Column Eva Hoeke

Wie zijn toch die mensen die menen dat ze anderen op De Regels moeten wijzen?

Wie zijn toch die mensen die menen dat ze anderen op De Regels moeten wijzen? Die bordjes met verboden toegang op hun tuinpad zetten? Aldus sprak de Man, die als aangeschoten wild de keuken kwam binnenvallen omdat hij, citaat: ‘door een of andere gek werd nageroepen dat ik niet mag bellen op de fiets.’

Ik hield me in, want de Ander gelijk geven wordt hier thuis gezien als hoogverraad. Komt door zijn ouders, die chocoladerepen meenamen voor zijn leraren wanneer hij een slecht rapport had. Ís ook niet leuk.

Wel moest ik denken aan de film die we een paar dagen eerder hadden gezien, Ballon, over het waargebeurde verhaal van een gezin dat in 1979 de communistische Duitse Democratische Republiek probeert te ontvluchten met een zelfgemaakte heteluchtballon. Voor die hachelijke onderneming hebben ze een goede reden: ze wensen zich niet langer te onderwerpen aan een misdadig communistisch regime waarin iedereen elkaar wantrouwt, tegenstanders monddood worden gemaakt en geen onderdaan het land mag verlaten, of je familie nou toevallig aan de andere kant van de streep zit of niet. En dus knutselen ze in hun kelder eigenhandig een heteluchtballon in elkaar, om vervolgens, bij gunstige wind, als dieven in de nacht op te stijgen, vrouw en kinderen mee. De daaropvolgende zenuwentocht – tussen 1961 en de val van de Muur in 1989 werden 75.000 mensen gearresteerd, minstens 136 mensen kwamen om bij de fameuze betonnen scheiding aan de grens – liet ons ademloos van verontwaardiging en hoogtevrees de bioscoopzaal uit gaan, toch knap, voor een verhaal waarvan je de afloop al kent.

In de auto terug naar huis kwamen de vragen.

Vooral de scène waarin de mannen een lel stof kopen voor hun ballon en een argwanende winkelbediende – een normale, vriendelijk ogende vrouw, een vrouw waar je er wel honderd van hebt, ze woont naast je, ze geeft je kinderen les, ze is je bloedeigen zus – direct naar achter loopt om de Stasi, de geheime dienst op de hoogte te brengen, bleef hangen. ‘Wie doet zoiets?’ vroeg ik me hardop af.

Hij: ‘Die wonen overal.’

Grappig: al het goede komt altijd in drieën. Het slechte trouwens ook.

Want die middag zat ik in de boemeltrein van Amsterdam naar Uitgeest toen een wat ongelukkige knaap met een ontwijkende blik instapte en bij iedereen een ingestudeerde tekst begon op te dreunen: ‘Hallo mevrouw, ik leef sinds gister op straat en nou vroeg ik me af of u misschien iets kunt missen, zodat ik onderdak voor de nacht heb.’

Bij veel mensen leidt zo’n verzoek tot ongemak. Je wil niets geven, of je hebt niets, maar je schaamt je voor beiden. Zo niet de vrouw die een paar zitjes voor me zat. Toen de jongen bij haar aankwam zei ze, welbewust en duidelijk articulerend: ‘Weet jij wel dat bedelen hier verboden is? Er staat een boete op, 50 euro. Dus ik zou maar heel snel wegwezen als ik jou was.’ Toen de jongen afdroop vervolgde ze tegen een reisgenoot: ‘Ik maak er altijd braaf melding van, want het is gewoon georganiseerde misdaad. Moet je horen: in Nederland hoeft niemand op straat te slapen.’

Ik kon haar niet zien, maar wist dat ze het zonder blikken of blozen had gezegd. Ze was een hardwerkende vrouw, die zei waar het op stond, een vrouw in haar recht, net als de winkelbediende in de voormalige DDR en de man van wie je niet mag bellen op de fiets.

Wie is erger, de regelmaker of degene die de regel uitvoert?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden