Wet rondom Nederlanderschap is een staaltje willekeur

Nationaliteit De wet inzake het automatisch verlies van het Nederlanderschap is in strijd met hogere regelingen.

Vrouwen op de pier in Spakenburg, juni 2008. Beeld Bert Verhoeff

In een rapport dat op 10 mei verscheen is de Nationale Ombudsman van leer getrokken tegen een bepaling in de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), die voorschrijft dat Nederlanders die nog een tweede nationaliteit bezitten volautomatisch het Nederlanderschap verliezen als ze tien jaar lang buiten Nederland of de andere landen van de Europese Unie wonen en in die tijd geen nieuw paspoort hebben gekregen.

De Ombudsman had een klacht gekregen van een dame die in Mauritius woonde en tot haar ontsteltenis moest vernemen dat zij haar Nederlanderschap was kwijtgeraakt, toen zij een paspoort aanvroeg. Naar aanleiding van haar klacht heeft de Ombudsman zich afgevraagd of dat vaker voorkwam, en daar een onderzoek naar ingesteld, waaruit bleek dat het geval in kwestie allerminst alleen stond. Bovendien is er een dark number waarvan de omvang niet makkelijk is vast te stellen. Zeker is dat er talrijke Nederlanders in het buitenland rondlopen die feitelijk Nederlander af zijn, zonder dat zij dat weten.

Het is merkwaardig dat in het kader van de terrorismebestrijding allerlei bipatride Nederlanders hun Nederlanderschap verliezen als een soort straf voor hun bijdrage aan het terrorisme in het Midden- en Verre Oosten, waarbij kabinet en parlement zich in allerlei bochten wringen om nog een minimum aan rechtsbescherming bij deze ontneming te bieden, terwijl dat bij onschuldige Nederlanders buitenaf zonder vorm van proces toegaat. Zij worden geacht geen binding meer te hebben met Nederland en worden dus uitgestoten. Het is de verantwoordelijkheid van de burger om zijn nationaliteitsrechtelijke positie in de gaten te houden.

De Ombudsman vindt deze gang van zaken onacceptabel. Er zitten twee kanten aan. In de eerste plaats die van informatievoorziening door de overheid. Al is die wel een beetje verbeterd de laatste tijd (mogelijk ook in verband met de klacht bij de Ombudsman), er schort nog steeds veel aan. Dat is ook in overeenstemming met de positie van de overheid, dat het het pakkie-an is van de mensen om zich te informeren. Op zijn minst is hier dubbelzinnigheid troef: enerzijds ontkent de overheid een informatieplicht te hebben, anderzijds zegt ze haar leven te beteren en de informatie eenduidiger en toegankelijker te maken. De Ombudsman doet een aantal voorstellen ter verbetering, onder meer door info in of bij het paspoort en op sites van de overheid.

Maar hij gaat verder en vraagt zich af of de wetgeving wel deugt. Het plompverloren verlies van het Nederlanderschap zoals vormgegeven in de RWN kan de toets van kritiek van het Europees recht niet doorstaan. Aan het Nederlanderschap is het Unieburgerschap verbonden, en daarom eist het Europees recht bij monde van het Europese Hof van Justitie dat Europeesrechtelijke beginselen in acht genomen worden bij verlies van de nationaliteit.

Daarbij treedt vooral het evenredigheidsbeginsel op de voorgrond. Dat brengt mee, dat per geval de binding met het Nederlandse vaderland beoordeeld moet worden en dat automatisme uit den boze is, nu verlies van het Nederlanderschap verlies van het Unieburgerschap met zich meesleept. Bovendien is er een Europees Nationaliteitsverdrag dat zijn eisen stelt waaraan de regeling niet voldoet.

Ulli d'Oliveira.

Wel mag een staat zijn nationaliteit ontnemen aan mensen die geheel vervreemd zijn - geen genuine link hebben, in het jargon - maar uit de toelichting wordt duidelijk dat dat niet gaat over de eerste generatie Nederlanders buitenaf, maar om volgende. En bovendien is de blokkade van het verlies, het krijgen van een nieuw paspoort of bewijs van Nederlanderschap wel een heel schrale en instrumentele manier van vaststellen van binding met het vaderland.

Het onderhouden van contacten met Nederland kan zoveel vormen aannemen, dat het willekeurig en armoedig aandoet dat dit volgens de wet alleen kan blijken uit het aanvragen van een paspoort en dergelijke vormen van contact met de overheid. Tellen contacten met familieleden of de samenleving in zijn geheel niet mee? Kortom: de wettelijke bepaling is een staaltje willekeur. Naar mijn mening moet die dan ook verdwijnen als in strijd met hogere regelingen.

Ook de Ombudsman doet de aanbeveling de bepaling te laten verdwijnen en een soepele regeling te ontwerpen voor Nederlanders die ten prooi zijn gevallen aan deze willekeur. Voor het schrappen van de bepaling is niet veel wetgevende arbeid nodig. Het kabinet moet snel aan de bak.

Ulli d'Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden