Opinie Essay

Wie geeft de microfoon aan de gematigde stem?

Daan Roovers, denker des vaderlands, die een pleidooi houdt voor de gematigde mening. Beeld Illustratie Giulia Neri / Amaca Agency

Waar voorheen de extreme mening ondergronds ging, is het nu de gematigde mening die je amper nog hoort. Filosoof Daan Roovers pleit voor ontspanning in het overprikkelde opinieklimaat. 

‘Drentse ondernemer van windmolenpark krijgt bedreiging en stopt’, kopte NOS.nl eind vorige maand. Een paar dagen later trekt ook een Groningse ondernemer zich terug uit een soortgelijk project. Het is het resultaat van de spanningen die sinds enkele maanden hoog zijn opgelopen in de voormalige veenkoloniën. Dreigbrieven, asbestdumping, brandstichting, de Nationaal Coördinator Terrorisme Bestrijding maakt zich inmiddels hardop zorgen over de toenemende radicalisering onder de tegenstanders van windmolens.

Windenergie, het afschieten van edelherten in de Oostvaardersplassen, de antiracismedemonstratie, elk maatschappelijk twistpunt lijkt razendsnel vlam te vatten en te escaleren tot een hoogoplopend conflict tussen rabiate voor- en tegenstanders, dat met regelmaat ontaardt in bedreiging. Het is een teken des tijds: Nederlanders maken zich zorgen over de toenemende polarisatie, stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau vast in de meest recente Burgerperspectieven (29 maart, 2019). Driekwart van de Nederlanders denkt dat meningsverschillen over maatschappelijke kwesties heviger worden. Als voorbeeld vroegen de onderzoekers naar het debat over vluchtelingen. Bijna de helft van de ondervraagden ervaart een sterke druk om uitgesproken stelling te nemen, vóór of tegen, en meent dat een ‘middenpositie’ in dit debat bijna niet mogelijk is. Dat is opvallend, omdat in een eerder onderzoek veel mensen aangaven juist tussen deze twee polen in te zitten. Die druk om jezelf te positioneren ondervinden mensen ook op andere terreinen; met name over de multiculturele samenleving, migranten, Zwarte Piet of het klimaat is het moeilijk om genuanceerd te zijn. Maar ook over de gehaktbal, paaseieren, de scooter of het uitnodigen van een omstreden spreker, lijken de luidruchtige meningsverschillen toe te nemen. Je moet kleur bekennen en partij kiezen.

Opiniedruk, noem ik dat ook wel.

Het is een opmerkelijke wending in ons opinieklimaat. Voor mijn promotieonderzoek naar de ontwikkeling van publieke opinie bestudeer ik veel filosofisch en sociologisch onderzoek uit de afgelopen decennia. Daarin wordt publieke opinie vrijwel steeds gedefinieerd als ‘de heersende mening’ en de vraag die daarbij gesteld wordt, is in hoeverre mensen zich vrij voelen om van die dominante opvatting af te wijken. Of mensen durven te zeggen wat ze denken, of dat ze er liever het zwijgen toe doen. Een van de standaardwerken op dit gebied heet niet voor niets: The Spiral of Silence (E. Noelle-Neumann, 1974). Publieke opinie is een disciplinerende, normaliserende kracht die ervoor kan zorgen dat meningen, vaak de meer extreme, ondergronds gaan. Liever dan voor hun opvattingen uit te komen houden mensen dan hun mond: je kunt maar beter niet zeggen wat je denkt. Hoe anders is het nu. In tegenstelling tot de druk om te normaliseren ervaren mensen juist eerder de druk om te radicaliseren in hun opvattingen.

Vooropgesteld: polarisatie kan ook heel productief zijn. Het kan nieuwe sociale energie vrijmaken, en problemen luid en duidelijk agenderen. Elke emancipatie begint met een polariserende dynamiek. Maar op een zeker moment helpt dieper ingraven het proces niet verder. Als ‘benoemen’ het redelijke midden is tussen zwijgen en overschreeuwen, dan slaat de pendel de laatste jaren zonder twijfel door naar het laatste.

Het interessante echter is dat het SCP in hetzelfde onderzoek ook vaststelt dat het met de polarisering zélf wel meevalt. Weliswaar is de groep mensen die een diepe hekel heeft aan anderen vanwege hun standpunten – een werkdefinitie van ‘affectieve polarisatie’ – de laatste jaren ietsje gegroeid, maar in de jaren ’70 was die kloof groter, aldus hetzelfde rapport. Hoewel onderzoekers geen aanwijzing vinden dat het aantal mensen dat er zeer radicale opvattingen op na houdt groeit in de laatste decennia, lijkt mij de aandacht die zij krijgen geëxplodeerd. De Drentse bedreiging was niet alleen regionaal, maar landelijk nieuws, en op het Binnenhof, waar ik die dag toevallig rondliep, werd elke politicus die in de buurt kwam van de journalistenbalie, de vraag voorgehouden wat hij of zij hiervan vond. Ook Rutte besteedde er later die week aandacht aan in zijn persconferentie. Zonder de zaak te willen bagatelliseren: nogal een podium voor iets dat aanvankelijk één ondernemer en één dreigbrief betrof.

Het probleem is niet zozeer de feitelijke polarisatie, als wel het gepolariseerde klimaat en de druk die daarvan uit gaat om positie te kiezen. Hoe zijn we hier gekomen?

De respondenten in het SCP-onderzoek zijn daar duidelijk over. Ze houden de media, met name de nieuwe, maar ook de traditionele hiervoor verantwoordelijk. Het verhaal is inmiddels overbekend. De sociale media, de echokamers van ons eigen gelijk, zorgen ervoor dat we ons vooral omringen met gelijkgestemden, zodat er maar moeizaam tegengeluiden in onze timeline binnendringen. Bovendien is het online, en deels anonieme debat zo veilig, dat je je daar behoorlijk wat scherpe taal kunt permitteren zonder een blauw oog op te lopen. Combineer dit met algoritmes die veelgelezen, en dus vaak nogal gepeperde, berichten meer promoten dan reguliere posts – kwantiteit als kwaliteit – en ziedaar: de middelpuntvliedende krachten van het online discussiëren. Zelfs zonder polarisering te beogen, polariseert het debat al als vanzelf, doordat de polen door het clickbait gedreven algoritme meer aandacht krijgen en aangroeien.

En de reguliere media dan? Ook daarvan denkt meer dan de helft van de mensen dat ze de tegenstellingen in de samenleving uitvergroten. Deze haken gretig in op wat er op sociale media gebeurt en doen daar weer verslag van. Uit angst om te missen wat online leeft, zetten zij hun speciale sociale-mediaredacteur in om te rapporteren over de relletjes waarover ‘twitter ontploft’ – een of andere seksistische opmerking van een voetbalcommentator of de video van een schoolpleinruzie. En zo doen de media verslag van een karikatuur van de werkelijkheid, van de excentrieke variant ervan. Daar komt bij dat in de permanent overdrive die sinds de Fortuynrevolte de traditionele media in de greep heeft, een zekere ‘populistische correctheid’ heerst, zoals Guardian-columnist Arwa Mahdawi dat treffend omschreef. Elke mogelijke opleving van boosheid verdient een plek in de krant of op de zender.

Beeld Illustratie Giulia Neri / Amaca Agency

Het is natuurlijk een beetje gemakzuchtig om over ‘de media’ te spreken, en vooral in beschuldigende zin, maar laat ik voorzichtig zeggen: erg veel interesse in de stem van het midden lijkt men de laatste jaren niet te hebben. Liever een lekker scherp of polemisch debat, dan een al te genuanceerde uitwisseling. Radicale antifeministen en antivaxxers kunnen op veel zendtijd rekenen. Zolang de media denken het hele opiniespectrum te coveren door met name de extremen aan het woord te laten, versterken ze hun bijziendheid. Ik begrijp dat het leuk is voor de uitzending of voor de krant, maar verder schiet maar heel zelden iemand iets op met een dergelijk zwart-wit-beeld. Als het om het publieke debat gaat, is ons grootste probleem niet zozeer de overheersing van de ene klasse over de andere, of de hardnekkigheid van antiwetenschappelijke scepsis, racisme of homofobie, maar de overheersing van de extreme stem over de gematigde.

Als de onderzoekers van het SCP gelijk hebben, en er weliswaar zorgen zijn over het gepolariseerde klimaat, maar de feitelijke polarisatie wel meevalt, wat is dan precies nog het probleem, kun je je afvragen? Ik zie er twee.

Ten eerste lopen we een reëel gevaar dat een dergelijk klimaat een selffulfilling prophecy wordt. Ondersteund door een gefragmenteerd, razendsnel en sterk gecommercialiseerd medialandschap is het niet gek te veronderstellen dat polarisering de wind in de zeilen heeft en nuance en reflectie het nakijken hebben. De krachten aan beide polen zullen steeds sterker trekken en de opiniedruk zal alleen maar toenemen.

Een heel andere, maar niet minder zorgelijke ontwikkeling lijkt me dat media (en politiek) zich verder van hun lezers en kiezers vervreemden. Dat ik, en velen met mij, mijn stem niet meer gerepresenteerd zie in een krant, in een publiek debat, op tv, of in de politiek. En dat, in een poging de kloof tussen elite (de journalistieke en de politieke) en burger te verkleinen, door de uitzonderlijke mening een podium te geven, die op deze manier alleen maar wordt vergroot. Het midden gaat ondergronds, en de brutalen hebben de hele wereld weer voor zichzelf.

Kunnen we dit overprikkelde opinieklimaat in enige mate weer ontspannen? En zo ja, hoe? Harvard-hoogleraar Cass Sunstein doet al jaren onderzoek naar polarisering en wijst allereerst op het belang van het in contact komen met standpunten van andersdenkenden. Nieuwe media bieden allerlei kansen om zelf op zoek te gaan naar interessante gesprekspartners en zo je sociale bubble een beetje te ontstijgen. Wie een beetje moeite doet kan daardoor juist gemakkelijker nieuwe bronnen aanboren dan in real life. Je komt – als je dit wilt – in aanraking met heel andere opvattingen: met klimaatontkenners, complotdenkers, maar ook wetenschappers desgewenst. Die rijkdom aan gezichtspunten is beslist een voordeel van nieuwe media. Het is, om polarisatie tegen te gaan, zelfs een noodzakelijke voorwaarde om met andersdenkenden in aanraking te komen, maar nog geen voldoende.

Naast het opzoeken van andere meningen zijn er nog twee vereisten voor depolarisatie, stelt Sunstein. Het in contact brengen van twee extreme tegenpolen leidt alléén tot toenadering als je ook het midden erbij betrekt. Mensen die wel willen veranderen, maar misschien niet zo snel als zij die vooroplopen. Zonder bemiddeling van de gematigde stem is de kans dat beide polen zich verder harnassen in hun eigen gelijk groot. Als de steun van de wat minder activistische, maar niet onverschillige meerderheid ontbreekt, kunnen we lang wachten totdat Kick-Out Zwarte Piet de laatste blokkeerfriezen heeft overtuigd. En daarbij, zegt Sunstein: zorg voor een gezamenlijke context en ervaringen. Dat is in een onlinediscussie altijd lastig. Gesprekken online zijn vaak vrijblijvend. Je logt uit en je bent er weer van af. Er is geen gezamenlijk probleem. Als er sprake is van een onderlinge verbondenheid, is de kans veel groter dat verschillende polen bij elkaar komen. Lokale en provinciale politiek zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Om terug te komen op de windmolens: in Urk werden bewoners mede-eigenaar van een windenergiepark en creëerde het delen in de financiële belangen, heel pragmatisch, draagvlak voor de milieu-maatregelen. 

Een samenleving heeft naast de politieke energie die vrijkomt door conflict en meningsverschil een zeker pragmatisme nodig om vitaal te blijven. En: zonder het midden gaat dat niet. Nu elk platform, zowel pulp als serieus journalistiek, vanwege de onder druk staande verdienmodellen de hete adem van de clickbait in zijn nek voelt en lezers moet verleiden, lijkt het vertolken van de gematigde stemmen geen aanlokkelijke optie. Maar waarom eigenlijk niet? Ze zijn met velen, aldus het SCP.

Gevraagd naar hoe dit moet, heb ik geen sluitend antwoord. Misschien kunnen we een voorbeeld nemen aan de succesvolle podcast, This American Life. Het is de makers gelukt om miljoenen luisteraars geïnteresseerd te krijgen in gewone en buitengewone verhalen over alledaagse levens. De formule: Iederéén heeft een verhaal – het is vooral een kwestie van heel goed vertellen. In een toespraak voor afgestudeerden aan de Columbia Journalism School uit 2018 legt grondlegger en maker Ira Glass uit hoe hij dat doet, zo’n goede en succesvolle podcast maken. Hij wijst een aantal cruciale factoren aan: interesse in gewone mensen en veel, heel veel onzichtbaar werk: editing, redactiewerk. Research en eindeloos geduld om net zo lang aan een verhaal te sleutelen tot het zo goed wordt als jij in je hoofd had.

Nieuwsgierigheid en tijd dus, daar draait het om. Zouden we dat niet ook kunnen opbrengen voor opvattingen, met als redactionele kern: iedereen heeft een opinie die de moeite waard is – de uitdaging is om deze goed te vertolken? Dat de journalistiek niet alleen hapklare opvattingen registreert, zomaar wat ‘quootjes haalt’, en aldus doet aan meningsuiting, maar ze ook uitzoekt, bevraagt, onderzoekt hoe particuliere belangen samenhangen met standpunten, op zoek gaat naar ongerijmdheden in politieke voorkeuren, voorbeelden en tegenvoorbeelden aandraagt en verder denkt wat die opinies betekenen buiten deze particuliere context – ik noem maar wat elementen. Of met iemand spreekt die van mening is veranderd en dat reconstrueert, zoals bijvoorbeeld na de komst van een vluchtelingenopvang nog al eens gebeurt. En de laatste tip van Glass: ‘be in the tape’. Niet zomaar langs de zijlijn staan en gadeslaan, maar engageer je in het onderzoek.

Het publieke debat heeft niet alleen meningsuiting nodig, maar ook ambitie in meningsvorming. Dat lijkt mij een mogelijk antwoord op de zorgen uit het recente SCP-rapport. Dus: beste krantenredacties, programmamakers en journalisten: besteed eens wat meer aandacht aan de gematigde stem. Namens het overgrote deel van Nederland: hartelijk dank!

Filosoof Daan Roovers werd vorige maand benoemd tot ­Denker des ­Vaderlands.

Onlangs ­verscheen van Marc van Dijk: Wij zijn de politiek – Het denken van Daan Roovers

(Ambo/Anthos, € 12,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden