Verslaggeverscolumn Bunschoten-Spakenburg

Weerstandskas in Bunschoten-Spakenburg

Waarom we afstevenen op een stakingsrecord. 

De weerstandskas gaat open. Het is een vroege ochtend in bowlingcentrum Twizst op industrieterrein De Kronkels en de metaalarbeiders buigen zich aan de balies van de bonden over het formulier ‘uitkering leden’. Daarna lopen ze naar buiten.

Ze bestaan nog, mannen die moeiteloos hun pakken shag openklappen en dan dikke sigaretten draaien met één hand. Zware rook. Ze maken auto-onderdelen: spatborden, zijwanden, achterschermen. Metaalarbeiders – het is een woord dat ze zelf met trots gebruiken.

Kees: ‘We doen het niet graag hoor, staken.’

Jan: ‘Zo zijn we niet grootgebracht, hè.’

Stakingsformulier. Beeld Toine Heijmans

Ze staken twee dagen voor meer geld en tegen iets dat ze nooit meer terugkrijgen: plezier in de fabriek. Jan (‘Jèn’, zeggen ze) is officieel een paar maanden met pensioen, maar na negenenveertig jaar Polynorm moet hij kameraadschap tonen. De fabriek heet trouwens sinds de overname Voestalpine Automotive Components Bunschoten B.V. en ‘alle winst die we maken gaat naar Oostenrijk’.

Stakingen draaien doorgaans om salariseisen – in dit geval 3,5 procent, best redelijk in tijden van voorspoed en karige koopkrachtplaatjes. Toch gaat het hier ook om iets anders.

Vroeger was werken ‘leuker’, zeggen Jan en Kees en Nassir en Mohammed. Dan deed je het nog ‘met mekaar’. De meeste metaalarbeiders komen van hier, of van vlakbij, die kennen mekaar van kindsaf - Jan en Kees zijn recht uit school samen begonnen. Dat kweekt loyaliteit, ook jegens de fabriek. De fabriek die bij de gemeenschap hoort. Hoorde.

Nu zijn er zoveel regels dat iedereen aan de machine met zichzelf bezig is, zegt Kees. ‘Alles moet gisteren klaar, snap je?’

Jan: ‘Als je met iemand praat aan de machine beginnen ze meteen te mekkeren.’

Kees: ‘Je komt om te werken, zeggen ze dan. Niet om te lachen.’

Staken is een anachronistische, analoge bezigheid in een wereld die zich optrekt aan algoritmes. Toch zal het stakingsrecord dit jaar opnieuw sneuvelen.

Ze staken bij Fokker, bij Hollandia, bij IHC en Damen, bij Roto Smeets, bij Scania, bij Akzo Nobel, bij VDL Nedcar, bij Aviapartners, bij Ryanair, bij de autobedrijven, waterbedrijven, bij de post. Buschauffeurs staken, piloten, beveiligers, scheepsbouwers, leraren, veermannen. Metaalarbeiders.

Ook Arjen zegt: ‘Staken gaat in tegen mijn werkethiek.’ Lastig, hij is teamleider. ‘Je probeert toch altijd op tijd te wezen, het goede te doen, het is gewoon jammer dat het zo ver moet komen.’

Zijn medewerkers op de vloer worden nog steeds ‘handjes’ genoemd door het management, zegt hij, ‘maar dat doet ze geen recht, het is complex om die machines aan de gang te houden.’ Als ik hem vraag wat voor bedrijf dit is, denkt Arjen even na en zegt dan: ‘het probeert technologisch innovatief te zijn’. Maar in feite probeert het vooral zo goedkoop mogelijk te produceren. ‘Dat is logisch in een crisis, maar op een gegeven moment houdt het liedje op.’

Voestalpine is een Oostenrijkse multinational met vijftigduizend mensen in dienst in vijftig landen en met een oplopende winstgrafiek (bijna dertien miljard euro). Het gaat goed, maar het moet beter. ‘Binnen de metaal’, zegt bondsbestuurder Murat Sekercan, ‘leven ze nog rond 1900. Het gaat van: je hebt een vrouw thuis, dus dan kun je hier altijd op afroep inzetbaar zijn. Dáár zijn de mannen boos over.’

Winst: bijna 13 miljard. Beeld Voestalpine

Zijn weerstandskas keert 62 euro per dag uit en na drie dagen 84 euro, ‘ietsje minder dan ze gemiddeld verdienen’, zegt de man van wie de naam maar even in het midden blijft, want hij werkt op kantoor. De baas leest mee. Dit is een gelovig gebied, zegt hij, ‘velen komen uit de visindustrie, die gáán ervoor’- maar zestig uur per week draaien op tijden dat de baas het wil, is zelfs voor hen te veel. Het leidt tot desillusie – ook metaalarbeiders horen de premier vertellen dat 1,9 miljard euro, ‘ons geld’, naar het bedrijfsleven gaat. ‘Volgens mij vergeet de politiek dat dit soort mensen Nederland overeind houdt.’

Een halfuur pauze per dag betalen ze nu uit eigen zak – dat scheelt de baas tweeënhalf uur per week aan arbeidskosten. ‘Maar dat begrijpen we’, zegt Nassir, ‘want in de pauze doen we niks’. Nassir maakt carrosseriepanelen voor Mercedessen: motorkappen, achterkleppen. Hij vertelt over de televisieschermen die naast de machines hangen. Die houden realtime de productie bij. Groene cijfers zijn goed, rode cijfers zijn fout – dan ga je vanzelf haasten. Alles moet geregistreerd, elke minuut die niet direct te verantwoorden is, moet ingevoerd in een computer, ‘ook als je aan de dunne bent en naar de wc moet. Ze kijken constant met je mee, vanuit de kantoren. Waar was je? Hoe kwam dat? Altijd maar die vragen’.

Murat Sekercan. Beeld Toine Heijmans

Data voor de baas, die zich optrekt aan zijn algoritmes. En baalt dat-ie zo moeilijk aan technisch personeel kan komen.

‘Het jammere is’, zegt Nassir: ‘de factor mens wordt vergeten’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden