Column Sylvia Witteman

Wie gooit er een rode roos weg? Was hier sprake van gefnuikte liefde, of een ander drama?

Onderweg naar de markt zag ik een verse, rode roos op het fietspad liggen. Toen ik hem opraapte, knakte de steel; hij was blijkbaar al een paar keer overreden, maar zijn kopje was nog heel. Wie gooit er een rode roos weg? Was hier sprake van gefnuikte liefde, of een ander drama? Ik stopte de arme, mishandelde roos in mijn fietstas. Het was koud.

Op de markt bleken heel wat mensen rond te lopen met een roos. Ze werden uitgedeeld, zo bleek, door twee gehoofddoekte vrouwen met identieke witte jacks aan. ‘Hallo, wij zijn moslims’, stond er in grote letters op hun rug. Ook de vrouwen zelf leken op elkaar: waarschijnlijk waren het zusjes.

Onmiddellijk vroeg ik me af of ik ooit met mijn zus bloemen zou uitdelen op een markt, en wat er dan op onze jacks zou staan. ‘Hallo, wij zijn rooms-katholiek gedoopt, maar we doen er niks meer aan, ja, we zetten met Pasen de tv aan als de Matthäuspassion wordt uitgezonden, en we kijken ook met een half oog lacherig naar de paus met zijn Urbi en Orbi, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje, qua religie’? Gelukkig zijn mijn zus en ik allebei vrij royaal van postuur, dus als we niet al te grote letters gebruiken, past het er wel op.

Daar kwam een van de bloemenzusjes op me af. ‘Kan ik u blij maken met een roos?’, vroeg ze. Jazeker! Aan de roos was een kleurig foldertje gebonden. Ik werd nieuwsgierig, maar de letters bleken te klein voor iemand die met haar stomme kop altijd vergeet een leesbril mee te nemen.

Naast mij hadden twee vrouwen óók elk een roos gekregen. Ze waren 40 en 60, waarschijnlijk moeder en dochter. Ze zetten hun boodschappentassen vol prei tussen hun knieën en bekeken de rozen nauwkeurig. ‘Toch gek’, zei de moeder met Amsterdamse tongval. ‘Ik vind een roos echt helemaal geen moslimbloem. Waarom delen ze hun éígen bloemen niet uit?’ De dochter dacht even na, en besloot: ‘Die groeien hier niet, denk ik. Te koud.’

Thuis las ik, met bril, het foldertje. Het was een vriendelijke tekst over wederzijds begrip en nader tot elkaar komen. ‘De roos is een symbool voor liefde, schoonheid en vreugde. Zij komt in vele culturen en religies voor’, stond er. ‘Zoals de roos de ‘koningin van de bloemen’ is, zo is de profeet Mohammed een genade voor de hele wereld’, besloot de folder.

Ik sneed de steel van de kapotte roos bij en zette hem met de intacte roos in een glas water. ‘A rose is a rose is a rose’, dichtte Gertrude Stein, en daar had ze groot gelijk in.

De volgende dag waren beide rozen dood.

Te koud, denk ik. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.