ColumnJoost Zaat

Wie is de beste dokter, waar is er het beste zorgsysteem?

Joost ZaatBeeld de Volkskrant

Vandaag bent u ruim voorbij de helft van de Top 2000 en ondanks het verdwijnen van de nationale oliebollentest vraagt u zich wellicht af waar de oliebollen het lekkerst zijn. Het zijn lijstjesdagen, waarbij jubelen en klagen vlak bij elkaar liggen. Elkaar de maat nemen is een nationaal tijdverdrijf, waarbij manipulatie en bedrog, mits met mate, geoorloofd lijken. Zo is er is het miljoenen kostende speeltje van de Patiëntenfederatie, Zorgkaart Nederland, waarmee volgens onderzoek van Follow the Money makkelijk te frauderen valt en dat niets oplevert. Ik denk dat mijn patiënten niet veel op de Zorgkaart kijken, in vier jaar heb ik vier beoordelingen geoogst: drie goeie en een slechte. Die slechte is gelukkig van het beginscherm gevallen.

Naast vergelijkingen over individuele zorgverleners en instellingen zijn sommige mensen ook dol op vergelijkingen tussen landen: waar is de zorg en de gezondheid het best? Je kunt met die OECD-cijfers makkelijk bewijzen dat we in Nederland een fantastisch zorgstelsel hebben, omdat bijvoorbeeld de levensverwachting bij de geboorte vanaf 2000 met 3,6 jaar is gestegen (tot 81,6 jaar). Maar omdat die in Frankrijk en Italië een paar maanden tot een jaar hoger is, kun je ook beargumenteren dat de zorg bij ons in elkaar stort. Je kunt zelfs beweren dat – zoals een dermatoloog met een bloedhekel aan huisartsen in deze krant pas deed – huisartsen schuldig zijn aan de relatief hoge babysterfte.

Dus als u tussen oliebol en oudejaarsconference even niets te doen heeft, kunt u naar hartelust grasduinen in die OECD-database, zodat u tijdens een nieuwjaarsreceptie een overtuigende mening heeft over de zorg. Beetje handig je cijfers kiezen helpt. Ik wist bijvoorbeeld niet dat Nederlandse chirurgen vaker een gaas of schaar in iemand laten zitten dan Poolse, toch zou ik me liever hier laten opereren dan in Wroclaw. Daar schrijven ze zo’n schaar vast niet op. Uit eigen Nederlandse cijfers in het NTvG blijkt trouwens dat de kans om dood te gaan na een ernstig ongeluk door betere en gecentraliseerde traumazorg is afgenomen van 8,5 procent in 2005 naar 5,2 procent in 2016, zodat onder andere daardoor verkeersongelukken niet in de toptien van doodsoorzaken voorkomen, terwijl die ongelukken in Polen gewoon nog op de zesde plaats staan.

Opvallend in die OECD-data is dat Nederlandse burgers helemaal niet zo ontevreden zijn als je wel eens in de media of in die rare Twitterwereld leest: ze zijn bijvoorbeeld nog steeds heel tevreden over de tijd die dokters aan hen besteden.

Cijfers tussen instellingen en tussen landen zijn pas vergelijkbaar als er overal hetzelfde en even goed geregistreerd wordt. Er is veel ergerlijks in de organisatie van de zorg in Nederland en het kan echt beter, maar het idee dat kwaliteit van de zorg over de hele linie hollend achteruit gaat, berust op generalisaties. Vergeet komend jaar dus die onzinnige rangordes, relativeer alle beoordelingslijstjes en vergeet vooral niet dat er ook andere dingen belangrijk zijn naast gezondheid en zorg. Santé.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden