Opinieperfect beleid

Wie de geschiedenis kent weet: er is een grens aan ‘perfect’ crisisbestuur

De zucht naar controle in crisistijden noopt tot waakzaamheid, leert de geschiedenis, betoogt hoogleraar Ellen Rutten.

Premier Mark Rutte en Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdens het Tweede Kamerdebat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Beeld ANP

Het valt me op dat mensen in deze coronatijd verlangen naar een perfecte overheid én zeggen: de regering streeft te hard naar perfectie, en een volmaakt risicovrije samenleving. En het kabinet met metertjes (zo snierde Maarten Keulemans) ‘wel even zal aangeven hoe ‘hard’ de epidemie gaat’. De metertjes waar we straks naar turen moeten een drang stillen naar vlekkeloze viruscontrole. Maar, vragen critici, bieden ze geen vals houvast in tijden van gekmakende onzekerheid? Hoe kan dat beter? Nobele ambities, die wens om perfect ­bestuurd te worden en om perfect te besturen, maar pas op: beide hebben een lange geschiedenis en ze zijn niet ongevaarlijk. Wees minder bang voor imperfect beleid.

Het nazi-experiment, de Sovjet-ideologie, Noord-Korea: elk van die brute politieke projecten beantwoordt een diep sociaal verlangen naar het volmaakte, perfect controleerbare maatschappelijke systeem. Dat verlangen is eeuwenoud; historici noemen Nero al een ziekelijk perfectionistisch bestuurder. En het groeit wanneer pandemieën dreigen. In tijden van cholera en pest ­gaven burgers altijd grif vrijheden op voor – ik citeer Michel Foucault – een ‘perfect bestuurde’ en ‘van toezicht doordrenkte’ maatschappij.

Ook wij laten meer overheids­ingrijpen toe vanwege covid-19. Ook ik schrijf dit stuk thuis in een geïmproviseerd kantoor. Maar wie de geschiedenis kent weet: er is een grens aan perfect crisisbestuur. Zowel beleidsmakers als burgers doen er goed aan te waken voor een foutloos bestuurde coronamaatschappij.

Imperfect beleid is een effectiever antwoord op de crisis. Dat betekent niet ic-aantallen op hun beloop laten of accepteren dat kunstenaars en horecamensen in nood zijn. Niet dat we overheidsplannen klakkeloos moeten accepteren. Imperfect beleid is geen vrijbrief voor machtsmisbruik noch voor nonchalance of vier-de-imperfectiegoedpraterij. Wat ik bedoel is iets anders.

De Russische filosoof Igor Pomerants schreef eerder dat ‘een absoluut perfecte maatschappij principieel onmogelijk is.’ Volgens hem is ‘de meest perfecte maatschappij … een maatschappij die zijn eigen onvolkomenheid kent en af en toe corrigeert, door van de ene dis­balans naar de andere te bewegen.’ Ons kabinet trok een soortgelijke conclusie. Rutte blijft het zeggen: steeds bijkoersen kost energie en tijd, maar is beter dan hameren op waterdichte oplossingen. Ook, of misschien juist, in een samenleving die niet gewend is aan onzekerheid.

Subtiel ‘gis- en miswerk’, vatte Olaf Tempelman de corona-aanpak van regering en RIVM samen. Die aanpak staat onder druk, nu twijfel over de exitstrategie groeit en het kabinet inzet op een ‘aanlokkelijk metertje op een dashboard dat wel even zal aangeven hoe ‘hard’ de epidemie gaat’. Nu politici en burgers steeds meer zoeken naar grip op de crisis kan het geen kwaad te luisteren naar Pomerants. Hij is niet alleen. 

In 1988 waarschuwde Isaiah Berlin dat ‘de zoektocht naar perfectie’ gemakkelijk muteert in ‘een recept voor bloedvergieten’. En Leela Gandhi – politicoloog en achterkleindochter van Mahatma Gandhi – pleitte recent voor meer ‘moreel imperfectionisme’ en ­minder stelligheid onder westerse politici. Gandhi ziet een obsessie met perfectionisme als gemene deler van imperialisme, fascisme én ­liberalisme – want ook die ideologie worstelt met al wat afwijkt van de (witte, masculiene en bevoorrechte) sociale norm. In deze en andere westerse politieke stromingen botst perfectionisme steeds met een functionerende democratie.

‘Omarm je imperfectie’ is een goedbedoelde maar wat goedkope lijfspreuk van influencers en TEDx-sprekers. Gandhi, Berlin en Pomerants zeggen iets anders: imperfect beleid is hard werken, maar het enige juiste antwoord op een verleiding die toeneemt, die van snelle oplossingen en ideale politieke plaatjes in tijden van sociale crisis.

Wat daar mis mee is, toont Rusland, waar men graag sleutelt aan statistieken. Corona eist er veel minder levens dan elders, meldden de autoriteiten onlangs trots. Nee, zeiden critici, de overheid verdraait cijfers om zich lakser beleid (lees: meer sterfgevallen) te kunnen permitteren. Zie ook de VS, waar Trump experts uitfoetert en levensgevaarlijke wondermiddeltjes aanprijst – alles om de burger snel te sussen. Leiderschap in tijden van crisis, schreef oud-FBI-directeur Comey in een boze reactie, is ‘openheid’, niet ‘faking it so people don’t freak out’.

Intussen concludeerden onderzoeksjournalisten: de Russische coronastatistieken zijn geen staatsbedrog. Het Kremlin heeft alleen zó’n geloofwaardigheidsprobleem dat niemand het nog gelooft. De les is helder. Een overheid die niet terugdeinst voor imperfecties maakt een moreel verantwoorde én slimme keus: die kweekt vertrouwen. 

Ellen Rutten is hoogleraar ­Russische & Slavische studies aan de UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden