Opinie op Zondag

Wees net als Amos Oz een trotse verrader

Prikkelende opinies op een dag dat u er tijd voor heeft: de Volkskrant presenteert elke zondag een bijdrage van een vaste club van acht auteurs. Vandaag classica Rosa van Gool.

Amos Oz in 2015. Beeld AP

‘Ik ben in mijn leven vaak verrader genoemd. De eerste keer was toen ik twaalf en een kwart was en in een wijk aan de buitenkant van Jeruzalem woonde.’ Zo begint de inmiddels volwassen hoofdpersoon van ‘Panter in de kelder’, Profi, zijn terugblik op de zomer van 1947, toen hij twaalf was. De novelle van de onlangs overleden Israëlische schrijver Amos Oz, vertaald door Hilde Pach, bevat veel autobiografische elementen. Ook Oz groeide op in Jeruzalem, al was hij pas acht jaar in 1947, en ook in het leven van Oz was verraad een belangrijk thema. Zijn laatste roman, ‘Judas’ (2015), draait zelfs volledig om de figuur van de verrader. In een interview bij Buitenhof vertelde Oz dat hij ontelbare keren verrader genoemd was en het stempel nu met trots droeg, ‘als een erespeldje op mijn revers’.

‘Panter in de kelder’ speelt een klein jaar voor de stichting van de staat Israël. Het land Palestina is op dat moment nog Brits mandaatgebied en de Engelsen zijn de grootst denkbare vijand van Profi, kind van Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa. Pas als de Britten weg zijn, zal de Joodse staat werkelijkheid worden. Daarom besluit hij om samen met twee vriendjes een geheime organisatie op te richten om het Engelse leger te verjagen. Op een dag dwaalt Profi, die zijn taak als ondergrondse strijder uiterst serieus neemt, na de avondklok buiten rond. Hij hoort een kogel langs razen en wordt aangehouden door een Brit.

‘Tot die avond had ik nog nooit van mijn leven een Engelsman aangeraakt en had geen Engelsman mij ooit aangeraakt. En nu bleek de hand die op mijn schouder rustte niet boosaardig en zeker, maar juist het tegendeel, wattig,’ constateert Profi verbaasd. Hij staat oog in oog met zijn aartsvijand, maar dat is een onhandige, mollige man, die zich in lachwekkend, totaal versteend bijbels Hebreeuws uitdrukt. Hij staat er bijvoorbeeld op Profi naar huis te brengen ‘opdat de jongeling niet verdwale in de duisternis’. De Engelsman vraagt Profi om hem te helpen met het verbeteren van zijn Hebreeuws in ruil voor Engelse les en de twee raken bevriend, waarop Profi door zijn vriendjes uitgemaakt wordt voor verrader.

Zelf werd Oz in Israël veelvuldig verguisd als verrader, omdat hij sinds de zesdaagse oorlog, waarin hij meevocht, een fel criticus van de Israëlische bezettingspolitiek was en zich onomwonden uitsprak voor een tweestaten-oplossing. ‘Het huis moet verdeeld worden in twee kleinere appartementen,’ was een van zijn stokpaardjes als het over het conflict tussen Israël en de Palestijnen ging. Oz was geen pacifist, benadrukte hij, maar een vredesactivist: hij had er geen spijt van dat hij in 1967 mee had gevochten en verklaarde ook in 2015 nog, op 76-jarige leeftijd, dat hij de wapens direct weer zou oppakken als de vernietiging van Israël opnieuw zou dreigen.

Het is een combinatie van opvattingen – enerzijds overtuigd vechten voor het bestaan van Israël, anderzijds felle kritiek uiten op de bezetting en pleiten voor een Palestijnse staat – die je op geen van beide flanken erg populair maakt: apologeet in de ogen van linkse Israël-critici, verrader in de ogen van rechtse Israël-aanhangers. Het is de ongemakkelijke positie van iedereen die zich verbonden voelt met Israël en tegelijkertijd weigert de ogen te sluiten voor wat er verschrikkelijk mis gaat. ‘Jood in Arabië, Goi in Israël’, noemde Renate Rubinstein haar bundel van reisverslagen uit Israël, Libanon, Jordanië en Egypte. De titel vat dezelfde tweestrijd samen: in Israël voelt Rubinstein de behoefte om kritisch te zijn, in de Arabische landen juist om Israël te verdedigen. Vijftig jaar na publicatie is zowel het boek als het dilemma nog pijnlijk actueel: ook in de recente documentaireserie van Natascha van Weezel over Israël speelt de strijd tussen kritiek en loyaliteit een hoofdrol.

Maar achter de trots waarmee Oz de titel van verrader droeg, zit een boodschap die algemener is dan het conflict in het Midden-Oosten. Het is een pleidooi voor het maken van je eigen morele afwegingen, telkens opnieuw. Daar hoort, in de geest van Oz die zichzelf constant nuanceerde, wel direct een waarschuwing bij: tegendraads zijn is geen doel op zich. Het punt is dan ook niet om nooit mee te huilen met de wolven in het bos - ook dat is een vorm van groepsdenken en soms is gehuil terecht - maar om in elke situatie opnieuw te besluiten met wie en hoe je wel of niet meehuilt. In de ogen van sommigen zal dat je ongetwijfeld tot een laffe verrader maken, maar je bevindt je in goed gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden