EssayTheaterbezoek

Wees niet bang en ga naar het theater, want dat doet u niet (genoeg)

Beeld Maus Bullhorst

Het nieuwe cultuurseizoen staat voor de deur. Meer dan ooit staan de makers te popelen om u te ontvangen. Vooral gaan dus, want dat doet u niet (genoeg). Althans, dat merkt theaterrecensent Herien Wensink bij zichzelf. 

Een nieuw cultureel seizoen! Denkt u nu meteen: hoera, we mogen weer? Zit u direct online het aanbod af te struinen, met in uw winkelmandje zestien kaartjes voor diverse voorstellingen, tot ver in het voorjaar van 2021? Zijn de beste zitplaatsen uitgekozen, de trouwe theatervrienden opgetrommeld, is het vaste restaurant tegenover de schouwburg alweer gereserveerd?

Laat me raden: nee.

Terwijl: u houdt van cultuur. Vóór corona was u een trouwe bezoeker, en tijdens de lockdown dacht u dat u meteen weer in de zaal zou zitten als het mocht. U draagt de sector een warm hart toe, en maakt zich oprecht zorgen over haar voortbestaan. Maar tot uw eigen verbazing kijkt u nu toch een beetje de kat uit de boom.

Hoe ik dat weet? U bent helaas niet de enige.

Eigen observatie uit het theater: in een schouwburgzaal waarin normaal achthonderd man kan, en volgens de richtlijnen nu tweehonderd, zitten er toch vaak niet meer dan veertig. Dit beeld wordt bevestigd door woordvoerders van gezelschappen. Uit een enquête van de gemeente Den Bosch blijkt dat 71 procent van de Bosschenaren een bezoek aan het theater nog even uitstelt.

En dat terwijl in de cultuursector nu juist met militaire precisie de veiligheid wordt bewaakt.

Sinds ze mondjesmaat weer open mogen, hebben theaters en musea extensieve veiligheidsprotocollen ingevoerd. Dat begint al bij de deur, waar je wordt ontvangen door iemand die belangstellend informeert naar je gezondheid (‘Niet ziek? Gelukkig maar, houden zo!’). Vervolgens desinfecteer je je handen bij zo’n zuil; niet één keer, maar vaak nóg een keer voor je de zaal betreedt. Ergens onderweg heb je iets ondertekend met een pen die voor je ogen uit het plastic werd gehaald, en daarna word je door weer een andere charmante medewerker naar je plek gebracht, via een goed uitgedachte, zeer tegennatuurlijke looproute, uiteraard op anderhalve meter van de andere bezoekers. Als de bar al open is, is een drankje inbegrepen en word die je overhandigd door een medewerker met rubberen chirurgenhandschoentjes, soms met een mondkapje of spatscherm. Idem in de garderobe, al is die meestal gesloten.

Het is nog steeds een beetje alsof je in een aflevering van Black Mirror bent beland, surrealistisch en onwennig. Maar wel allemaal zo doordacht en consciëntieus dat de kans dat je besmet raakt in het theater mij vrijwel nihil lijkt. En toch gaan we niet.

Ik zeg ‘we’, want ik ben net als u: ik ga dan wel beroepshalve naar het theater, maar ben bijvoorbeeld voor het laatst in februari (!) naar de bioscoop geweest, terwijl ik toch ook een filmliefhebber ben. (Was het ParasiteFor Sama? Ik weet het niet meer.) Het is niet eens echt uit angst voor besmetting, maar gewoon... Ja, wat? Het heeft geen prioriteit. De filmladder is van de radar en ik voel geen enkele urgentie: dit móét ik nu zien.

En er is toch ook die lichte spanning: wat tref ik daar aan, hoe zal het gaan? Kan het weer gewoon leuk worden of is het vooral ongemakkelijk?

‘Sociale onveiligheid’, noemt Jeannette Pols dat. ‘We weten niet wat we mee gaan maken, en dat is eng.’ Pols is als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar, zoals zij het noemt, ‘het goede leven’: betekenisvolle, verbindende ervaringen die het leven zin geven. Daaronder valt ook de kunstbeleving; Pols is zelf een groot muziekliefhebber. Recent schreef ze een essay over de sociale noodzaak van cultuur en de effecten van social distancing.

‘Kunstbeleving wordt vaak ten onrechte beschouwd als een individuele ervaring, maar het sociale aspect is volgens kunstliefhebbers juist heel belangrijk. En precies dat aspect staat door de veiligheidsmaatregelen nu onder druk.’

Ja, we zitten nog altijd samen in de zaal, maar met een veel kleiner clubje en verspreid over een grotere oppervlakte. Daardoor is de sensatie van gezamenlijkheid veel minder. We zien in de zaal wel andere mensen, maar die zo gewaardeerde collectieve beleving is non-verbaal en non-visueel, aldus Pols. Het is een gedeeld gevoel, en dat gevoel is minder als we in een halfvolle zaal angstvallig op afstand blijven.

Zoals vaker in deze wonderlijke crisis botst ook hier de noodzaak de gezondheidsrisico’s te beperken met het verlangen naar sociale, verbindende ervaringen, zegt Pols. In het theater (of de concertzaal) is die botsing momenteel bij uitstek voelbaar, want juist datgene wat theaterbezoek zo de moeite waard maakt, die gezamenlijkheid, blijft moeilijk behouden onder de nieuwe condities.

Zouden we er op den duur niet aan kunnen wennen, zoals we inmiddels wel gedwee de veiligheidscheck op het vliegveld ondergaan? ‘Ik denk het niet. We zijn sociale dieren. Dat sociale aspect kunnen we niet zomaar even afschaffen, want dat is wat leven de moeite waard maakt.’

De vergelijking met het vliegveld gaat niet op, vindt zij, want vliegen is een middel tot een doel: een tijdelijk ongerief op weg naar de mooie ervaring: de vakantie. ‘Maar theaterbezoek is zelf die mooie ervaring.’

Pols vindt dat de overheid in haar beleid te weinig rekening houdt met onze sociale behoeften, onze emoties, en onze psyche. En die psyche, dat weet iedereen, is grillig en irrationeel. Zo maken we ons bovenmatig druk om hoe anderen met de regels omgaan: houdt hij of zij wel genoeg afstand? ‘We loeren wantrouwig naar elkaar en nemen elkaar de maat. Ook dat geeft een gevoel van onveiligheid, en kan bovendien hufterig gedrag uitlokken.’

Uit Pols’ onderzoek bleek ook dat de soms inconsequente regelgeving – ook al is die rationeel meestal goed uit te leggen, bij veel mensen tot verwarring en irritatie leidt: de kapper mag vlakbij komen, maar in het theater moet je weer afstand houden. Tragisch voor instellingen die zorgvuldig de veiligheidseisen naleven, maar als het elders niet of minder gebeurt, stoort het toch.

Volgens dezelfde onnavolgbare logica kan het zijn dat iets dat heel veilig is, juist een gevoel van onveiligheid opwekt. 

Bij mezelf constateer ik een algeheel unheimisch gevoel dat vooral de kop opsteekt waar de veiligheidsregels zichtbaar en nadrukkelijk worden nageleefd. Dat zou natuurlijk geruststellend moeten werken, maar dat doet het bij mij niet. Anders is het in restaurants, waar de tafels nu gewoon op royale afstand van elkaar staan opgesteld, maar er minder nadruk ligt op het protocol.

Of neem het park: daar kun je op een onnadrukkelijke manier de regels in acht nemen, en ondertussen een heel klein beetje doen alsof alles weer (of: nog) normaal is. Je kunt je min of meer vrij voortbewegen, en behalve een vervaagde gele cirkel hier en daar is er in het park niets veranderd.

De ideale situatie voor sociale activiteiten in coronatijd ligt blijkbaar op het snijvlak van veilig en onbekommerd: ik wil me beschermd wanen, zonder er te veel mee bezig te zijn.

Andersom treedt (bij mij, althans) een rare, paradoxale formule in werking: maatregelen zien = denken aan het virus. Misschien is het zoiets als met politie op straat, mij geeft dat geen veilig gevoel. Integendeel, dat ze er zijn, is juist een aanwijzing dat er iets mis is. Een hek voor een ravijn benadrukt vooral de gevaarlijke diepte ervan.

Hoe nadrukkelijker de veiligheidsregels ergens worden nageleefd, hoe meer dat nare virus en de pandemie zich weer opdringen aan je bewustzijn. Ja, je wordt goed beschermd tegen een besmetting, maar het is ook meteen weer zonneklaar dat dat nodig is. Dat stemt somber. En het maakt misschien wel dat ik me op een heel andere manier onveilig voel. Niet specifiek in dat ene theater of die bioscoop, want daar waken ze zorgvuldig over mijn veiligheid, daar twijfel ik niet aan. Maar op een meer existentieel niveau betekent herinnerd worden aan het virus ook herinnerd worden aan ziekte en dood. Uiteindelijk zijn we allemaal fundamenteel onveilig. Dat willen we alleen liever niet weten.

Die spanning stond centraal in de recente voorstelling Alleen samen van De Warme Winkel, die speelde in een ingenieuze peepshowopstelling in De Brakke Grond; een voorbeeld van een slimme omgang met de veiligheidseisen die juist iets toevoegde aan de theaterbeleving. En omdat de voorstelling ging over social distancing, werden al die malle maatregelen eromheen vanzelf óók theatraal. 

Jeannette Pols hoopt dat de cultuursector met meer van dit soort creatieve oplossingen zal komen. ‘Hoe kunnen we het sociale aspect van de kunstbeleving opnieuw vormgeven op een manier die veilig is maar toch de goeie ervaring niet verstoort? Daar ligt een uitdaging voor de sector.’

Ondertussen wil ze cultuurliefhebbers (ja, mij ook) wel streng toespreken: ga gewoon. Jouw aanwezigheid is belangrijk, voor de andere bezoekers, voor de instellingen en de kunstenaars, en voor jezelf. Pols: ‘Samen kunst ervaren maakt het leven de moeite waard. We moeten blijven zoeken naar hoe we in deze zorgelijke tijd toch zulke mooie, zinvolle ervaringen kunnen hebben.’

En het kan wél. Als instellingen onderzoek doen onder mensen die wél komen, zoals recent TivoliVredenburg, Het Concertgebouw en Theater Carré, blijkt dat zo’n 97 procent van de bezoekers zich er prettig en veilig voelt. Carré plaatste knusse bankjes en kamerplanten in de piste die bezoekers volgens eigen zeggen toch een ‘sfeervolle en intieme theaterervaring’ bieden.

Ja, ik ga dit weekend nog naar Christopher Nolans Tenet.

 Theatrale veiligheidsmaatregelen

Theaters en theatermakers zoeken volop naar manieren om de nieuwe veiligheidsprotocollen te integreren in de theatrale ervaring. Kort na de corona-uitbraak zagen we al ‘drive-in’ en ‘drive-through’ theater. In theater De Brakke Grond verrees  het ‘Peepshow Palace’: een installatie van twee verdiepingen, waarin je in peepshowopstelling, dus elk in je eigen hokje, rondom het podium, theater kunt zien. Binnenkort brengen Schippers&VanGucht en Het Zuidelijk Toneel de voorstelling Radman, met de bezoekers veilig verdeeld over gondeltjes in een 18 meter hoog reuzenrad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden