonnen is ook zomaar weer verloren kan gaan. Kriskras. Op mijn kronkelige vluchtweg uit de actualiteit, kom ik voor de tweede maal terug bij buitensporige ongelijkheid, een van de aanjagers van het populisme. Het is een onderdeel van het debat waaraan we kennelijk niet kunnen – en mogen – ontsnappen.

Arie Elshout is correspondent voor Europa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden