Opinie

Wehrmachtsoldaat was niet slechter dan Indiëveteraan

Wat betreft de omgang met de duistere kant van ons verleden, kunnen we veel van de Duitsers leren.

Veteranen tijdens de herdenking bij het Indisch Monument van de Japanse capitulatie. Beeld ANP
Veteranen tijdens de herdenking bij het Indisch Monument van de Japanse capitulatie.Beeld ANP

Het is voor de geschiedwetenschap en onze samenleving als geheel vrij pijnlijk dat pas een bij een Zwitserse universiteit ingediende dissertatie voor het eerst het structureel misdadige karakter blootlegt van de koloniale oorlog die Nederland na 1945 in Indonesië voerde. Wanneer de bevindingen van de auteur, Remy Limpach, die deze maand in Bern hoopt te promoverenkloppen, dan kan de eufemistische terminologie - 'politionele acties', 'excessen' - waarin Nederland zich decennia gehuld heeft op de mestvaalt.

Structureel impliceert namelijk dat de massale executies en martelingen door KNIL-militairen geen betreurenswaardige incidenten betreffen, maar logisch deel uitmaakten van een bewust gevoerd beleid. Het maakt het des temeer noodzakelijk dat nu eindelijk van regeringswege royaal geld beschikbaar wordt gesteld voor een grootschalig onderzoek naar het uit naam van Nederland gepleegde oorlogsgeweld, dat ook de Haagse omgang daarmee in de afgelopen zeventig jaar zal moeten omvatten.

Inclusief het ongestraft blijven van indertijd al bij de autoriteiten bekend geworden misdrijven - kapitein Westerling kreeg, 1.500 moorden later, zelfs van overheidswege een studiebeurs om zich in de zangkunst te bekwamen - en de pogingen tot bagatellisering, tot op de dag van vandaag.

Thomas von der Dunk. Beeld .
Thomas von der Dunk.Beeld .

Niets groots

Premier Ruttes laffe weigering om tijdens de recente Indië-herdenking verder te gaan dan een algemeen 'aandacht vragen voor de erkenning van het oorlogsleed' past daar immers naadloos in.

Het vrij duurzame onvermogen van de Nederlandse politiek om het bloedige verleden in de Oost onder ogen te zien, uit angst om een zich ook nu weer roerende verstokte veteranenlobby op de overgevoelige tenen te trappen, begint inmiddels schrijnende vormen aan te nemen.

Het staat niet op zichzelf. 'Daar werd iets groots verricht', om de titel van een brochure met de in 1935 bij de onthulling van het Amsterdamse Van Heutsz-monument in het bijzijn van Wilhelmina en Colijn gehouden redevoeringen te citeren.

Pas Ben Bot (Buitenlandse Zaken) mocht in 2005 erkennen dat Nederland ginds helemaal niets groots verrichtte, maar na 1945 fundamenteel aan de foute kant van de geschiedenis was beland. Op de constatering dat de Nederlandse soldaten er niet alleen de foute oorlog vochten, maar ook in de uitvoering massaal over de schreef zijn gegaan, hebben we daarna dus weer een decennium moeten wachten.

Afwijzende reacties

Van de schaduwzijde van de enige jaren terug door Colijns politieke nazaat Balkenende - en afgelopen maand opnieuw door diens opvolger Rutte met zijn oproep terug te keren naar de sfeer van de Gouden Eeuw - geprezen 'VOC-mentaliteit' wil Den Haag soms verbluffend weinig weten.

Een en ander wringt destemeer, als wij de nog steeds heftig afwijzende reacties beschouwen op een eventuele aanwezigheid van de Duitse ambassadeur op 4 mei, vertegenwoordiger van een land dat wèl de zwarte kanten van het eigen verleden openlijk onder ogen durft te zien.

Ik zwijg dan van het bezwijken 'omwille van de lieve vrede' door burgemeesters voor hysterische reacties op plannen om een grafgedenksteen te plaatsen voor een gewone gesneuvelde 18-jarige Wehrmachtsoldaat, die - even dienstplichtig als 'onze jongens'- persoonlijk geen enkel oorlogsmisdrijf ten laste kon worden gelegd.

Die discrepantie tussen de normen die Nederland voor zijn eigen soldaten - eigen kiezers - en voor andermans soldaten - geen eigen kiezers - aanlegt, wringt steeds meer.

Hypocrisie

In het licht van de essentie van de bevindingen van Limpach - structureel in plaats van incidenteel - is het in elk geval onbestaanbaar geworden dat bij de komende 4 mei-herdenking door een of andere regeringsspreker de Indiëveteranen met uitgestreken gezicht zonder enige reserve in hetzelfde rijtje genoemd worden als zij die bij de Grebbeberg of in het verzet vielen, alsof de laatste Nederlandse koloniale oorlog in dezelfde morele categorie thuishoort.

En de Duitse ambassadeur? Die zou, als Nederland zich duurzaam koesterend in een rozig zelfbeeld, onverbeterlijk met twee maten blijft meten, op 4 mei gewoon niet eens meer aanwezig moeten wíllen zijn.

Hij zou het commentaar van zijn landgenoot, de Pruisische dichter Theodor Fontane ter hand kunnen nemen. Die hekelde in 1895 uitvoerig het bloedige Nederlandse optreden in Lombok. Nadat hij had beschreven hoe om de Nederlandse handelsbelangen te redden de laatste dorpeling was afgeslacht, sloot zijn gedicht met twee dodelijke regels over de stichtelijke hypocrisie van het VOC-mentaliteit-minnende Nederlandse dominees-en-koopmansdom af. Regels die nog steeds onverkort hun geldigheid bezitten:

'Mynheer derweilen in seinem Kontor

Malt sich christlich Kulturelles vor'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden