Column Peter Middendorp

Wie denkt er ook aan dat Emmen zou kunnen promoveren als hij een zomervakantie boekt?

In heel Nederland is waarschijnlijk geen straat of steg te vinden die in relatieve zin meer voetbalgrootheden een huis heeft gegeven dan precies de Noorderstraat in het winkelcentrum van Emmen waarin ik ben opgegroeid.

In De Noorderflat, op de hoek met de Hoofdstraat, heeft Jan van Beveren zijn Emmense jaren doorgebracht. Het fundament van zijn keeperskunnen, waarop hij tot in Oranje heeft geschitterd, was binnen een straal van vijftig meter van mijn bed gelegd.

Elke dag liep ik de sportwinkel van de buren wel even binnen. In zijn tijd was Eb Weggemans een ster, een ongrijpbare, veel scorende speler, beter dan Jan Mulder, die bij Winschoten zou doorbreken. De topclubs vochten om zijn handtekening, en die had hij ook wel gezet, als op het laatste moment geen chronische aandoening was blootgelegd.

En, op zondagmiddag 3 oktober 1971, even voor half drie op alle Drentse velden klonken plots de fluitsignalen werd op huisnummer 18, uit een vrouw die inderdaad wel wat van Maria had, als je haar met onze Maria-houtsnede vergeleek, ik geboren. Met een bal onder de voet, op witte sokken met een rode band, in een hagelwitte broek en een helderrood shirt met een verticale, witte band.

De speler die de trilogie ging voltooien, de hattrick, zeiden we.

Het begin was goed, want ik beschikte over de handigheid die je op straat opdoet, op de parkeerplaats achter de flat van Jan van Beveren, met een bal van ome Eb. Samenspelen leerde je er niet, passen of koppen, en al die andere dingen die je later zo erg nodig had.

De loopbaan eindigde toen ik in de zomer van 1989 achter een lichtvoetige linkerspits van Heerenveen aan naar eigen helft terugrende terwijl mijn rechteronderbeen nog in het veld vergrendeld stond, de noppen diep in het gras, met de punt naar voren.

Toen Ben Haverkort, de latere scheidsrechter en intussen Emmen-directeur, ergens in die tijd scoorde in de play-offs, en wij voor de eerste van tien keer dachten dat we naar de eredivisie zouden gaan, richtte de camera van Studio Sport zich op een juichende jongeman achter het doel, springend op zijn ene, goede been.

In het stadion hangen shirts uit elk seizoen. Pijnlijker dan eerder drong laatst tot me door dat Emmen helemaal geen rode shirts met een verticale, witte baan meer draagt, zoals het moet, maar witte shirts met rode flankjes en mouwtjes. Oei, ik kon er niet goed tegen, maar toen zag ik de nieuwe naam van de shirtsponsor  - Hitachi Capital Mobility - en begreep ik dat protesteren voorlopig zinloos was.

Met een snik in de stem kun je wel zeggen dat Emmen mij heeft voortgebracht. Het zijn mijn voetstappen die onder het bedrijventerrein rond het stadion begraven liggen. Alles meegemaakt, overal bij geweest, alles gezien. Behalve de allereerste wedstrijd in de eredivisie, afgelopen zondag, uit tegen ADO Den Haag.

Wie denkt er ook aan dat Emmen zou kunnen promoveren als hij een zomervakantie boekt? Mijn vriendin niet, in elk geval.

ADO Den Haag - Emmen 1-2. Duidelijk verhaal. De anderen zullen aan ons lieve lachertje uit de zuidoosthoek van Drenthe komend seizoen nog een zware pijp tabak gaan roken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.