column Max Pam

Weg van truttigheid en op naar de levensfilosofie van de zelfverwoesting

De laatste jaren word je doodgegooid met romans en andersoortige boeken over vaders en moeders. Dat is vrij logisch, want wij hebben allemaal ouders en in ons leven spelen gezin en familie een grote rol. Toch heeft die aanzwellende stroom iets slaapverwekkends gekregen. Wanneer ik nu een boek zie liggen waarin de auteur vertelt over zijn moeizame relatie met zijn autoritaire vader of over die met haar onverdraaglijke moeder, dan loop ik liever een blokje om, uitzonderingen natuurlijk daargelaten.

Marian Donner deed het anders in haar Zelfverwoestingsboek, dat als ondertitel draagt: Waarom we meer moeten stinken, drinken, bloeden & dansen. Haar boek gaat niet in biografische zin over haar vader – hij wordt slechts een enkele keer genoemd – maar in feite verdedigt zij de manier van leven die haar ­vader erop nahield.

Haar vader was de schaker Hein Donner (1927-1988). Ik beschouw hem als de laatste bohemien van Nederland. In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog was het bohemienschap een tamelijk gewoon verschijnsel. Zo heb ik nog net Apie Prins meegemaakt, in het echt heette hij Adriaan, die ‘tientallen beroepen uitoefende en voetstappen zette in alle ­werelddelen’ en die tenslotte op verzoek van Geert Lubberhuizen (van uitgeverij De Bezige Bij) zijn memoires schreef onder de titel: Ik ga m’n eige baan. Wat mij betreft een klein meesterwerk. Met een ooglap voor zwierf Apie door de stad en als hij niet op een bank in het park sliep, dan zat hij op de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring te dommelen in een leren clubfauteuil, tot op een keer bij hem open tbc werd geconstateerd en alle Kringleden zich moesten melden bij het Onze ­Lieve Vrouwen Gasthuis.

Donner was geen Apie Prins. Het schaken dwong hem binnen zijn bohemienschap tot een zekere mate van rationeel en competitief gedrag. Maar ik heb eens met de zanger Tabe Bas op Heins verjaardag voor diens deur gestaan met een prachtig schaakboek als ­cadeau. Het was vier uur in de ­middag en het duurde even voordat er open werd gedaan. Knipperend tegen het licht liet de grootmeester, die uit zijn bed kwam, zich uitleggen wat de bedoeling was. Toen zei hij: ‘Heel aardig van jullie, maar ik ben niet het type van de gastheer. Ik ben het type van de gast. Tot vanavond op De Kring’. En hij deed de deur weer dicht.

Marian is een kind uit Donners tweede huwelijk. Van een van de kinderen uit zijn eerste huwelijk – met ‘het provomeisje’ Irène van de Wetering – ging het gerucht dat Donner zich na de geboorte over het wiegje had gebogen en toen had geroepen: ‘Dit willetje moet gebroken worden!’. In een interview met Het Parool vertelt Marian Donner dat zij goede herinneringen heeft overgehouden aan de ­afwijkende levensstijl van haar ­vader. Zijn overmatig roken, drie pakjes per partij, en zijn overmatig drankgebruik , veertien rum-cola’s op de avond na de partij, heeft Donner later ernstig opgebroken, maar Marian denkt met weemoed aan de nachten dat zij niet kon­slapen en zij naar de kamer van haar vader sloop, die blauw stond van de rook. Daar sliep ze geluk­zalig in op de bank, terwijl haar ­vader de krant zat te lezen of ­partijen zat na te spelen.

Dat haar vader na een ‘massale hersenbloeding’ in een rolstoel belandde, heeft haar niet afgebracht van het idee dat de huidige maatschappij veel te veel op zoek is naar het perfecte: het perfecte lichaam, de perfecte gezondheid en de perfecte carrière. De perfecte manier van leven biedt ons weliswaar allerlei materiële voordelen, maar doet ons ook vergeten dat onze genietingen juist voortkomen uit onrust en onvermogen. Om werkelijk een vol leven te kunnen leiden, moet je ook kunnen stinken, roken, drinken, bloeden en dansen. Marian Donner verzet zich in haar boek tegen de neiging alles schoon te willen spuiten, want alles wat clean en netjes is, krijgt op den duur het uiterlijk van een oorverdovende truttigheid.

Het zijn romantische gedachten die ook regelmatig bij mij opkomen, al rook ik niet meer en drink ik tegenwoordig (helaas) met mate. Vanuit dat perspectief gaat er een soort terreur uit van de pogingen die staatssecretaris Blokhuis heeft ingezet om ons – eventueel met draconische maatregelen van 20 euro per sigarettenpakje – naar een gezond leven te leiden. Verbazingwekkend is dat niet, want Blokhuis is van de ChristenUnie. Het christendom is altijd een bekeringsgodsdienst geweest, waarvan de Verlosser niets anders heeft gepredikt dan ascese.

Marian Donner heeft in haar Zelfverwoestingsboek haar vader volledig recht gedaan. Haar moeder, een rechter voor het evenwicht, trouwens ook. Hein Donner werd begraven op Zorgvlied. Op zijn grafsteen staan de woorden: ‘Hier ligt Hein. Zijn was Zijn’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden