Opinie

Wetenschap: eerder 'brain circulation' dan 'brain drain'

De conclusie dat steeds meer toptalent naar het 'rijke' buitenland vertrekt, is moeilijk hard te maken, betoogt Wout Scholten.

Wout Scholten
Aankomende studenten van Erasmus Universiteit Rotterdam, augustus 2015. Beeld anp
Aankomende studenten van Erasmus Universiteit Rotterdam, augustus 2015.Beeld anp

In het Volkskrantvoorpagina-artikel van afgelopen woensdag ('Wetenschap vreest uittocht toptalent', voorpagina, 30-09-2015) wordt beweerd dat steeds meer toptalent naar het 'rijke' buitenland vertrekt. Die conclusie is voorbarig en vooralsnog gebaseerd op anekdotisch bewijs. Veel zaken die in het artikel genoemd worden zijn op dit moment niet hard te maken. Wat er wel bekend is wijst eerder op brain circulation dan op de gevreesde brain drain.

Het is overigens niet opmerkelijk dat er in de discussie over de wetenschappelijke 'war on talent' naar anekdotisch bewijs gegrepen wordt, want er is weinig bekend over de kwaliteit van de wetenschappers die Nederland verlaten, of naar Nederland (terug)komen.

Wat weten we wel?

Wat weten we dan wel? We weten dat de internationale mobiliteit onder wetenschappers toeneemt. Er gaan veel wetenschappers naar het buitenland, maar er komen er ook veel naar ons land. Dit is het best zichtbaar onder promovendi en postdocs. Op veel Nederlandse universiteiten komt bijna de helft van het aantal promovendi uit het buitenland. We weten ook dat wetenschappers vaak weer terugkeren naar hun vaderland, bijvoorbeeld als de kinderen naar school moeten. We zouden in dit geval dus zelfs kunnen spreken van brain circulation.

En tot slot weten we dat het Nederlandse wetenschapssysteem er relatief goed opstaat binnen Europa. Ter illustratie, de winnaars van de prestigieuze Europese ERC-grants mogen deze beurs meenemen naar een Europese universiteit naar keuze. In die markt van reizende topwetenschappers met een flinke beurs op zak, verwerft Nederland meer talent dan dat het verliest.

We weten dus wel iets, maar we weten lang niet alles over het wetenschappelijk talent dat Nederland verlaat of juist binnenkomt. En dan gaat het hierboven nog puur over aantallen, over de kwantiteit. Interessanter is natuurlijk de kwaliteit. Hoe goed zijn de wetenschappers die hier komen? Ruilen we knollen voor citroenen?

Geen financiële prikkel

Het Rathenau Instituut onderzoekt die vragen. Want als blijkt dat toptalenten Nederland op grote schaal verlaten en er mindere goden voor in de plaats komen, zou dat een belangrijk signaal zijn dat het Nederlandse wetenschapssysteem zijn aantrekkingskracht verliest. Maar voor nu geldt dat een grootschalig verlies aan toptalent nauwelijks te onderbouwen is.

Stel dat er wel echt sprake is van een uittocht. Hoe moeten we die dan stoppen? Eén 'investering', waar de raden van toezicht en colleges van bestuur voor hebben gepleit, zal in ieder geval weinig uithalen: het versoepelen van de Wet normering topinkomens. Hoogleraren zitten niet alleen al ruim onder deze norm (en de versoepeling zal dus met name gunstig uitpakken voor de hoogste bestuurders), ook blijkt uit onderzoek dat wetenschappers bij uitstek gedreven worden door vakinhoudelijke kansen en uitdagingen en niet door financiële prikkels.

Wout Scholten onderzoekt bij het Rathenau Instituut de internationale mobiliteit van wetenschappers.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden