Column Nico Dijkshoorn

Wie wil weten hoe het voelt om langzaam te sterven met miljoenen mensen om je heen, moet de docu over Avicii zien

Nico Dijkshoorn

Gisteren keek ik naar een documentaire over de in april gestorven dj Avicii. Zijn echte naam was Tim Bergling. Daar begint de ellende. Als ik volgende week opeens Giovanni Acapulco wil heten, dan hoop ik dat een paar goede vrienden me tegenhouden. Een artiestennaam is het begin van het einde. Vraag dat maar aan dj Schele Loetje (Ruben Wagenmaker).

Tim Bergling was heel lief. Ik zag een Zweeds mannetje in een jongenskamer. Soms riep Tim heel hard dat iedereen snel moest komen luisteren naar wat hij nu weer voor prachtig melodietje had verzonnen. Dan gingen zijn vrienden om hem heen staan en luisterden. De droom van iedere documentairemaker: jongens, stralend van oor tot oor, vlak voor het witte scherm van een laptop.

Daarna belde er een manager, heette hij opeens Avicii en elf jaar later lag hij dood in een hotelkamer. Bezweken aan bewondering, vermoord door adoratie. Ik ben de hele documentaire blijven zoeken naar het Zweedse jongetje in Avicii, maar ik raakte hem langzaam kwijt. Stockholm en zijn piepkleine dakterras waren in Miami, Ibiza, Japan of Roemenië opeens ver weg.

Wie wil weten hoe het voelt om langzaam te sterven met miljoenen mensen om je heen, moet deze film bekijken. Het zijn gruwelijke beelden. Een uitgemergelde Tim, hangend in een stoel, zijn laptop in de linkerhand en vlak achter hem het manische gedoe van Chris Martin, de zanger van Coldplay. Een man die heeft geleerd het grote gebaar te omarmen. Die gelukkig wordt van dansen in een wolk confetti. Chris Martin loopt graag naar de rand van een podium om het publiek te leren dat liefde de enige waarheid is.

En daar zit Tim vlak naast, die diep van binnen al lang de dood heeft omhelsd. Hij zegt het ook een paar keer. ‘Als ik dood ben dan…’ Zijn bekendste liedje gaat er over. Wake me up. Harde zinnen in een niets-aan-de-hand-folkdancekinderliedje. ‘Feeling my way through the darkness. Guided by a beating heart.’  Maar niemand ziet het. Zeker Chris Martin niet en alle andere Bekende Artiesten die op hem neerstrijken voor dat kleine vleugje Avicii.

Dat maakt kijken naar Tims leven zo pijnlijk. Je ziet hem recht op zijn graf af lopen en iedereen duwt hem de goede kant op. Het is heel verdrietig maar ook verfrissend om nu eindelijk eens een artiest te zien die zijn publiek niet vertrouwt. De hele dj-setting maakt het allemaal nog eens extra treurig. Dat schriele mannetje, met petje, achter zijn dj-tafel en vlak voor hem duizenden mensen die al lang hebben besloten dat ze hoe dan ook een geweldige avond gaan hebben.

Tim is uiteindelijk overleden aan grenzeloze heldenverering en wat rest, is de schrale troost dat eindelijk eens goed is vastgelegd hoe de gulzigheid van de fans je uiteindelijk opvreet. Eindelijk durft een artiest te laten zien dat hij steeds eenzamer wordt met steeds meer mensen om zich heen.

Aan het eind van de documentaire belt Tim, vlak voor een pathetisch landhuis vol met jacuzzi’s, fonteinen en gouden badkamers, zijn moeder. Nu, dacht ik. Nu jongen. Lieve Tim. Niks publiek. Tas pakken en naar mamma. Vliegtuig pakken, gewoon tweede klas, tussen mensen die je niet kennen, en dan snel terug naar je moeder. Guided by a beating heart. Doe het.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.