Column Thomas van Luyn

Wie een vinger uitsteekt naar mijn gehaktballetjes, is die vinger dus kwijt

Beeld Valentina Vos

De zes woorden die ik niet wil horen van een ober zijn: ‘Bent u bekend met ons concept?’ Tenzij dat concept is dat zij koken en dat ik dan betaal, dat vind ik een prima concept waar ik zeer bekend mee ben. Tot volle tevredenheid van alle betrokkenen, mag ik wel zeggen. Maar het concept moet niet ingewikkelder worden. Ik wil gewoon een bord met eten en verder geen gehannes.

‘Concept’ behelst meestal: kleine hapjes. Liflafjes. Daarbij ‘adviseren’ ze dan om er drie te bestellen per persoon. Adviseren hè? Zeker weten doen ze het niet. Bloedirritant. Zeker omdat je die liflafjes schijnbaar moet delen met je tafelgenoten, om redenen die me volledig ontgaan. Ik doe niet aan delen. Ik ben opgegroeid in een Roemeens weeshuis. Wie aan mijn frietjes zit, vermoord ik met mijn blote handen.

Het deelconcept leidt onherroepelijk tot onwelkome onderhandelingen. ‘O, bestel jij de gehaktballetjes? Dan neem ik de okra.’ Hoezo ‘dan’? Niks te ‘dan’. Ik wil geen okra, ik wil gehaktballetjes. Doe wat je wil, maar gun mij mijn eigen eten. Als jij ook gehaktballetjes wil, bestel die dan godsamme. Niet ineens doen alsof jouw waardeloze okra gelijkwaardig zou zijn aan mijn gehaktballetjes.

En als ze die minigerechtjes in één keer op zouden dienen, dan viel de schade nog mee. Dat is tenslotte het aloude rijsttafelconcept. Ook geen ideale opstelling, want bij rijsttafels moet je zorgen dat je zo snel mogelijk de rendang en de saté hamstert, anders zit je in kokoswater opgewarmde slappe groente te eten. Maar in ieder geval staat de hele boel in één keer op tafel, waarmee in theorie een gelijk speelveld voor alle eters wordt gecreëerd. Iedereen valt tegelijk aan, vrouwen en kinderen laatst.

Conceptuele-liflafjesrestaurants echter, geven er de voorkeur aan om de bestelling in willekeurige volgorde uit de keuken laten komen, met onvoorspelbare tussenpozen. En ja, dan moet je niet gek opkijken als er doden vallen. Want als mijn gehaktballetjes als eerste komen, en mijn tafelgenoten hebben honger, ja dan willen ze er hun vorkjes in steken. Dat kun je ze op zich niet kwalijk nemen, honger maakt van de meest nobele mens een dief. Maar dat betekent niet dat ik dat over mijn kant moet laten gaan zeg. Wie een vinger uitsteekt, is ’m kwijt. Sorry, maar ik ga echt niet de rest van de avond zitten lijden onder andermans gestoomde okra en gefermenteerde zeekwal. Gehaktballetjes was het enige eetbare dat op de kaart stond, die zijn voor mij.

Voor een ieders bestwil ben ik in dit soort restaurants een strategie gaan toepassen die ik heb ontwikkeld voor de popcornruzies tussen mij en mijn vrouw. Die gingen van: wil jij ook popcorn schat, nee nee ik hoef hecht niet, weet je het zeker, ja ik weet het zeker, oké niks voor jou, nee niks voor mij – en dan halverwege de film in mijn bak gaan zitten grabbelen, een bak die door deskundigen zó is ontworpen dat hij precies toereikend is voor mijn lekkere trek. Wat ik ben gaan doen: een extra bak popcorn mee de zaal in nemen, hoe hard mijn vrouw ook protesteert. Nou, dat doe ik nu ook in liflafjesrestaurants. Zijn we met zijn zessen, dan zeg ik : voor mij graag zes keer de gehaktballetjes en verder hoe ik niets.

Ze verklaren je voor gek, de mensen, maar dat is het lot van de wijze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden