Opinie

Wetenschap kan buitenlandbeleid verbeteren

Het buitenlandbeleid kan zijn voordeel doen met de gedragswetenschappen en de complexiteitsleer.

Voormalig minister van Buitenlandse Zaken en eerste vicepresident van de Europese Commissie Frans Timmermans (L) en EU-buitenlandchef Federica Mogherini tijdens een debat over de onderliggende oorzaken van de migratieproblematiek. Beeld afp

De deal met Turkije ligt onder vuur, maar heeft er wél voor gezorgd dat de vluchtelingenstroom in de Egeïsche Zee onder controle is gebracht. Dat was een politieke noodzaak in de Europese Unie waar de spanningen hoog opliepen. Rutte onderhandelde als EU-voorzitter de deal uit met Merkel en de Turkse premier Davutoglu. Coalitiegenoot Samsom had het plan eerder bij Rutte gepusht. Maar het 'plan-Samsom' kwam van de wetenschapper Gerald Knaus. Daarmee is de vluchtelingendeal met Turkije een uitstekend voorbeeld van hoe academische kennis kan bijdragen aan effectief buitenlandbeleid.

Zeker nu de Britten uit de EU stappen, kent ons buitenlandbeleid weinig zekerheden meer. Incidenten en crises domineren. Daar zo goed mogelijk mee omgaan is het devies. Maar wat is ons houvast? Het Nederlandse buitenlandbeleid draait al eeuwenlang om de uitgangspunten peace, profits and principles. En sinds de Tweede Wereldoorlog vertrouwt Nederland vooral op internationale allianties en samenwerking om die uitgangspunten te realiseren. Voor vrede en veiligheid op de NAVO (de VS voorop), voor welvaart op de EU (Duitsland voorop) en voor rechtsorde, mensenrechten en rechtvaardigheid op het multilaterale stelsel (de Verenigde Naties voorop).

Ontwikkelingen blijven analyseren

Maar onze uitgangspunten en allianties kunnen niet statisch zijn, net zomin als de wereld dat is. Het is daarom onze dure plicht ze voortdurend te toetsen en te herijken en de ontwikkelingen in de wereld te blijven analyseren. Er is een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar: data, statistieken, rapporten van adviesraden, planbureaus en denktanks, wetenschappelijke studies. Maar politici en beleidsmakers moeten vaak snel beslissen. Ze doen dat op basis van op dat moment beschikbare informatie, impliciete aannames en hun eigen waardenpatronen en intuïtie. Ze maken dus weinig gebruik van wetenschappelijke inzichten. Dat is een gemiste kans, want zonder kennis en diepere analyse worden we stuurloos in ons buitenlandbeleid.

Twee takken van wetenschap in het bijzonder kunnen helpen ons buitenlandbeleid robuuster te maken: gedragswetenschappen en complexiteitsleer. Gedragswetenschappers zoals Daniel Kahneman leren ons hoeveel valkuilen er in ons denken zitten. Hij noemt intuïtief beslissen op basis van beperkte informatie 'Systeem 1'-denken. Dat is soms nodig, zeker onder tijdsdruk. Maar het kan ook tot fouten leiden: denk aan de inval in Irak. Daarom moeten we onszelf dwingen 'Systeem 2' in te zetten waar mogelijk: zoeken naar vergelijkingsmateriaal, controleren of we wel de juiste vraag beantwoorden, andere perspectieven toelaten.

Commentatoren worden vooral in de media gevraagd als ze stevige uitspraken en voorspellingen doen. Maar ze doen dat altijd in vage, oncontroleerbare termen zoals 'misschien', 'mogelijk', 'waarschijnlijk'. De CIA financierde een onderzoek van Phil Tetlock met een voorspellingstoernooi: deelnemers drukken daarin voorspellingen in cijfers uit en werken ze bij als er nieuwe inzichten zijn. Zo kun je achteraf nagaan of voorspellingen kloppen. De resultaten zijn spectaculair: 'superforecasters', vrijwilligers die goed zijn in het herkennen en omzeilen van cognitieve valkuilen, blijken veel beter te voorspellen dan experts die toegang hebben tot vertrouwelijke informatie.

Van de natuurwetenschappen naar de sociale wetenschappen

Ook de complexiteitsleer kan ons buitenlandbeleid helpen. Die breidt zich uit van de natuurwetenschappen naar de sociale wetenschappen. Complexe systemen komen we tegen in de natuur, maar ook in menselijke creaties zoals steden en het energiesysteem. Het begrijpen ervan draait om netwerken en de actoren daarin, sociale normen, het ontstaan van patronen en niet-lineaire dynamiek. Een complex systeem kun je in kaart brengen en voor een deel ook beïnvloeden, maar niet volledig naar je hand zetten. Een complexiteitsbenadering kan ons helpen het Midden-Oosten of de Eurozone beter te begrijpen en wat we er wel en niet aan kunnen veranderen.

Beleid en wetenschap moeten meer moeite doen om elkaar te vinden. Elkaar te versterken zonder op elkaars stoel te gaan zitten, door uitwisselingen en gemeenschappelijke projecten. We moeten bruggen slaan en afdalen in de kloof, zodat beleid en wetenschap elkaar vinden. Dan ontstaan de interessantste ideeën. Ideeën die ons buitenlandbeleid van houvast en impulsen voorzien.

Jochem Wiers spreekt op 28 juni zijn oratie uit als bijzonder hoogleraar Beleidsontwikkeling van de Nederlandse buitenlandse betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Jochem Wiers is hoofd Strategische Advisering van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Jochem Wiers.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.