Opinie Nederlandse taalstudie

Wie helpt Apple en Google om in het Nederlands met ons te communiceren als straks niemand de studie meer doet?

Een tekort aan taalkundigen is problematisch en zelfs gevaarlijk. Investering is nodig om het tij te keren, waarschuwt Jochem Riesthuis, docent Amerikanistiek en Engelse Letterkunde.

Tweedejaars studenten Nederlands volgen college. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Het aantal studenten Nederlands loopt terug en naar aanleiding daarvan schrijft Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuurgeschiedenis in Nijmegen, dat het komt omdat we de taal niet serieus nemen (O&D, 20 september).

De universiteit verengelst in hoog tempo. Wie gaat er Nederlands studeren als 74 procent van de masterstudies in Nederland in het Engels is? Dat doen er dus steeds minder, schrijft Jensen, en ‘als de daling doorzet, dreigt het Nederlands in de sectie kleine, vreemde talen te belanden’.

En daar maakt Jensen een belangrijke denkfout. Er zijn geen kleine talen meer – alle talen zijn kleine talen geworden. Het aantal studenten Duits en Frans is al jaren miniem, en ontoereikend voor bedrijfsleven en onderwijs, om van andere talen maar te zwijgen. Zelfs het Engels, dat zou moeten profiteren van de verengelsing, blijft hooguit stabiel, vooral door influx van buitenlandse studenten.

Er is geen crisis in de neerlandistiek, er is een crisis in de letteren. Alle talen, en de ondersteunende vakgebieden als taalkunde en literatuurwetenschap, zijn kleine studies, of dat aan het worden. Het is nergens een vetpot meer. Het belangrijker maken van het Nederlands aan de universiteit zal niet helpen.

‘Pittig profiel’ niet de oplossing

Vanuit een ander perspectief schrijft Theo Witte, vakdidacticus aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat het aan de uitholling van het schoolvak Nederlands ligt – daar wordt te weinig van scholieren gevraagd, en te veel alleen leesvaardigheid voor het eindexamen geoefend (O&D, 21 september). Er is geen ruimte, en geen eis, om de leerlingen te laten zien hoe spannend het vak kan zijn. ‘De interesse van leerlingen voor het rijke vakgebied van de neerlandistiek wordt niet gewekt.’

Witte heeft gelukkig wel oog voor het probleem bij de rest van de talen, en wil daarom het hele profiel Cultuur en Maatschappij vervangen door een ‘pittig profiel Taal, Media en Cultuur met een sterke inhoudscomponent’.

Maar, helaas, ook dit plan zal niet helpen. Ten eerste zal het niet uitgevoerd worden – Nederlands is een verplicht vak en moet dus voor iedereen haalbaar zijn, ook voor de meest simplistische analfabeten. Kunt u bedenken hoe dit kabinet zou reageren op de kop ‘Briljante wiskundescholier genekt door literatuurexamen’?

Crisis reikt verder dan Nederland

Maar nog belangrijker is dat je door Nederlands te studeren leraar Nederlands wordt. Een tendens die Witte wil versterken: ‘De universitaire neerlandici zouden zich meer moeten realiseren dat de wortels van hun vak in het onderwijs liggen.’ Net als de andere schooltalen heeft het Nederlands last van het feit dat een student zich voor tienduizenden euro’s in de schuld moet steken en na de studie alleen een middelbare-schoolleraar denkt te kunnen worden. Dat is een zware baan die niet bovenmatig goed wordt betaald. Scholieren zien hun jonge docenten in de (financiële) problemen zitten, en bedanken daarvoor.

Hoe leuk leraren Nederlands het vak ook maken, en hoe hard de minister en alle bestuurders ook vertellen hoe belangrijk het allemaal is, nog zal het aantal studenten verder afnemen – dat doet het in het buitenland ook. Of het nu the Humanities of die Geisteswissenschaften zijn, overal zitten de letteren in de problemen. En overal heeft dat dezelfde oorzaak: je krijgt er niet genoeg voor terug om al het werk en alle schulden de moeite waard te maken.

Maar het feit dat deze twee oplossingen niet zullen helpen betekent niet dat er geen probleem is: een tekort aan neerlandici leidt tot een lerarentekort op middelbare scholen, maar ook op de pabo, waardoor ook het tekort aan basisschoolleraren verder oploopt.

Gevaarlijk gebrek

Daarnaast, wie moet straks de taaltoetsen maken, die we overal hebben ingevoerd? Wie moet ze nakijken? Wie moet de Taalunie met Vlaanderen bestieren, het Groene Boekje en alle andere stijlboeken maken? Wie helpt juristen om sluitende contracten op te stellen? Wie redigeert romans, vertalingen en artikelen? Wie helpt Apple en Google en Facebook om in het Nederlands met ons te communiceren?

En wat betreft de andere talen: het gebrek aan germanisten en romanisten leidt nu al tot lagere economische groei dan mogelijk is, het gebrek aan slavisten en arabisten bedreigt nu al onze veiligheid en het komend gebrek aan anglisten zou beide tendensen in de toekomst alleen maar versterken.

Als we het tij willen keren zullen we aan de ene kant neerlandici, germanisten, enzovoorts meer moeten betalen, meer moeten investeren in culturele instellingen en bedrijven waar ze aan het werk kunnen, meer laten zien dat je niet leraar hoeft te worden, maar dat je daarmee dan wel een woning in Amsterdam of Utrecht kunt bemachtigen.

Aan de andere kant moeten we niet alleen geld als maatstaf van succes propageren, de uitgaven aan zorg en justitie beteugelen en toch ook minder jubelen over de zegeningen van economische, medische of technische studies.

Jochem Riesthuis is docent Amerikanistiek en Engelse Letterkunde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.