Wetenschap en bedrijfsleven maken elkaar juist sterker

Het wantrouwen vanuit de wetenschap dat bemoeienis van het bedrijfsleven met onderzoek ten koste zou gaan van de kwaliteit is onjuist gebleken.

Beeld thinkstock

Nederland zal het voor zijn toekomstige welvaart en welzijn moeten hebben van investeringen in onderzoek en innovatie. De Europese commissie heeft dit recent nog benadrukt in zijn beleidsaanbevelingen aan Nederland. Investeren alleen is echter niet genoeg. Het gaat ook om uitstekende verbindingen in het innovatiesysteem, vooral tussen wetenschap en bedrijfsleven. De WRR noemt dit 'kenniscirculatie'.

Deze wisselwerking tussen bedrijfsleven en wetenschap heeft in het 'Topsectorenbeleid' een verdere impuls gekregen. Toch is er vanuit de wetenschap nog veel wantrouwen over dit beleid richting het bedrijfsleven. Rondom het voornemen van het kabinet om te komen tot een wetenschapsagenda kwam dit duidelijk tot uiting. De universiteit als 'hoer van het bedrijfsleven' of 'Unilever en VNO-NCW delen pepernoten uit aan de wetenschap'. Het zijn slechts twee voorbeelden uit de bloemlezing van reacties. Kern van de kritiek is dat te veel bemoeienis van het bedrijfsleven ten koste gaat van de kwaliteit van de wetenschap en dat het fundamentele onderzoek erdoor in de verdrukking komt. Het bedrijfsleven heeft immers geen geduld om te investeren in lange termijn-onderzoek, zo luidt de opinie van critici.

Realistischer

Maar is dat nu zo? Een recente evaluatie van het IPP (industrial partnership programme)-instrument van FOM (fundamenteel onderzoek der materie) lijkt op het tegengestelde te wijzen. Een IPP is bedoeld voor meerjarig fundamenteel onderzoek door FOM-medewerkers, in nauw contact met bedrijfsonderzoekers op gebieden met goede innovatiepotentie en uitdagende wetenschappelijke vragen. Gezamenlijk onderzoek dus, dat mogelijk baanbrekende innovaties oplevert.

De evaluatie laat zien dat de wetenschappelijke kwaliteit en opbrengst van de IPP's ruim boven het Nederlandse gemiddelde ligt. En voor de duidelijkheid: de wetenschappelijke kwaliteit en impact van dit gebied is in Nederland zeer goed. Bovendien geven de academische partners aan dat de industriële samenwerking hen realistischer maakt over de behoeften van de industrie, wat aangeeft dat er verbeterde afstemming is van onderzoekagenda's tussen de academische wereld en het bedrijfsleven.

Ook de promovendi spinnen er garen bij. Ze ronden hun promotie gemiddeld genomen in 51,6 maanden af en dat is gemiddeld genomen 7,5 maanden sneller dan het landelijk gemiddelde. Promovendi uit de IPP's kiezen direct na hun promotie bijna tweemaal vaker dan gemiddeld bij FOM voor een carrière in de industrie. En dat gemiddelde van FOM zal eerder hoger dan lager liggen dan het landelijk gemiddelde. Kortom, de samenwerking met de industrie heeft positief bijgedragen aan de carrière en het industriële netwerk van de promovendus.

Thomas Grosfeld

Positief voor de wetenschap

De betrokken bedrijven geven aan veel te hebben aan het onderzoek binnen de IPP's: het geeft toegang tot excellente wetenschappers en complementaire kennis, toegang tot gekwalificeerde getalenteerde potentiële werknemers, en leidt in een aantal gevallen tot een basis voor nieuwe innovaties.

De resultaten zijn positief voor de wetenschap, want er is sprake van een fors hefboomeffect. Terwijl de financiële inleg vanuit FOM minder dan eenderde van het totaalbudget bedraagt, is de wetenschappelijke opbrengst vergelijkbaar met andere FOM-programma's en is de impact van het onderzoek hoger dan het Nederlands gemiddelde. Deze succesvolle hefboom is enerzijds het gevolg van de omvang van de in cash-bijdrage vanuit de industrie (gemiddeld circa 54 procent van het totale IPP-budget). Via het topsectorenbeleid wordt vervolgens ook nog ingelegd, wat zorgt voor verdere intensivering en verbreding van het onderzoek. Het beeld dat het bedrijfsleven niet zou willen investeren in fundamenteel onderzoek kan dus in de prullenbak. Het gaat er vooral om hoe je het vormgeeft. Het IPP geeft hier de nodige lessen voor zowel het topsectorenbeleid als de wetenschapsagenda.

Kortom, door echt samen te werken komen we uit de algemeenheden en tegenstrijdigheden maar werken we aan een gezamenlijk doel: de Nederlandse kenniseconomie en -samenleving verder brengen. Het laat vooral zien dat met een goed gekozen instrument, met zowel voordelen voor publieke als private partijen, fundamenteel onderzoek en innovatie hand in hand kunnen gaan. Een veel bredere toepassing van dit IPP-instrument in de wetenschap lijkt voor de hand te liggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden