Opinie

Wie Andere Tijden koppelt aan ‘historisch besef’ slaat de plank volledig mis

Zowel de gefnuikte plannen van de NPO om Andere Tijden van de buis te halen als de verdediging van het tv-programma door academische historici maakt duidelijk dat Nederland niet veel op heeft met geschiedenis, betoogt Bastiaan Bommeljé.

Scène uit Andere Tijden, seizoen 23: Nederlandse militairen in Nieuw-Guinea. Beeld NTR
Scène uit Andere Tijden, seizoen 23: Nederlandse militairen in Nieuw-Guinea.Beeld NTR

Dat de NPO na een mediastormpje aan protesten het geschiedenisprogramma Andere Tijden toch niet opdoekt, zoals het plan leek, laat een ambivalent gevoel achter. Dat ook het radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd (OVT) allang de kille adem van de omroepbonzen in de nek voelt, laat weinig ruimte voor twijfel over wat de intenties met Andere Tijden waren. Anderzijds maakte de verdediging van het programma door academische historici met het aanroepen van ‘historisch besef’ ook niet vrolijk.

Het hele relletje bewijst vooral dat Nederland geen land is voor geschiedenis. Dat blijkt ook uit de geschiedenis van geschiedenis te onzent. Nadat geschiedenisles in 1857 verplicht was geworden in het lager onderwijs (‘tot opwekking van vaderlandsliefde als bestanddeel der nationale opvoeding’), kreeg het vak in 1860 een door Robert Fruin beklede eigen leerstoel in Leiden – die regelmatig onder vuur lag, zoals vorig jaar nog toen de universiteit de omschrijving ‘Vaderlandse geschiedenis’ niet hip genoeg meer vond.

Uiteindelijk werd geschiedenis pas in 1921 een zelfstandige afstudeerrichting in Nederland, zowat een eeuw later dan in de rest van Europa. Niet dat dit veel hielp. Bij een van de 29 onderwijshervormingen waarop regering en Tweede Kamer de natie de afgelopen decennia hebben getrakteerd, werd geschiedenis op de middelbare school een ‘keuzevak’. Nederland werd daarmee zowat het enige land in Europa waar kennis van het verleden geen verplicht onderdeel van het eindexamen is. Het gevolg laat zich raden: steeds minder leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen na de derde klas nog geschiedenisles. In 2017 deed nog slechts 8 procent van de vo-leerlingen eindexamen in geschiedenis, berichtte Science Guide onlangs.

Open brief

In dit perspectief is het wellicht enigszins sneu, maar niet verbazingwekkend dat de zeventien academische historici de geschiedkundige plank zo missloegen in hun open brief tegen de beëindiging van Andere Tijden, die werd gepubliceerd in De Telegraaf. Deze geschiedkundigen betoogden dat het opdoeken van het tv-programma om niet minder ging dan een aanslag op het ‘historisch besef’. En, zo stipuleerden ze: ‘Historisch besef is een noodzakelijke voorwaarde voor een volwassen samenleving die niet gedoemd wil zijn om grote en kleine fouten uit de geschiedenis te herhalen.’

Tot de ondertekenaars behoren onder anderen de hoogleraren Beatrice de Graaf, Lotte Jensen en Judith Pollmann, alsook Geert Mak en directeur van De Balie Yoeri Albrecht. Zulks laat onverlet dat wat zij betogen kletskoek is.

Het is misschien geen halszaak dat mistig blijft wat men bedoelt met een ‘volwassen samenleving’ – toch niet een maatschappij waarin terraszitten het hoogste cultuurideaal is, waarin een derde van de leerlingen het primair onderwijs verlaat als laaggeletterd en waarin het songfestival een hysterische overdosis media-aandacht krijgt? Het wringt des te meer dat duister is wat ‘historisch besef’ zou moeten betekenen.

Blijkbaar menen deze historici dat het iets is dat je krijgt door naar een tv-programma te kijken. Maar hoe maakt men zich dat besef dan eigen? Is één uitzending van Andere Tijden voldoende of dient men elke uitzending te zien om tot volwaardig historisch besef te komen? Krijgt een mens ooit te veel historisch besef? Heeft een historicus van de Klassieke Oudheid meer historisch besef dan een historicus van contemporain terrorisme? Komt het besef tot je als een openbaring of kan men het door oefening verwerven? En zou je zonder historisch besef inderdaad ‘gedoemd zijn fouten uit het verleden te herhalen’, maar welke dan?

Onderwijs

Er is ooit geopperd dat het schoolvak geschiedenis zou moeten opleiden tot historisch besef. Niet voor niets klonken er onmiddellijk vanuit het onderwijsveld bezorgde vragen over hoe dat ‘historisch besef’ dan zou moeten worden onderwezen. En hoe valt besef te toetsen?

Getuigt het bijvoorbeeld wel of niet van historisch besef als men meent dat het leed van de slavernij nog op de schouders van huidige generaties drukt? En getuigt het wel of niet van historisch besef wanneer men betoogt (zoals een cultuurhistoricus onlangs deed in NRC Handelsblad) dat de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant ‘geen inclusieve denker’ was? Of neigt dit misschien naar een gebrek aan besef van anachronisme?

Dat de academische historici de plank missloegen, is geen reden te denken dat vroeger alles beter was, want dat was het niet. Ook toen al mopperden vooraanstaande historici al te vaak over het gebrek aan ‘historisch besef’ van de natie, terwijl het toen ook al een betekenisloos begrip was.

Kennis en argumentatie

Er bestaat wel zoiets als historische kennis en een bijbehorend historisch perspectief, maar er bestaat geen ‘historisch besef’, net zomin als er een ‘scheikundig besef’ of een ‘neerlandistiek besef’ bestaat. Het aardige van geschiedkunde is juist dat het niet gaat om mystieke openbaring, maar om kennis en argumentaties. En die staan voor iedereen open volgens regels die voor iedereen hetzelfde zijn.

Historici kunnen op geen enkele manier aanspraak maken op inzicht op basis van ‘besef’. Wie anders beweert, heeft een sjamanistische opvatting van geschiedenis die even lachwekkend als verontrustend is.

Bastiaan Bommeljé is historicus, uitgever en boekhandelaar; hij was 25 jaar redacteur van Hollands Maandblad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden