column Nico Dijkshoorn

Werd het ook niet eens tijd dat ik zelf een obsceen gebaar ging ­oefenen?

De voetballer Cristiano Ronaldo deed een week geleden net alsof hij een lul van 2 meter had. Ik vond dat aandoenlijk, een jongen die ’s nachts in bed zijn eigen tepels tussen duim- en wijsvinger neemt en zichzelf daarna zachtjes in slaap fluistert (‘Oh, Cristiano, mag ik je spieren nog eens tellen?’) midden op het voetbalveld met een denkbeeldige erectie in zijn vuisten.

Voor wie het niet zag: Ronaldo had net een beslissend doelpunt gescoord, holde naar de zijlijn, deed de benen iets uit elkaar en trok daarna enkele keren met beide handen aan een imaginaire lul, die zo te zien vanuit zijn kruis tot vlak boven zijn voorhoofd trillend voor hem stond. Later begreep ik dat dit ­allemaal ironisch was bedoeld. Diego Simeone, de trainer van de tegenstander, had in Madrid dezelfde beweging gemaakt.

Ik heb die beelden teruggekeken. Het is met het blote oog bijna niet te zien, maar op mijn gevoel zeg ik dat Ronaldo de grootste denkbeeldige lul staat te manipuleren. Waar ik nog niet helemaal uit ben, is of hij thuis heeft geoefend op die beweging. Het lijkt er wel op. Het is bijna te perfect uitgevoerd. Je weet dat het niet kan, maar je zou zweren dat hij hem echt in zijn handen heeft.

Het zette mij wel aan het denken. Werd het ook niet eens tijd dat ik zelf een obsceen gebaar ging ­oefenen? Dat kon goed van pas komen. Ik zou een passende provocatie kunnen verzinnen voor vrouwen die tijdens de boekenweek voor mijn neus gaan staan en mij vertellen dat ik eens moet ophouden met dat gezeik over mijn vader en moeder.

Ik heb daar met een bekende mimespeler twee dagen op geoefend en nu beheers ik twee obscene gebaren die wel een zekere ­potentie hebben. U mag kiezen.

Eerste gebaar: ik til mijn shirt op en doe alsof ik een denkbeeldig kindje aan mijn linkerborst laat zuigen. Wat ik daarmee wil zeggen, is me nog niet helemaal duidelijk, maar je zou zweren dat ik echt melk in mijn ­lichaam heb, zo echt lijkt het.

Tweede gebaar: Voeten iets van elkaar, vrouw doordringend aankijken en dan een denkbeeldige plastuit uit mijn achterzak halen en pissen als een staande vrouw, waarmee ik eigenlijk wil zeggen, ja, nee, jij dan enzo, met je eigen ouders, toch, of niet dan, nou dan, precies!

Ik neig naar dat eerste, omdat daar ook een zekere ontroering in zit. Urinerende vrouwen kunnen heel lief zijn, maar dan alleen als ze gillend achter een boom zitten, bang dat een Duitse toerist hun witte kont ziet. Vrouwen plassen ook van de boom af. Ik heb nog nooit een vrouw met haar armen om een eik heen zien urineren, dus op mijn gevoel zeg ik: dat eerste gebaar is beter.

Baby’s, met die kogelronde hoofdjes tegen de borstkas van een vrouw en dat de vrouw zelf vrolijk doorbabbelt over een nieuwe broodjeszaak in de Eerste van Swindenstraat, dan kan je mij weg­dragen.

Het mooie van mijn eerste gebaar – voor een boze lezeres gaan staan en langzaam mijn t-shirt optillen – is dat het eigenlijk gaat om de overgave. Weerloos durven te zijn. Ja vrouw, daar sta je en je zegt me dat ik niet van mijn moeder hield en dit is mijn antwoord: een borst zonder melk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden