Verslaggeverscolumn Marjon Bolwijn in Nieuwerkerk aan den IJssel

Wereldleed van een bijzondere schoonheid in een bonsaicafé

Marjon Bolwijn

Als nieuwsverslaafde snak ik vaker dan praktisch handig is naar wereldleedvrije zones. Het bonsaicafé zou er weleens een kunnen zijn. Elke eerste zaterdag van de maand verzamelen zich er hobbyisten met hun miniatuurboompjes die wel honderden jaren oud lijken, maar dat niet zijn. Dat optische bedrog is precies de bedoeling. Bonsai-meester Teunis Jan Klein biedt hun onderdak in zijn bonsaistudio Deshima, een klein paradijs vol levende artistieke creaties, onopvallend gelegen in een doorsnee wijk in Nieuwerkerk aan den IJssel.

Michiel Kaam is de caféhouder. Type ruwe bolster, blanke pit. ‘Jij? Bonsaihobbyist?’ krijgt hij vaak te horen. ‘Ik, met mijn kale kop, grote handen en tatoeages, dat gelooft niemand.’ Maar niets is wat het lijkt. Michiel is in het dagelijks leven ‘probleemoplosser’ bij chemische processen op de werkvloer van een multinational. In zijn vrije tijd doet hij niets liever dan knutselen aan de vijftien boompjes op zijn balkon. Het is de ideale manier om tot rust te komen en zich af te sluiten van de buitenwereld die hem te heftig is, te hard. Nieuws volgt hij al jaren niet meer. Al die ‘narigheid’ ontregelt hem. Zonder is het leven leuker. Het was karatemeester Mr. Miyagi uit de film The Karate Kid, die hem inspireerde zich te gaan wijden aan het stileren van een boompje in een pot. Want dat – boom in pot – is de letterlijke betekenis van het Japanse woord bonsai.

Caféhouder Michiel

Deze cafédag zijn er tien gasten komen opdraven, merendeels 50-plussers. Er zijn meestal ook ‘jonkies’, bezweert Michiel, maar vandaag toevallig niet. Aan een lange tafel buigen de stamgasten zich geconcentreerd over hun meegebrachte bonsai, hun vingers tussen takjes en blaadjes dansend. Stiltecafé zou ook een passende benaming zijn. ‘We lijken wel een stelletje idioten’, zegt de caféhouder met de blik van een buitenstaander die de verslaggever kennelijk in hem oproept.

Margriet peutert aluminiumdraden om de takjes van haar juniperus squamata, een dwergconifeer met lichtgroen loof. Zo dwingt ze de takken te gaan hangen in plaats van hun natuurlijke weg omhoog te kiezen. Trots wijst ze op haar ‘jin en sharies’. Dat blijken kale takken en stukken stam zonder bast te zijn, die ze kunstmatig heeft gecreëerd. Met speciale vloeistof heeft ze hun een lichtere tint gegeven, zodat het lijkt alsof jaren van overvloedig zonlicht hen heeft getekend. De kunst is met allerlei ingrepen de boom klein te houden en tegelijk een eeuwenoud verhaal te laten vertellen, verklaart Margriet al haar inspanningen. Haar verhaal van deze bonsai is een stokoude conifeer in een open veld, die veel te verduren heeft gehad van fel zonlicht en zware sneeuwval, waardoor takken of zijn afgestorven of van vermoeidheid zijn gaan hangen.

Margriet met uitrusting

Als ik haar buurman Leo vraag om een toelichting bij de indrukwekkende verzameling gereedschap die hij heeft uitgestald (‘Ik heb voor 1.000 euro aan materiaal’), tovert Margriet – baas boven baas – vanonder de tafel een grote tas met talloze vakken tevoorschijn. Die zit vol tangetjes, scharen, beitels, borstels en wat al niet meer. Als je eenmaal verslaafd bent geraakt, wordt het steeds gekker, zegt ze. En bonsaiverslaafd noemen ze zich aan tafel allemaal. Het is de constante uitdagingen van de natuur in het klein onder controle proberen te krijgen. ‘Als het lukt je boom te modelleren naar je ideaalbeeld, geniet je van een intense schoonheid’, klinkt het.

Paula mengt zich in het gesprek. Ze is met haar ficus benjamin nog een beginneling. Het café is ze in eerste instantie gaan bezoeken om na een lange tijd van ziekte en isolement weer onder de mensen te zijn. Met ieder een eigen bonsai voor zijn neus is dat wel zo’n veilige omgeving. Ze kan al haar creativiteit in haar ficus kwijt en in tegenstelling tot een breiwerk, is het geen eenrichtingsverkeer. ‘De boom doet mee.’ Als voordeel noemt ze ook dat dit levende object van zorg en aandacht niet veeleisend is en niet bij je weg loopt.

Leo is een bonsaiveteraan. In zijn tuin staan een paar honderd exemplaren. Hij zoekt de spanning op. Van de taxus die hij heeft meegenomen heeft hij een paar levenslijnen afgesneden, waardoor delen van de stam uit dood hout bestaan. In de wintermaanden gaat hij die elektrisch frasen, om ‘boomrimpels’ te creëren.

Michiel lijkt mijn gedachten te raden. ‘Soms zit je met je bonsai op het randje van mishandeling. De kunst is om de boom ondanks al die stilistische grepen in leven te houden.’ Komen we toch weer uit bij het hoofdstuk wereldleed, maar dan van een bijzondere schoonheid.

Bonsaiveteraan Leo
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden