Opinie Syrië

Werkelijke vrede is in Syrië nog heel erg ver weg

Onder de bestaande repressieve dictatuur van al-Assad, is een verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen in zijn land praktisch onmogelijk, betoogt voormalig speciaal gezant voor Syrië Nikolaos van Dam.

Een buitenwijk van Damascus, versierd met een portret van president Assad. Beeld AFP

Als gevolg van de in 2011 losgebarsten revolutie en de daaropvolgende oorlog is de schade die is toegebracht aan het verfijnde weefsel van de Syrische samenleving uitermate ingrijpend: meer dan een half miljoen doden, miljoenen vluchtelingen en kolossale schade in materiële zin. Afgaande op de ervaringen met het Syrische regime en zijn tegenstanders uit het verleden kan met redelijke zekerheid worden vastgesteld dat er nog lang geen sprake kan zijn van ‘werkelijke vrede’, in de zin dat de mensen vreedzaam in harmonie met elkaar kunnen en willen samenleven. Het kan zelfs generaties duren voordat het zover is.

Van pogingen om het regime ten val te brengen had kunnen worden verwacht dat deze gepaard zouden gaan met bloedvergieten op enorme schaal.

Niet stilgestaan bij te voorspellen bloedbad

Buitenlandse politici die de oppositie met wapens, financiële en politieke steun te hulp schoten in de hoop het regime ten val te brengen, hebben zelden of nooit de indruk gewekt dat zij bij dit te voorspellen bloedbad hebben stilgestaan en dat hun hulp – die ontoereikend bleek om hun doel van ‘regime change’ te bereiken – eerder zou leiden tot een verlenging van de bloedige oorlog, dan dat hun interventie een politieke oplossing naderbij bracht.

Landen als de Verenigde Staten, Turkije, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Qatar en Saoedi-Arabië speelden een belangrijke rol aan de kant van de oppositie, maar hun pogingen om ‘regime change’ te helpen bewerkstelligen mislukten. Mede door toedoen van Rusland, Iran en Hezbollah, die erin slaagden hun Syrische strategische bondgenoot in Damascus te laten overleven.

Wanneer president Bashar al-Assad de oorlog in militair opzicht wint, is er nog helemaal geen sprake van werkelijke vrede. Daarom is het van groot belang dat er een verzoening tot stand wordt gebracht en dat er een nieuwe mentaliteit ontstaat waarin de leden van de verschillende bevolkingsgroepen, partijen of geloofsgemeenschappen elkaar respecteren en niet discrimineren of minachten, laat staan haten. Wederzijds respect tussen leden van de alawitische minderheid en de soennitische meerderheid is bijvoorbeeld van groot belang. Maar met het voortduren van de bestaande repressieve dictatuur is het praktisch onmogelijk om een verzoening tot stand te brengen.

Gevaren van buitenaf en van binnenuit

Het regime wordt nu geconfronteerd met veel grotere problemen dan degene die in 2011 mede-aanleiding vormden voor de Syrische Revolutie. Het land moet voor gigantische kapitalen worden wederopgebouwd en het zal het op zijn minst tien jaar (zo niet veel langer) duren voordat werkelijk sprake kan zijn van wederopbouw en herstel, want de beschikbare middelen, mankracht en de technische mogelijkheden daartoe zijn beperkt. Ondertussen zijn de slechte levensomstandigheden van de miljoenen geruïneerde Syriërs niet bepaald een gunstig recept voor het scheppen van stabiliteit en vreedzaamheid. Verder moet de grootschalige corruptie worden aangepakt, evenals allerlei vormen van afpersing, intimidatie en roof die uit de oorlog zijn voortgekomen, maar dit houdt risico’s in voor het regime zelf, aangezien het afhankelijk is van allerlei loyaliteiten die daarmee samenhangen.

Ten gevolge van de oorlog zijn ook grote aantallen alawitische dienstplichtigen en pro-regime beroepsmilitairen en anderen in de strijd gesneuveld. En aangezien de ruggengraat van het Syrische regime in belangrijke mate is gebaseerd op alawitische loyaliteit – al dan niet afgedwongen – is daarmee een uiterst gevoelige plek van het regime geraakt. Gevaren voor het regime komen dan ook niet alleen van de kant van tegenstanders van buitenaf, maar ook van binnenuit.

Verwacht kan worden dat de miljoenen Syrische vluchtelingen, mede dankzij hun grotere vrijheid van meningsuiting in het buitenland, de dynamiek van de Syrische Revolutie nog langere tijd levend zullen houden.

Wishful thinking en miscalculaties

Westerse en Arabische landen die de oppositie steunden, hebben hun interesse om het al-Assad-regime ten val te brengen geleidelijk aan verloren naarmate het steeds duidelijker werd dat het regime in Damascus niet ten val kon worden gebracht zoals zij aanvankelijk hadden gedacht of gewenst. Wanneer zij de realiteit van het voortduren van het al-Assad-regime veel eerder hadden ingezien en geaccepteerd, had dit honderdduizenden doden kunnen voorkomen. Maar principes, zogenaamde ethische standpunten en wishful thinking hadden prioriteit boven Realpolitik. En het achteraf erkennen dat sprake is geweest van ernstige miscalculaties is voor vele politici moeilijk.

Werkelijke vrede hangt verder niet alleen af van de Syriërs zelf, maar ook van de diverse landen die by proxy bij de oorlog betrokken zijn en de vraag of deze bereid zijn om prioriteit te geven aan een beëindiging van het conflict in Syrië boven hun rivaliserende regionale ambities.

Verwacht kan worden dat er in de toekomst hernieuwd verzet tegen het regime zal opkomen – ook wanneer het regime van president Bashar al-Assad allerlei hervormingen zou doorvoeren – want daarvoor heeft er veel te veel bloed gevloeid. In hoeverre toekomstig verzet enige kans van slagen heeft, zal – net zoals bij de revolutie die in 2011 begon – in belangrijke mate afhangen van wie het leger en de veiligheidsdiensten onder controle heeft en kan houden. De toekomst van Syrië ziet er allesbehalve vreedzaam uit.

Schone handen?

Wie in dit bloedige conflict geheel schone handen had willen houden, zou zich geheel afzijdig hebben moeten houden. Maar dat afzijdig houden zou niet hebben betekend dat men ook écht schone handen behield, omdat men daarmee immers de hulp ontzegde aan bevolkingsgroepen die in hoge nood verkeerden, zoals destijds de Koerden in Noord-Syrië en de Yazidi’s in Irak. Deze werden immers door Islamitische Staat aangevallen en werden daarmee blootgesteld aan de meest grove mensenrechtenschendingen.

In dat verband kom ik op de 25 miljoen euro aan Non Lethal Assistance (NLA) die door Nederland is verstrekt aan enkele Syrische militaire oppositiegroepen. Deze hulp is vergeleken met de miljarden militaire hulp die is verstrekt door onze bondgenoten natuurlijk nogal marginaal, maar daardoor nog niet onbelangrijk.

Een van de bedoelingen van de Nederlandse NLA was om de gematigde krachten te ondersteunen, mede opdat zij andere gematigden in hun regio’s konden helpen zich in stand te houden, en hen niet over te laten lopen naar extremistische islamistische organisaties. Het was een poging om de gematigde oppositie overeind te houden, en om voor enige leefbaarheid te helpen zorgen in gematigde oppositiegebieden en daarmee verdere vluchtelingenstromen te voorkomen.

Belangrijke bijdrage

De Nederlandse steun dient ook te worden gezien binnen het kader van het streven naar een politieke oplossing, te bewerkstelligen via de Verenigde Naties en de VN Syrië-gezant De Mistura. Non Lethal Aid maakte het mogelijk dat extremisme en mensenrechtenschendingen juist minder kansen kregen en om humanitaire steun te vergemakkelijken met behulp van stabilisatie.

De door Nederland gesteunde groepen hebben bovendien een belangrijke bijdrage geleverd in de strijd tegen de Islamitische Staat en Al-Qaida. En nu de strijd tegen IS vrijwel gewonnen is, zeggen sommigen tegen die groepen niet: ‘dank je wel’, maar ‘we moeten jullie bij nader inzien niet’.

De Nederlandse steun was uiteraard niet zonder risico’s en daar is de Tweede Kamer destijds ook op gewezen. Risicoloze keuzes bestaan niet in dit verband.

Nikolaos van Dam is oud-Speciaal Gezant voor Syrië en auteur van Destroying a Nation: The Civil War in Syria. Van de auteur verschijnt deze week een uitvoerige analyse in het dossier: ‘Mini-wereldoorlog Syrië’, gepubliceerd door de Clingendael Spectator: spectator.clingendael.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.