Opinie Tweestrijd en hokjesgeest in de landbouw

Weg met het hokjesdenken in de landbouw

Het debat over de toekomst van onze voedselproductie gaat meer over waarden dan over wetenschap. De ideologische tweestrijd tussen ecologen en technologen houdt echte verduurzaming van de landbouw tegen.

Nederland. Bunschoten, 20-06-2018, Ecologisch vs HighTech Boeren. Hier een high tech stal met voerrobots en melkrobots voor de koeien. Alles wordrt gestuurd vanuit de centrale post boven. Foto: Jiri Büller Beeld Jiri Buller

Als je over de Bisschopsweg nabij Bunschoten-Spakenburg rijdt, passeer je twee boerderijen die een bijzondere plek in het Nederlandse voedsellandschap markeren. Op de Eemlandhoeve van boer Jan Huijgen lopen koeien van het Franse ras blonde d’Aquitaine. Huijgen houdt zijn dieren op biologische wijze en verkoopt het vlees lokaal via de webwinkel en in de boerderijwinkel.

Met tien flinke stappen beland je op het erf van zijn buurman, melkveehouder Gerrit Schaap. Schaap heeft een moderne stal en beschikt over geavanceerde technologie: een melkrobot melkt de koeien op precies het juiste moment en mestrobots zoemen door de stal om de vloer schoon te houden. ‘Het is een loopje van niks, maar toch beland je in een compleet andere belevingswereld’, zegt Huijgen.

Debat

Deze situatie kan symbool staan voor het debat in Nederland over de toekomst van de voedselproductie. Dat de landbouw moet veranderen en verbeteren, vindt bijna iedereen die zich er mee bezighoudt. Landbouw is verantwoordelijk voor zo’n 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, leidt tot de decimering van de insecten- en daarmee de vogelstand in Nederland en levert daarnaast te veel grondstoffen voor ongezond en overbewerkt voedsel, zoals suikers en granen, die obesitas aanwakkeren. Het moet duurzamer en gezonder, ook met het oog op een groeiende, almaar rijker wordende wereldbevolking. Volgens de landbouwtak van de Verenigde Naties moeten in 2050 boeren 70 procent meer voedsel produceren dan ze nu doen om de wereld te kunnen voeden.

Over het doel mag dan overeenstemming bestaan, zodra het erover gaat hoe het te bereiken, ontstaan er twee kampen. Het ene vindt dat de landbouw ecologischer en natuurlijker moet,  het andere ziet de oplossing juist in meer technologie en efficiëntie. Heeft duurzame landbouw minder of juist meer technologische snufjes nodig? Zijn kleine boeren of megastallen de toekomst? Geeft traditionele plantenveredeling of genetische modificatie de beste zaden? Over zulke vragen gaat het publieke debat en de kampen staan lijnrecht tegenover elkaar.

Ideologische tweestrijd

Het gevolg is een impasse in de zo noodzakelijke transformatie van het voedsel- en landbouwsysteem, constateren vertegenwoordigers van beide kampen. Dat is het scherpst zichtbaar in de pogingen tot hervorming van het Europese landbouwbeleid. Dat beleid slokt een substantieel deel van de Europese begroting op en bepaalt met een stelsel van subsidies en regelingen voor boeren voor een groot deel wat de Europese bevolking eet en hoe het landschap eruitziet. De vorige hervormingsronde, in 2013, die het beleid grondig zou herzien, mondde uit in een ideologische tweestrijd met als resultaat meer van hetzelfde: een waterig compromis met wat vergroening langs de (akker)randen.

Beeld Jiri Buller

‘Jonge boeren die duurzamer willen produceren, worden beperkt omdat het systeem nog steeds vooral de productiegerichte manier van boeren ondersteunt’, zegt Iris Bouwers, boerin en vice-voorzitter van CEJA, de Europese koepel van jonge boeren. ‘Zolang Europese subsidies zich nog vrijwel alleen op productie richten, durven banken vernieuwing nauwelijks te financieren.’

De tweestrijd vindt zijn oorsprong in de jaren zestig en zeventig. Toen ontstonden de eerste tekenen van maatschappelijk ongenoegen over het landbouwsysteem. Dat systeem is ooit ingericht door een Groningse boer die later de eerste naoorlogse minister van Landbouw werd en de eerste Europees commissaris van Landbouw, en die daarmee geldt als de grondlegger van het Europese landbouwbeleid: Sicco Mansholt. Na de Tweede Wereldoorlog, met de hongerwinter vers in het geheugen, legde hij basis voor ons voedselsysteem, met één doel: zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk voedsel produceren. Met subsidies en door het samenvoegen van land richtte hij een zo efficiënt mogelijk productiesysteem in. Technologische innovaties als tractoren kregen ruim baan, net als de grootschalige toepassing van kunstmest en gewasbescherming, oftewel landbouwgif.

Binnen tien jaar transformeerde het Nederlandse en Europese voedselsysteem van een kleinschalige, arbeidsintensieve sector, naar een modern, efficiënt en grootschalig systeem. Een onwaarschijnlijk succes.

Efficiency en productiegroei

Alle actuele duurzaamheidsvraagstukken ten spijt: de landbouwrevolutie van na de Tweede Wereldoorlog legde de basis voor onze welvaart. Dat wij in luxe leven, dure smartphones bezitten en ons niet de hele tijd bezig hoeven te houden met onze dagelijkse maaltijd, maar de zorg daarvoor hebben kunnen uitbesteden aan nog slechts enkele tienduizenden boeren vandaag de dag, is te danken aan de enorme efficiency en productiegroei die toen gerealiseerd werd.

Dat systeem loopt op zijn laatste benen. Mansholt was zelf een van de eersten die meende dat het verhaal van ‘Nooit Meer Honger’ was doorgeschoten. Hij was diep geraakt door het verschijnen van het rapport van de Club van Rome in 1972, die de noodklok luidde over de staat van de wereld en stelde dat er ‘grenzen aan de groei’ zijn. De grote nadruk op productie verloor zijn glans, maar daarvoor in de plaats kwamen niet een, maar twee nieuwe toekomstvisies, een ecologische en een technologische.

De tweedeling is misschien het duidelijkst zichtbaar in de politiek. Er loopt een harde lijn dwars door het politieke midden, met aan de linkerkant de ecologen, met name vertegenwoordigd door GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Aan de andere kant vertegenwoordigen het CDA en de VVD de technologen, al schuren beide ook nog tegen het oude verhaal aan, waarin productie centraal staat. Debatten en moties verlopen voorspelbaar: een motie om neonicotinoïden, een klasse bestrijdingsmiddelen die in verband wordt gebracht met bijensterfte, beschikbaar te houden voor bepaalde gewassen, krijgt steun van VVD en CDA. GroenLinks en PvdD stemmen tegen. Als de VVD zoals eind vorig jaar pleit voor minder strenge regelgeving rond nieuwe genetische technieken om veredeling te vergemakkelijken, schreeuwen GroenLinks en de Partij voor de Dieren moord en brand.

‘In de politiek is geen tijd voor nuance’, zegt Esther Ouwehand, Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. ‘Het techno-optimistische wereldbeeld is zo dominant, dat moet worden afgebroken. Ik kies ervoor een zo duidelijk mogelijk beeld te schetsen van het meest uitgewerkte alternatief: agro-ecologie, een manier van landbouw bedrijven die de natuur nabootst.’

Beeld Jiri Buller

Als representant van de technologen wil VVD-Kamerlid Helma Lodders juist vooral efficiënter produceren om duurzamer te worden. ‘Boeren hebben baat bij ruimte voor innovatie’, stelde ze dit voorjaar in Buitenhof. ‘Neem het Westland. Tuinders daar produceren 1 kilo tomaten met 4 liter water, terwijl hun collega’s in Spanje daar 40 liter voor nodig hebben.’ Opvallend is dat zij zich net als Ouwehand de underdogpositie aanmeet: ‘Er wordt altijd naar de landbouw gewezen, maar de Nederlandse land- en tuinbouw heeft ons veel gebracht. Daar moeten we trots op zijn.’

Ook ngo’s en lobby-organisaties als Greenpeace en boerenorganisatie LTO koesteren de tegenstelling eerder dan dat ze proberen de verschillen te overbruggen. Zo heeft de milieuorganisatie het op haar website over ‘industriële landbouw’ met kankerverwekkende bestrijdingsmiddelen en gentechzaden die de biodiversiteit bedreigen, om dat tegenover agro-ecologie te zetten met kleine, diverse akkers en slim bodembeheer met hulp van goede bacteriën en schimmels. Als de Raad voor de Leefomgeving begin dit jaar pleit voor inkrimping van de veestapel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, wijst LTO dat af. Volgens de boerenorganisatie moeten we inzetten op technologische maatregelen als aangepast veevoer, nieuwe stalsystemen en minder gebruik van kunstmest om de uitstoot terug te dringen.

Dat politici en maatschappelijke organisaties zo sterk vasthouden aan de tegenstelling tussen de twee visies is niet voor niets. Allemaal weten ze dat het vertellen van Grote Verhalen, paradigma’s genoemd in de wetenschappelijke literatuur, een slimme manier is om een boodschap over te brengen en mensen aan je te binden. Paradigma’s zijn makkelijk te verkopen aan de achterban, vaak zelfs met een paar woorden. Neem ‘megastal’, ‘intensief’, ‘bio-industrie’ – drie woorden die milieuorganisaties vaak bezigen. Dat zijn niet zomaar drie losse woorden, samen schetsen ze een beeld van een landbouwsysteem: industrieel, grauw, dieren in slechte omstandigheden. Daar tegenover staan ‘biologisch’, ‘groen’, ‘kleinschalig’; die geven het beeld van een vrolijke boer in de wei, met op zijn land een paar scharrelende varkens.

Paradigma’s zijn overzichtelijk en geven houvast, waardoor ze grote invloed hebben op de koers en ontwikkeling van een maatschappij. Afwijken van het Grote Verhaal, door bijvoorbeeld als ngo te stellen dat biologische landbouw ook nadelen heeft, zaait alleen maar verwarring, dus waarom zou je daaraan beginnen?

In gesprekken achter de schermen blijken beide kanten best pragmatisch te kunnen zijn. Op een bijeenkomst in september van jonge voedselexperts in Wageningen gaf een woordvoerder van Wakker Dier toe wel wat te zien in genetische modificatie van vee als dat bijvoorbeeld de noodzaak tot pijnlijk onthoornen van koeien vermindert, terwijl een jonge boer verklaarde het niet erg te vinden als 30 procent van zijn collega’s zou moeten stoppen om land terug te geven aan de natuur. Maar, stelden beiden, ‘dat krijgen we nooit verkocht aan de achterban’.

Ook op Wageningen Universiteit is de waterscheiding zichtbaar. De op landbouw gerichte universiteit was een van de aanjagers van het succes van de na-oorlogse landbouwrevolutie, in een samenwerking met boeren en overheid die Mansholt ‘de gouden driehoek’ doopte, en bleef tot ver in de 21ste eeuw de op productie gerichte koers varen. ‘De Nederlandse landbouw voedt de wereld!’, was het mantra van de vorige bestuursvoorzitter, Aalt Dijkhuizen.

Koerswijziging

Pas toen Louise Fresco in 2014 het stokje als bestuursvoorzitter overnam, veranderde de koers een beetje. Fresco heeft echter een duidelijke voorkeur voor een technologische boven een ecologische toekomst, en zo blijft de waterscheiding hardnekkig. De ecologen komen er maar moeilijk tussen. ‘Het technologische denken is ontzettend dominant in Wageningen’, zegt Frank Verhoeven, voorheen werkzaam bij de Wageningen Universiteit en oprichter van agro-adviesbureau Boerenverstand. ‘Als je onderzoek niet in de technologische hoek past, krijg je veel moeilijker fondsen voor projecten en onderzoek. Ik heb echt meermalen mijn hoofd daaraan gestoten.’ In zijn vorig jaar verschenen boek Food Security beschrijft emeritus hoogleraar landbouweconomie Niek Koning dat beide groepen gevangen zitten in de eigen ‘bubbel’ en ‘kerk’ en niet echt luisteren naar elkaar: het is de blinde vlek van Wageningen, stelt hij.

De oorlog kan fel zijn, vooral op sociale media. Caroline van der Plas ondervindt dat geregeld. Zij is oprichter van onder andere Boerburgertweet, een Twitter- en Facebookaccount waarmee ze de band tussen stad en platteland probeert te leggen door elke week een andere boer over zijn bedrijf te laten vertellen. ‘Boeren worden mengers van de gifindustrie genoemd als ze bestrijdingsmiddelen gebruiken, melkveehouders krijgen vergelijkingen met kampbeulen voor hun kiezen. We verwijderen tegenwoordig berichten die te grof of bedreigend zijn.’

Dat de scheiding tussen de twee toekomstbeelden zo hardnekkig is, komt doordat verschillen tussen de twee kampen veel verder gaan dan technologische of wetenschappelijke onenigheden. Er ligt een volledig ander wereldbeeld met andere waarden aan ten grondslag. De verschillen gaan over wat onze positie is op deze planeet en wat het goede leven behelst.

Twistpunt

Een belangrijk twistpunt is bijvoorbeeld onze verhouding tot de natuur. De technologen zien de mens als heerser over de planeet. Als we de natuur willen sparen, moeten we haar zo weinig mogelijk nodig hebben, zo redeneren ze. De essentie is een zo hoog mogelijke voedselproductie op zo min mogelijk land en met zo min mogelijk grondstoffen. Zodra we onze welvaart en voedselproductie loskoppelen van de natuur, kunnen we de natuur haar gang laten gaan.

Daartegenover staan de ecologen. Volgens hen is juist de vervreemding van de natuur de oorzaak van alle ellende. We zouden meer ecocentrisch moeten worden en meer in harmonie moeten leven met de natuur. Landbouw en natuur moeten verweven worden met elkaar, en de mens moet zijn plaats kennen in het natuurlijk evenwicht. ‘Ecologen proberen het zelfregulerend vermogen van de natuur te benutten, technologen vertrouwen meer op menselijke invloed’, vat Wouter van der Weijden, directeur van Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu, samen.

Bunschoten, biologische koeien in de wei. Beeld Jiri Buller

Technologen en ecologen verschillen daarnaast in de rol die ze toekennen aan de landbouw in een ideale wereld, zo laat de Amerikaanse auteur Charles Mann zien in zijn laatste boek The Wizard and the Prophet, waarin hij de geschiedenis van de kloof onderzoekt. Volgens de wizards, zoals Mann de technologen noemt, is het bewerken van het land vooral zwaar en pijnlijk. Prophets, oftewel ecologen, zien voedselproductie juist als iets wat voldoening geeft. Technologen zien een samenleving waar maar een paar procent van de inwoners het voedsel voor de rest produceert als nastrevenswaardig, terwijl ecologen juist graag zien dat meer mensen in de landbouw werken en hun eigen voedsel verbouwen. ‘Laat iedereen een dag in de week op het land werken, naast een gewone baan’, stelde milieufilosoof Floris van den Berg van de Universiteit Utrecht bijvoorbeeld eerder dit jaar bij een debat in wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam.

De tegenstelling is wellicht het duidelijkst in de discussie over de toekomst van de landbouw in Afrika, het continent met nog de grootste voedselonzekerheid. Ecologen zetten in op de arbeidsintensieve agro-ecologie. Ze hopen daarmee de plattelandseconomie te versterken, en zien mensen het liefst op dat platteland een goed leven opbouwen. Volgens George Monbiot, opperprofeet en columnist van de Engelse krant The Guardian  zorgt kleinschalige landbouw ervoor dat ‘veel mensen baanzekerheid hebben’, en zijn ‘kleine boeren productiever dan grote, omdat er zoveel mankracht wordt ingezet.’

Technologen daarentegen geloven meer in de efficiënte landbouw zoals boeren in Europa en Amerika die bedrijven. Ze zien de trek naar de stad als een kracht van het goede, omdat daar volgens hen meer economische mogelijkheden liggen, en dus de weg naar geluk. Wizard Ted Nordhaus van de Amerikaanse denktank The Breakthrough Institute schrijft in een repliek aan Monbiot dat zijn toekomstvisie boeren in ontwikkelingslanden ‘in diepe armoede houdt, zonder uitzicht op een beter leven. Op bijna elk vlak levert de trek naar de stad een beter leven op. Mensen leven er langer, zijn vrijer en welvarender.’

'Supergiftige deal'

Onder dit alles spelen nog verschillende opvattingen over autonomie en sociale gerechtigheid. Ecologen hebben veel problemen met de rol van grote bedrijven in de voedselketen, omdat die boeren zouden uitpersen en arme mensen van hun land verdrijven. Niet voor niets noemt Nina Holland, directeur van de Brusselse landbouwlobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO), de fusie tussen landbouwgiganten Monsanto en Bayer, producenten van zaden en bestrijdingsmiddelen, een ‘supergiftige deal’. Zelf voedsel produceren geeft autonomie en dat leidt tot een rechtvaardiger wereld, is hun these. Technologen hebben minder moeite met de bestaande wereldordening. Zij zien de modernisering van de maatschappij vooral als een positieve ontwikkeling, die vrijheid geeft.

Veel discussies over landbouw- en voedselonderwerpen gaan eigenlijk over deze onderliggende waarden, in plaats van over het onderwerp waarover wordt gepraat. Neem genetische modificatie. Oppervlakkig gezien gaat de discussie over gezondheid, of veiligheid, en of de opbrengt nu wel of niet wordt verhoogd. Maar eigenlijk gaat ze over onze plaats ten opzichte van de natuur: staan we erboven of ertussen? En het gaat over de greep van het bedrijfsleven en autonomie: wie maakt en bezit ons voedsel?

Idem dito in discussies over schaalgrootte: oppervlakkig gaat het over de vraag of kleine bedrijven duurzamer zijn dan grote. Maar eigenlijk gaat het over de rol van landbouw in de ideale maatschappij: moeten we zelf ons voedsel produceren of moeten we juist met zijn allen in de stad wonen om het goede leven te leiden? Discussies over biologisch versus conventioneel, over de vermeende kankerverwekkendheid van bestrijdingsmiddel Roundup (met glyfosaat) of over de rol van regenwormen in een gezonde bodem: ze zijn niet meer dan een laagje vernis over een strijd om waarden. En zolang de meeste mensen de onderliggende dynamiek niet onderkennen, komt niemand dichterbij elkaar.

Zit de oplossing dan in een nieuw Groot Verhaal, een combinatie van de beide stromingen? Zo ja, dan is het bemoedigend dat er op de hogescholen en universiteiten een kentering zichtbaar is in het wij-zijdenken. ‘Wetenschappers in mijn groep werken met nieuwe genetische technieken, maar ik introduceer mijzelf tegelijkertijd als agro-ecoloog, ook al is die term gekaapt door mensen die de tegenstelling tussen de twee wereldbeelden koesteren’, zegt Ernst van den Ende, algemeen directeur van de Plant Sciences Group van de Wageningen Universiteit. ‘Wij gebruiken technologie, zodat boeren zo min mogelijk hoeven in te grijpen op het veld. Zo proberen we landbouw zo veel mogelijk in balans te brengen met de omgeving, precies zoals de ecologen voorstaan.’

Boer Huijgen van de Eemlandhoeve spreekt graag van schurende paradigma’s. Hoewel hij zijn ‘ecologische’ filosofie tot in de puntjes heeft doorgevoerd, is hij ervan overtuigd dat het van belang is de beide Grote Verhalen met elkaar in contact te brengen, te laten schuren, om nieuwe oplossingen te vinden. Niet voor niets organiseert hij excursies samen met zijn buurman, melkveehouder Schaap. ‘Ik heb vertrouwen in de boeren, met name de nieuwe generatie. Met de voedseloorlog die vaak in de media en de politiek wordt uitgevochten, komen we geen steek verder.’

Iris Bouwers van de Europese koepelorganisatie van jonge boeren ziet ook bij de achterban een wil tot verandering. ‘Jonge boeren willen voor hun manier van produceren graag draagvlak vanuit de samenleving’, zegt ze. ‘Ze willen zowel de nieuwste ecologische als de technologische kennis inzetten, zolang ze maar niet als enige de meerkosten voor de transitie hoeven te dragen.’

De koerswijziging in het onderwijs en de agrarische sector is dus ingezet, maar hebben we genoeg tijd om erop te wachten? Het voedsel- en landbouwsysteem staat, net als na de Tweede Wereldoorlog, voor een mansholtiaanse uitdaging. ‘De meeste succesvolle organismen – kijk naar een kolonie bacteriën in een petrischaaltje – vermenigvuldigen zich tot een punt van instorting: ze vreten letterlijk hun eigen leefomgeving op’, zo beschrijft Charles Mann ons voorland als er niet snel wat gebeurt. ‘De mensheid is hard op weg hetzelfde lot te ondergaan.’ Om dit te voorkomen, denkt Mann, moet er uiteindelijk toch een keuze worden gemaakt: wizard of prophet, technoloog of ecoloog. ‘Het is de belangrijkste keuze die onze kinderen ooit zullen moeten maken.’

Waarom dit verhaal?

Hidde Boersma is freelance wetenschapsjournalist en gepromoveerd moleculair bioloog. Hij schreef mee aan het vorig jaar verschenen boek Ecomodernisme, waarin hij pleit voor meer hoogtechnologische, intensieve landbouw om zo ruimte vrij te maken voor natuur.

Joris Lohman is politicoloog en oprichter van adviesbureau Food Hub. Hij was een van de grondleggers van Slow Food Youth Network (SFYN) en is nog steeds betrokken bij de slowfoodbeweging, die opkomt voor ambachtelijke voedselproducenten, biodiversiteit en natuurinclusieve landbouw.

Beiden zijn al ruim tien jaar actief in het voedsel- en landbouwdebat, en worden regelmatig als tegenpolen gepresenteerd. Ze ondervinden de felheid van het voedseldebat aan den lijve. Zo zijn debathuizen en redacties gevraagd Boersma te weren en krijgt Lohman te horen dat zijn insteek naïef is en dat ‘biologisch toch de wereld niet kan voeden’.

Lohman en Boersma raakten almaar meer gefrustreerd over de hokjesgeest, de inertie van het debat en de gevolgen daarvan voor de toekomstige voedselproductie. Bovendien merkten ze dat ze steeds verder naar elkaar toe schuiven wat betreft standpunten. Met dit artikel duiken zij in de onderliggende oorzaken van de tweestrijd tussen ‘ecologen’ en ‘technologen’, en zoeken zij aanknopingspunten om het vastgelopen voedseldebat in beweging te krijgen.

Hoe diep de animositeit zit tussen de twee groepen bleek bij de moeizame totstandkoming van dit artikel. Vooral de naam Hidde Boersma werkte als een rode lap op een stier. Verschillende biologische of anderzijds ecologische boeren weigerden hun bedrijf beschikbaar te stellen als fotolocatie. Geïnterviewden trokken na eerste lezing de medewerking in. Onbedoeld lijkt de totstandkoming van het artikel de polarisatie verder aan te wakkeren. De auteurs hopen dat er naar aanleiding van de publicatie alsnog een constructieve discussie op gang komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.