Column Arthur van Amerongen

Wie schetst mijn verbazing toen ik een rellette bleek te hebben gebaard

In de vorige aflevering van mijn wandelfeuilleton openbaarde ik mijn romantische en gevoelige kant. Zo citeerde ik Goethe. Ik wilde ook iets doen met Jean-Jacques Rousseau en zijn Overpeinzingen van een eenzame wandelaar, een onvoltooid gebleven boek. Helaas was daar geen ruimte voor, want ik zat al op de 414 woorden. Een cursiefje schrijven is krenten tellen & wegen, mieren neuken en your darlings killen.

Omdat het een hoogdrempelige en buitensluitende column dreigde te worden met dat Goethe-gedoe, besloot ik folkloristisch te gaan: ik gaf de dorpsmongool een plekje.

Hij is een vertrouwd verschijnsel in de Algarve. Niemand spreekt lelijk over deze vriendelijke reus, want hij hakt hout, draagt boodschappen voor zijn moedertje en in mijn vorige dorp groef hij kuilen op de begraafplaats.

Wie schetst mijn verbazing toen ik een rellette bleek te hebben gebaard: lezers waren diep gekwetst door mijn archaïsch woordgebruik. 

Ik snap mensen die woedend worden vanwege de sketch Het Mongolenorkest van De Mannen van de Radio, een flauw trio gevormd door Hans Teeuwen, Theo Maassen en Pieter Bouwman. Deze respectloze VPRO-parodie op de Jostiband is nota bene gratis te beluisteren op YouTube. 

Het moest verboden worden.

Mijn hommage daarentegen was liefdevol én respectvol, al had ik volgens ingewijden ‘zorgintensieve dorpeling’ moeten schrijven. Overigens is downiano de officiële Portugese term.  Een mooie naam voor een Braziliaanse voetballer.

Dit alles schoot door mijn hoofd toen ik vanochtend op de gemeentelijke wasplaats van Cachopo een gebochelde mevrouw tekeer zag gaan met haar vuile goed. Quasimodo, dacht ik onmiddellijk.

Maar als ik Quasimodo boven dit cursiefje zet, krijg ik de Bond van Bochelaars achter mij aan gehobbeld, dus daarom een kop die kwetst noch grieft: downiano.

De wandeling van Cachopo naar Barranco do Velho is een helletocht: dertig kilometer door de bergen. Gelukkig wachtte mij in Barranco do Velho een fijne beloning: everzwijnstoof in herberg Tia Bia, uiteraard geplengd met wijn en medronho, want varken moet zwemmen. 

Voor de taalgekkies onder ons: Tia Bia betekent tante Beatrijs.

Ik schreef ‘wachtte’, want ik haalde Tia Bia niet. Na een uur of twee stopte er met piepende remmetjes een Piaggio APE. Dat is een brommobiel op drie wielen waarmee Algarviaanse keuterboertjes moeders de vrouw en groenten & fruit verplaatsen.

Het was meneer Fortes van de medronhodestilleerderij in Parises! 

Hij zei dat ik tresloucado was, knettergek, en dat ik subiet met hem mee moest, medronho proeven en bloedworst kanen.

Het kwam me eigenlijk best goed uit.

God had een engel gestuurd.

In een tuktuk. 

Foto Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.