Column Sheila Sitalsing

Wegens olievondst loopt herverkiezingscampagne Bouterse vanaf nu vanzelf op rolletjes

Op 7 januari kreeg Suriname een godsgeschenk. In zee, in de Maka-put, 150 kilometer van de kust, op 6.900 meter diepte is olie gevonden. Mooie olie, zeggen mensen die er kijk op hebben. Lichte olie, laag in zwavel, makkelijk te raffineren, uitstekend geschikt voor de export. Veel olie, denken ze, een oliereservoir van 73 meter dik. Al moet er nog verder worden geboord, en gezocht, en getest, en naar boven gehaald, voordat de petrodollars gaan stromen.

Eerder trok Guyana de jackpot. Het lelijke zusje van Suriname, armer en slaperiger en uitzichtlozer, bleek een reusachtig olieveld voor de kust te hebben. Nu staan de Guyanezen in het rijtje met de meeste olie per persoon ter wereld – dat krijg je met nog geen 800 duizend inwoners. Nu voorspelt het IMF voor dit jaar een economische groei van 89 procent – de hoogste ter wereld. Nu komt The Wall Street Journal er verhalen maken, over het aandelenbeursje in Georgetown dat alleen op maandagochtenden opengaat – nog wel.

Dat het olieveld niet zomaar ophield bij de Surinaamse grens, lag voor de hand. Het Amerikaanse Apache voert de proefboringen in Surinaamse wateren uit, in een joint venture met het Franse Total.

Er is lang geboord, gezocht, gebeden. Soms gingen die gebeden zo: laat ze alsjeblieft de olie vinden, en dan ná 25 mei 2020. Op 25 mei 2020 zijn er verkiezingen.

De president die graag herkozen wil worden, niet enkel uit machtsbehoud maar ook uit lijfsbehoud, de man die in zijn eigen rechtsstaat is veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf wegens vijftienvoudige moord, de man die in Nederland gesignaleerd staat om er 11 jaar te zitten wegens cocaïnehandel, de man aan wie oorlogsmisdaden kleven uit een burgeroorlog van lang geleden, knapte dinsdag bijna van blijdschap. Zijn herverkiezingscampagne loopt vanaf nu vanzelf op rolletjes.

Hij heeft zijn aanhang doen geloven dat hij over water kan lopen, hij heeft ze doen geloven dat het verleden niet interessant is, hij heeft ze doen geloven dat hij het beste met ze voor heeft, hij heeft ze doen geloven dat feesten met gratis bami en cola het summum van levensvreugde zijn, en nu zal hij ze doen geloven dat hij ze hoogstpersoonlijk de olie heeft geschonken. Hij zal ze doen geloven dat een bad in de olie al zijn zonden zal schoonwassen.

De naam Dubai in Zuid-Amerika valt dezer dagen vaak. Of Saoedi-Arabië. Iedereen een oliesjeik, iedereen een kameel, iedereen gratis tanken – al zul je alle legers van de wereld alsmede grof geweld nodig hebben om een Surinaamse vrouw in een gewaad te krijgen dat meer bedekt dan het strikt noodzakelijke.

Van Nigeria hebben we geleerd dat je op grote olievoorraden ook een indrukwekkende reputatie van endemische corruptie, milieuvernietiging en onderdrukking kunt bouwen.

Van Venezuela weten we dat je immense olierijkdommen ook kunt verpatsen, aan het socialistische ideaal, of aan de Chinezen, of aan allebei.

Van Noorwegen weten we dat je brave en verstandige dingen met je petrodollars kunt doen, in brave en verstandige fondsen voor brave en verstandige projecten. Maar brave en verstandige dingen doen, levert zelden meeslepende verhalen op.

Van elke dag om je heen kijken weten we dat de theorie over rijkdom die van boven naar beneden zal sijpelen en zo alle lagen zal doordrenken, quatsch is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden