Wetenschap moet barricaden op

Wetenschappers vertrouwen er niet op dat politici de ernst van de klimaatcrisis begrijpen. Hun boodschap komt niet over. Daarom moeten ze zelf hun nek uitsteken en politici opzoeken

Klimaatwetenschappers worden steeds sceptischer over de politiek. In het voorjaar van 2009 enquêteerde het Engelse dagblad The Guardian honderden klimaatwetenschappers. Zij waren bijeen op een congres in Kopenhagen om de nieuwste wetenschappelijke inzichten over klimaatcrisis met elkaar te bespreken. Maar liefst 90 procent van de wetenschappers zei niet te verwachten dat de temperatuurstijging aan het eind van de eeuw beneden de 2 graden zou blijven.

Stijging

De meesten houden rekening met een temperatuurstijging van 4 graden of meer. Een verhoging van de gemiddelde temperatuur in de wereld van meer dan 2 graden wordt als zeer kritisch gezien. De gevolgen voor miljarden mensen zullen groot zijn en er is een serieus gevaar dat het klimaat op hol slaat. Het officiële doel van de politiek is de temperatuurstijging onder de 2 graden te houden.

Volgens een meerderheid van de wetenschappers kán de temperatuurstijging ook heel goed beperkt blijven tot minder dan 2 graden, maar dan moet de politiek nu wel in actie komen. Daarin hadden deze wetenschappers nu juist geen vertrouwen. ‘Ik denk dat een compleet begrip van wat er nu moet gebeuren, en een begrip van wat de consequenties zijn als de acties uitblijven, ontbreekt bij politici en het grote publiek’, aldus een van hen in The Guardian.

De verwijten die de wetenschappers de politiek en ook de journalistiek maken, zijn terecht. Journalisten zitten vaak gevangen in hun eigen medialogica. Ze leveren vaak kortebaanwerk, terwijl de klimaatcrisis bij uitstek een langetermijnprobleem is. De blik van de meeste media reikt enkele dagen ver of enkele weken en bij uitzondering enkele maanden. Een paar jaar vooruit kijken, laat staan enkele decennia, is zeer ongebruikelijk. Natuurlijk, de laatste jaren worden de grotere studies van wetenschappers door de serieuzere media getrouw samengevat. Maar vaak ontbreekt de follow-up, het doordenken en verder kijken en blijft het perspectief op de korte termijn prevaleren.

Lezen
Politici halen hun kennis vooral uit de media, ze consumeren – met andere woorden – verwerkte informatie. Bijna geen politicus zal zelf de wetenschappelijke studies lezen van de klimaatwetenschappers. Ze zijn daardoor slecht geïnformeerd. Bovendien komt deklimaatcrisis hun ook gewoon slecht uit. Ze moeten nu handelen, terwijl de grote gevolgen zich pas zullen voordoen als zij allang het politieke toneel hebben verlaten. De neiging om de kop in het zand te steken is groot en de politieke aanpak kenmerkt zich vooralsnog door vrijwilligheid en vrijblijvendheid. Echt serieuze maatregelen worden keer op keer op de lange baan geschoven.

Toch is het ook deels aan de wetenschappers zelf te wijten dat hun bevindingen niet in politieke actie uitmonden. Rob van Dorland, prominent klimaatonderzoeker bij het KNMI, zei tijdens een debat in de Balie begin september: ‘Wij zijn er om objectieve informatie te verschaffen en niet om politiek te bedrijven.’ Maar zou een klimaatwetenschapper zich er niet veel nadrukkelijker om moeten bekommeren of de rest van de maatschappij de ernst van zijn bevindingen wel goed begrijpt? Of de politiek zich wel realiseert welke risico’s er genomen worden?

Mis
Want hier gaat het vaak mis. De boodschap komt niet over, ook omdat het klimaatsysteem dermate complex is dat het lastig is om eenduidige uitspraken te doen over precieze effecten en het onmogelijk is om met 100 procent zekerheid voorspellingen te doen. Het gaat niet om de vraag of er wel sprake is van klimaatverandering als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen (daarover is bij 99 procent van de wetenschappers geen twijfel meer), maar wat hiervan op welke termijn, en waar, de precieze effecten zijn.

Klimaatwetenschappers proberen met computermodellen, simulaties en toekomstscenario’s de werkelijkheid te benaderen. Maar zorgvuldig en objectief als ze willen zijn, benadrukken ze steeds dat er in hun voorspellingen onzekerheden zitten. Ze houden bovendien ruime marges aan: ‘De zeespiegel zal stijgen met 50 centimeter tot 120 centimeter’, of ‘De temperatuur zal omhoog gaan met 1,4 tot 5,6 graden.’ In de natuurwetenschappelijke omgeving is het logisch deze onzekerheden nauwkeurig te benoemen. De onzekerheden markeren de ontbrekende kennis en dicteren de onderzoeksagenda. Maar elders in de maatschappij leidt deze wijze van presentatie vaak tot verwarring.

Gevaar
Rob van Dorland onderkent het gevaar. ‘Hierdoor geven we wellicht politici redenen om niks te doen. Misschien moeten we naast de onzekerheden vooral de risico’s veel scherper gaan benadrukken.’ Dat is de crux: voor het maatschappelijke handelen zijn de grote risico’s die gepaard gaan met de klimaatverandering veel relevanter dan de wetenschappelijke onzekerheidsmarges.

Vergelijk het met de Mexicaanse griep. Er is onzekerheid over mutatie van het virus naar een levensgevaarlijke variant. Het risico lijkt niet groot, maar toch neemt de overheid vele maatregelen en bestelt voor honderden miljoenen euro’s vaccins. Minister Klink wil terecht het risico niet lopen dat hij straks te laat is. Twee Nederlandse griepwetenschappers – Osterhaus en Coutinho – werden bekende tv-persoonlijkheden, omdat zij voortdurend aandacht vroegen voor de risico’s. Wanneer ze slechts op de wetenschappelijke onzekerheden hadden gewezen, waren ze niet verder gekomen dan het Kenniskatern van de Volkskrant.

Hier ligt een grote opgave voor de klimaatwetenschappers: wijzen op de risico’s van de steeds maar toenemende CO2-uitstoot. Want ook als het niet zeker is – maar de kans er op wel 50 procent – dat de door miljoenen bewoonde delta’s van Bangladesh nog in deze eeuw onder water komen te staan, nemen we een onaanvaardbaar groot risico.

Verzuring
Wat het voor de wetenschappers zelf extra lastig maakt om goed begrepen te worden, is dat iedere wetenschapper maar een deel van het complexe probleem bestudeert. De een onderzoekt de effecten van de verzuring van oceanen, de ander de rol van het veen, weer een ander analyseert de betekenis van zonnevlekken. Niemand kan alles bestuderen. Slechts eens in de vijf jaar komen duizenden klimaatwetenschappers bijeen voor de inmiddels befaamde IPCC-rapporten. We moeten nog meer dan twee jaar wachten op een nieuwe update van deze wereldwijde kennis. Spijtig genoeg kan de besluitvorming op de aanstaande VN-top in Kopenhagenniet gebaseerd zijn op de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

De klimaatonderzoekers worden wel steeds ongeruster en hun behoefte zich publiek te uiten wordt groter. De wetenschappers die door The Guardian geënquêteerd werden, formuleerden aan het slot van het congres een officiële boodschap voor iedereen die het wilde horen: ‘There is no excuse for inaction.’ Zij riepen het publiek op om van hun regeringen te eisen eindelijk echt wat te gaan doen aan de klimaatverandering.

Sommige wetenschappers gaan nog een stap verder. Jim Hansen is de bekendste. Hansen, inmiddels in de zestig, werkt bij de NASA en is al decennialang een zeer gerespecteerd klimaatonderzoeker. Hij doet actief mee aan geweldloze blokkades van kolencentrales.
‘Geweldloze acties zijn legitiem want het democratische proces werkt onvoldoende. We hebben geen tijd te verliezen’, aldus Hansen. Hij is ook zeer sceptisch over de onderhandelingen voor een nieuwe wereldwijd klimaatverdrag, die in Kopenhagen tot een goed einde gebracht moeten worden. Hansen pleit voor een wereldwijd verbod op het bouwen van nieuwe kolencentrales.

Andere wetenschappers gaan de verbale strijd aan met de passiviteit van de politiek. De bekendsten zijn de Duitse klimaatwetenschappers Schellnhuber en Rahmsdorf, die met kracht pleiten voor het opschroeven van de mondiale reductiedoelstellingen en die de politiek waarschuwen voor de gevolgen van inertie. Schellnhuber gebruikt daarbij het harde beeld van de Russische roulette: willen we de gok wagen ons een kogel door het hoofd te schieten?

Ivoren
De klimaatwetenschappers zullen hun ivoren torens moeten verlaten. ‘Objectieve wetenschap’ bestaat niet. Iedere wetenschapper zal zich ook dienen te bekommeren om de maatschappelijke impact van z’n onderzoeksresultaten en zich er veel meer van moeten vergewissen of z’n conclusie ook de media en het publiek bereiken. Daarbij zullen ze veel meer de grote risico’s die we lopen moeten benadrukken.

Tegelijkertijd zullen de politici zich open moeten stellen voor deze ‘onwelkome’ boodschap. Zij zullen hun verantwoordelijkheid dienen te nemen.

Zoals het CPB en het kabinet rond prinsjesdag het debat over de economische crisis massief en effectief hebben verpakt (‘bezuinigingen van 35 miljard zijn onontkoombaar’), zo zou het kabinet samen met klimaatwetenschappers de maatregelen tegen de klimaatcrisis moeten aanpakken met een even massief offensief: reductie van CO2-uitstoot met 40 procent is pure noodzaak in 2020.

Waarom worden dáárvoor geen twintig ambtelijke werkgroepen ingesteld? Waarom verlangen we ter bestrijding van de klimaatcrisis ook niet dat binnen een jaar grote besluiten worden genomen? Wanneer wetenschap en politiek samen in één richting wijzen, verwacht ik dat de hoofdstroom in de media zal volgen. En in zo’n context ontstaat politieke ruimte om de crisis te bezweren.

Wijnand Duyvendak. Dit is een ingekorte versie van een artikel De Helling, het wetenschappelijk tijdschrift van GroenLinks.

Zondagmiddag 16.00

De Rode Hoed,
Keizersgracht 102
020-6385606

Kansen voor het klimaat
Is na Kyoto een nieuw klimaatakkoord haalbaar? Hoe kunnen ontwikkelingslanden de gevolgen van de opwarming van de aarde keren?
Doet Europa genoeg? En doet Amerika mee?
In aanloop naar de top in Kopenhagen
een debat over de klimaatonderhandelingen.
Met minister Jacqueline Cramer (VROM),
ondernemer Ruud Koornstra (auteur van
Wat LED je? Met een lampje de wereld redden) en Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit Utrecht. Met een column van Simon Rozendaal (Elsevier).


Presentatie Paul Brill en Remco Meijer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.