Wie kan rekenen kiest voor ouders en kinderen

Volgend jaar stopt de overheid ruim 9 miljard in kindregelingen. De bezem mag erdoor, maar kies dan duidleijk voor stelsel van integrale kindcentra

Nederland moet bezuinigen en liefst een beetje flink. Afgelopen maanden hebben 20 ambtelijke commissies zich gebogen over een slim, sociaal, schoon, solide and solidair Nederland, maar dan wel graag zo dat de uitgaven (netto) met 20 procent worden verlaagd. De eindrapporten zijn afgelopen week gepresenteerd.

Voor de kinderopvang is vooral het rapport over de kindregelingen van belang. Onder deze noemer zijn alle regelingen verzameld die aan ouders een financiële tegemoetkoming geven. In totaal gaat het om 11 regelingen met een totaal beslag (in 2010 ) van 9,07 miljard. De regelingen variëren van de kinderbijslag tot de aftrek levensonderhoud kinderen en de ouderschapsverlofkorting. Ze variëren ook in leeftijd. Kinderbijslag dateert van 1938; kinderopvangtoeslag is vanaf 2005 de jongste loot aan de stam. Het meeste geld (bijna 80procent) zit in drie regelingen: kinderbijslag (3,35 mrd), kinderopvangtoeslag (2,61mrd) en de combinatiekorting (1,26 mrd).

Gegroeid
In hun inleiding wijzen de samenstellers van het rapport er terecht op dat het totale pakket van maatregelen historisch is gegroeid en dat dus ook niet al te veel coherentie kan worden verwacht. De opvattingen zijn nogal veranderd in de loop der tijd. Verschillende regelingen werken elkaar ook gewoon tegen. Zo dient de kinderbijslag vooral ter inkomensondersteuning van huishoudens met kinderen. De combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag zijn juist in het leven geroepen om de arbeidsmarktparticipatie te stimuleren (die door de kinderbijslag juist minder noodzakelijk wordt). Gegeven deze tegenstrijdigheden is het ook helemaal niet erg om eens flink te bezem door het beleidspakket te halen. De uiteindelijke bezuinigingen worden in vijf verschillende pakketten gepresenteerd.

De voorstellen variëren van tamelijk beleidsarm (‘vereenvoudiging’) tot rigoureus: de introductie van een nieuwe gratis school voor alle kinderen van 4 tot 12, met openingstijden van 8.00 tot 18.00 uur (‘nieuwe school’). Daar tussen zitten nog een pakket waarin eerst een periode zorgen en dan werken wordt ondersteund (‘leeftijdsdifferentiatie’); een pakket waarin vooral keuzevrijheid centraal staat (‘kindbudget’) en een pakket dat vooral koerst op betaalde arbeid (‘participatie’). Het aardige van dit brede scala is dat hiermee duidelijk wordt dat bezuinigingen niet alleen hoeven te betekenen dat bestaand beleid wordt afgebouwd. Het beleid wordt vooral anders - niet noodzakelijkerwijs minder.

Gevolgen
Dat geldt ook voor de gevolgen van de voorgestelde bezuinigingspakketten voor de kinderopvang. In sommige voorstellen wordt de kinderopvangtoeslag verlaagd, in andere pakketen wordt de gastouderopvang deels afgeschaft. In weer andere voorstellen wordt de BSO gratis, wordt de VVE geïntensiveerd dan wel de tussenschoolse opvang geformaliseerd. Eigenlijk is de impliciete boodschap aan de politiek vooral dat alles mogelijk is – als er maar duidelijke keuzes worden gemaakt.

In dat verband is het jammer dat de werkgroep niet nog een zesde pakket heeft doorgerekend, namelijk een pakket gericht op doorgaande carrièrelijnen (van de ouders) in combinatie met doorgaande ontwikkelingslijnen (van de kinderen). Heel innovatief stelt de werkgroep wel dat de voorstellen niet alleen moeten worden beoordeeld op inkomensondersteuning en arbeidsmarktparticipatie (de traditionele beleidsdoelen), maar ook op ontwikkeling van kinderen. Tegelijkertijd lijken de voorstellen – juist omdat men het hele politieke spectrum wil bedienen – te veronderstellen dat deze doelen niet eenvoudig op één noemer kunnen worden gebracht. Toch is dat wel het alternatief met het meeste toekomstperspectief: ouders zijn actief op de arbeidsmarkt en worden daartoe ondersteund door kinderopvangfaciliteiten waarin het voor kinderen goed toeven is.

Als we dat als uitgangspunt kiezen is leeftijdsdifferentiatie niet aan de orde (want een langere periode van voltijds zorgen stimuleert geen doorgaande carrièrelijnen). Ook een kindbudget valt af omdat hiermee de verschillen tussen huishoudens worden verdiept. Immers ouders met een goede binding met de arbeidsmarkt zullen kiezen voor kinderopvangarrangementen terwijl ouders met minder arbeidsmarktkansen het kindbudget vooral zullen gebruiken om zelf te blijven zorgen. Een klein oorspronkelijk verschil in verdiencapaciteit tussen ouders zal op deze manier – ook ten nadele van kinderen - worden verdiept.

Ten dele
Zelfs de nieuwe school sluit slechts ten dele aan op het uitgangpunt van doorgaande carrièrelijnen en doorgaande ontwikkelingslijnen, omdat de door de werkgroep gekozen invulling uit gaat van een harde knip tussen de 0 tot 4-jarigen (die onder het regime van de kinderopvang vallen) en de 4 tot 12-jarigen (die onder het regime van de nieuwe school vallen). Bovendien is deze nieuwe school wel weer èrg duur omdat wordt uitgegaan van gratis BSO voor alle kinderen voor 5 dagen in de week. Omdat deze nieuwe school wordt gefinancierd met de afbouw van arbeidsparticipatie stimulerende kindregelingen neemt volgens de doorrekeningen van het CPB de arbeidsmarktparticipatie zelfs af.

Het alternatief is een stelsel van integrale kindcentra waarin kinderen een gevarieerd aanbod krijgen van onderwijs, opvang, sport,cultuur en spel, dat kwalitatief goed is én betaalbaar. De taskforce Kinderopvang Onderwijs heeft daarvoor een model ontwikkeld waarin er geen knip is gemaakt tussen de 0-4 jarigen en de 4-12 jarigen. Het gaat om voorzieningen waarin de verschillende vormen van kinderopvang geleidelijk overgaan in onderwijsvormen. Alle kinderen van 0-12 hebben recht (geen plicht) op kinderopvang en zullen 2 a 3 dagen per week hiervan gebruik maken. Daarvoor is het nodig alle voorzieningen zoveel mogelijk onder één dak of in elkaars nabijheid te brengen. Juist doordat het kind centraal staat, krijgen ouders meer ruimte om (meer uren) te gaan werken en worden doorgaande carrièrelijnen dus gecombineerd met doorgaande ontwikkelingslijnen van kinderen.

Bij elkaar
Integrale voorzieningen impliceren het bij elkaar brengen van financieringstromen (peuterspeelzalen lopen nu via het gemeentefonds, kinderopvang via de Wet Kinderopvang). Ook is nodig dat kinderopvang en onderwijs als gelijkwaardige partijen samenwerken en op lokaal niveau integrale voorzieningen tot stand brengen. Van de ambtelijke commissie nemen we mee dat ook in een tijd van bezuinigingen alles mogelijk is – als er maar duidelijke keuzes worden gemaakt. Pikant detail in dit verband is dat de Duitse regering voornemens is om in de komende periode 13 miljard extra investeren in vormen van integrale kindvoorzieningen. Met de vergrijzing in het vooruitzicht kiest men daar voor investering in de jeugd. Misschien zijn deze gedachtes nog een extra heroverweging waard?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.