Laat het stoppen Nadia Ezzeroili

Weg met de petten, zegt Nadia Ezzeroili

Niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen, nee móéten verzetten. Nadia Ezzeroili keert zich tegen een populaire manier om conflicten te vermijden.

Iedereen kent wel een kind dat het bloed onder je nagels vandaan kan halen. Zo’n kind dat er een sport van maakt om je geduld uit te hollen en te dansen op de smeulende restjes van je eigenwaarde. Zo’n loeder dat je een dag in een geïsoleerd washok zou kunnen opsluiten.

Maar ja, Bureau Jeugdzorg, hè?

Nee, dan kun je beter de ‘mama- of papa-pet’ opzetten om even distantie te bewaren tot je werkelijke gevoelsleven. Zo wordt een probleem gecontroleerd benaderd, is het idee. Zonder ruis van andere lagen die je persoonlijkheid te bieden heeft – zoals de kleine kinderhater die inmiddels ook in je zieltje huist. Dan vraag je het kind of het vandaag soms zijn ‘treurpet’ op heeft – of dat misschien de reden is waarom het met rode nagellak een piemel op de urn van je moeder heeft geklad.

Terwijl je ook, ik noem maar iets geks, geen begrip hoeft te tonen voor rotgedrag. En dat je dan in de geest van collega-columnist Sheila Sitalsing een ferme ‘nog ÉÉN keer, en ik ga je rammelen’ roept.

Of stel je een situatie voor waarin je een verhitte discussie voert met een collega over een nieuwe werkaanpak. ‘Ja, maar ja, ik ben hier de baas’, zou voldoende moeten zijn om de woordenstrijd te beslechten. Maar in professionele kringen wordt dat liever vermeden. ‘Ik snap je punt’, zeg je dan voorzichtig, ‘maar ik heb nu mijn ‘managerspet’ op.

Zo bestaan er opeens meer petten die we op en af kunnen zetten. De pet van zoon, buurman, arbeider, vakbondsleider of politicus – om er maar een paar te noemen. Let maar eens op. Zeker in de bedrijfswereld is het dragen van allerlei petjes populair om verwarring met betrekking tot rang, verwachtingen en omgang te voorkomen. Wanneer een chef iets te vaak over privé-sores komt klagen bijvoorbeeld, en je eigenlijk geen zin meer hebt om weer vertrouwenspersoon te zijn. Maar jezelf inhouden is het devies. Dus geef je je grenzen omzichtig aan door te benadrukken je dat je zijn ellende begrijpt, maar buiten de twee vierkante meters rondom de koffie-automaat een andere pet draagt. De pet van junior medewerker die helaas nog targets moet halen.

Tragischer wordt het als aan een pet vastgeroeste eigenschappen worden toegekend. Onlangs kwam ik een blog tegen waarin de anonieme auteur uitwijdt over haar ‘petten’. Ze kan zichzelf prima redden als ze alleen thuis is, bekent ze in haar bijdrage, zoals bij het opendraaien van een glazen pot. Dan draagt ze de pet van ‘zelfstandige stoere vrouw’. Maar als haar partner aanwezig is, dan gaat die pet af en vraagt ze hem op hulp. Want: ‘Een enkele keer vergeet ik zijn hulp in te schakelen en dan zie ik dat hij teleurgesteld is: ik heb hem gepasseerd en hem daarmee een stukje van zijn mannelijkheid afgenomen.’ En afsluitend: ‘Laat mannen niet het haasje zijn van de vrouwenpet.’

Hier blijkt de vrouwenpet, die de auteur invult als ‘zelfstandig en stoer’, uiteindelijk ondergeschikt aan de mannenpet van haar echtgenoot.

Het klinkt zo handig, al die figuurlijke petjes, maar in essentie is het een middel om conflicten te vermijden. Om contact zo goed mogelijk te controleren, vermomd als professionaliteit of gesprekstechnieken. Ondertussen creëert het vooral afstand. En dat in een tijd waarin kwalitatief menselijk contact al schaars is.

Geef mij dus maar conflicten. Die geven meer blijk van verbinding dan petten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden