ColumnMerlijn Kerkhof

Wie zijn wij om te zeggen dat Michel van der Aa’s album geen pop is?

Een mailtje van de eindredactie, donderdagochtend. ‘Ha jongens, ik hou graag iedereen te vriend, dus kunnen jullie het onderling even eens worden over het genre van Michel van der Aa?’

Wat was het geval: Michel van der Aa, de componist die experimenteert met virtual reality, de kersverse vijftiger op sneakers die ons de eerste 3D-filmopera schonk (Sunken Garden), heeft een album gemaakt dat hij zelf als indiepop omschrijft. Nou staat zijn idioom dichter bij Radiohead dan bij Wolfgang Rihm, of noem eens een eigentijdse componist, dus er valt wat voor de genrewissel te zeggen. Bovendien: op Time Falling staan echt nummers, door hemzelf opgenomen. De muziek is niet los te zien van de sound: niet een partituur, maar het album is het werk.

De wereld van de popmuziek was het eerste thuis van Van der Aa, die back in the days gitaar speelde in bandjes. De zang op zijn nieuwe album komt van Kate Miller-Heidke, die zo pop is dat ze vorig jaar Australië vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival. Bij enkele van de nummers heeft hij videoclips gemaakt.

Van der Aa is in de hedendaagse kunstmuziek tamelijk groot, een Holland Festival-favoriet. Als iemand met zo’n staat van dienst zijn album indiepop vindt, wie zijn wij dan om te zeggen dat het klassiek/een helikopter/een koelkast is? Het leek me verfrissend als we het maaksel op z’n popmerites zouden beoordelen, en dat een van de poprecensenten erover zou schrijven. Maar collega Robert van Gijssel, redacteur popmuziek, luisterde ernaar en stelde vast dat het toch beter zou zijn als een recensent uit het klassieke kamp zich erover zou buigen.

Toegegeven, er is veel niet des pops aan. Weinig mensen zullen Van der Aa’s Mirrors at Night nazingen, daarvoor hebben zijn melodieën een te grote ambitus (de afstand van de onderste tot de bovenste toon) en moduleert hij te veel. Bij popmuziek is het, denk ik hoor, misschien niet de bedoeling dat je denkt: hierover is nagedacht. Welke popartiest baseert zijn liedjes eigenlijk op teksten van Borges en Pessoa?

Frits van der Waa, die Van der Aa vanaf diens doorbraak zo ergens in de jaren negentig aandachtig volgt, recenseerde. Zijn conclusie: het ietwat onbestemde van deze muziek noodt tot meermaals herbeluisteren. Vijf sterren.

Maar toen moesten we ter redactie dus nog uitvechten of er ‘pop’ of ‘klassiek’ boven de recensie zou staan. Het beslissende argument om er toch ‘klassiek’ bij te zetten, was dat Michel van der Aa weliswaar meer Radiohead dan Rihm is, maar eerder fans van Bach dan Billie Eilish zal aanspreken.

De discussie toont nog maar eens aan dat we wel kunnen zeggen dat we hokjes stom vinden, maar we er veel waarde aan hechten. Ze zijn nuttig, want ze hebben een gidsende functie, en beperkend tegelijk. Waarom zou je iets wat nu wordt gemaakt eigenlijk klassiek noemen, een woord dat impliceert dat iets oud is, (nog) niet verpulverd door de tand des tijds?

Maar de kwestie staat voor meer. Waar vijftig jaar geleden muzikanten (Beatles, Bowie, Zappa) hun pop tot kunst verheven, wil de kunst nu maar wat graag populair zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden