column thomas van luyn

Wie in staat is een dure muziekinstallatie te kopen is te doof om het te horen

Vrouwen kopen geen koptelefoons. Of stereo-installaties. Niet dat ze geen muziek luisteren, dat doen ze wel, alleen een beetje - sorry dat ik het zeg - achteloos. Beetje vanaf de iPhone Abba streamen naar het bluetoothboxje op de keukentafel. Geen greintje beleving hebben ze. Een man (een echte dan) haalt zijn lp (koude persing, limited edition, maar 312 exemplaren uitgebracht) uit zijn stofvrije, temperatuurgecontroleerde platenkast, inspecteert de groeven op mogelijke onreinheden, legt hem op de draaitafel, laat hem even op 16 toeren warmdraaien terwijl hij zachtjes een kwastje van geïoniseerd dassenhaar van buiten naar binnen veegt - niet andersom -, verhoogt het toerental naar een lasergecontroleerde 33 1/3 rondes per minuut, drukt op het knopje en de geautomatiseerde afgewogen speelarm plaatst het diamantgetipte naaldje op de eerste groef van de plaat met een druk van precies 1.800 milligram. Daarna neemt hij plaats op zijn luisterstoel (een comfortabele Leolux van reflectiedempend materiaal) die geplaatst staat in het zenit van het stereogeluid: op de middenloodlijn op 3 meter afstand van de as tussen de boxen, die op hun beurt 4 meter uit elkaar staan. Daar leest hij aandachtig de hoes van de langspeelplaat (die hij allang uit zijn hoofd kent) en bewondert het artwork terwijl de zoetgevooisde klanken van Steely Dan zijn trommelvliezen naar een happy end masseren. Tenzij de kinderen slapen natuurlijk, dan doet hij zijn koptelefoon op. Een Bowers & Wilkins uit 1983 met gouden plug, waarvan hij de membranen heeft laten vervangen door zijn mannetje in Finland.

Er zijn meer verschillen tussen mannen en vrouwen, maar aan deze moet ik nu even denken, omdat een audiofiele vriend me verwijt dat ik muziek luister als een wijf. Die was nieuw voor me. Hij is vinylman, en wat ouder dan ik. Misschien is het een leeftijdding. Maar eerlijk is eerlijk, ik zit inderdaad meer in het Spotify-spectrum dan in de wereld van buizenversterkers. Ik dacht dat ik een keurige stereo had, maar ik heb dus blijkbaar een wijven-installatie.

Echte mannen kopen hun spullen bij een audiopaleis hier in de buurt. Ik durf niet naar binnen, want in de etalage staat een versterker van bijna 30 duizend euro. Serieus: wie kan dat betalen? Nu ja, willen is kunnen, dus misschien moet ik zeggen: wie koopt er liever een setje boxen dan een auto? Bovendien: je zou de prijs er waarschijnlijk niet aan af horen. Het schijnt dat na je 30ste je oren al te veel zijn afgetakeld om het verschil te horen tussen een versterker van 1.000 euro en eentje van 100. Dat wordt beaamd door een vriend van me die dirigent is en jaarlijks zijn gehoor meet. Die ziet al jaren de hoogste tonen weggeknibbeld worden. Heeft ook te maken met zijn werk: dirigenten zouden, gezien de herrie waaraan ze blootstaan, arbotechnisch gezien altijd van die koptelefoons moeten dragen die de wegwerker met de drilboor ook heeft.

Enfin, alleen mensen die geld genoeg hebben voor een tweede huisje in de Dolomieten, die kopen dure apparatuur, en dat zijn geen tieners. Daaruit vloeit voort: wie een dure installatie koopt is te doof om het te horen. Het woord ‘ironie’ wordt veel te vaak gebruikt, maar volgens mij komt dit in de buurt. Ik ben dus niet zozeer een wijf, met mijn Sony-minisetje, alswel een volwassene. Niet dat dit elkaar uitsluit, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.