Column Peter Buwalda

Weer keerde ik terug naar Elton John. Soms haatte ik hem, dan weer was hij geniaal

Mijn vorige column, over Elton John en de nieuwe snickersreclame, deed stof opwaaien, om precies te zijn één pluisje. Ik ontving een brief van mijn vriend Maarten Steenmeijer, die, schreef ik al eens eerder, de kieteldood verdient. Ten eerste omdat hij fan is van de vroege Beatles maar de late helemaal ‘niks’ vindt, en ten tweede omdat Rock and Roll Music zijn favoriete Chuck Berry-nummer is, maar dan wel graag in de uitvoering van de vroege Beatles.

Maartens brief, die ik een uur na publicatie ontving, ging zo:

‘Goede Peter,

Ik maak me zorgen om je snickersverslaving. Queen, alla. Maar Elton John, kom op! Die muziek, die is niet goed en die is niet slecht, die muziek en die stem zijn de nietserigheid zelve.

Gisteren zagen we met een paar vrienden Rocketman, daarna vroeg ik of iemand van het gezelschap mensen kende die platen van Elton John in zijn collectie heeft. Niemand. Wie hebben dan al die miljoenen platen gekocht? Die vraag popt al decennialang af en toe op in mijn hoofd. Maar nu heb ik eindelijk een begin van een antwoord: Peter houdt van Elton John.

Peter, probeer het een tijdje met nuts. Ook lekker, ook met nootjes.

Groet!

Maarten’

‘Waarde Steenmeijer’, schreef ik terug, een tikje gepikeerd, ‘in een snickers zitten geen nootjes, maar een vuist vol pinda’s, wat peulvruchten zijn. Bovendien is een nuts zoeter dan een suikerspin met poedersuiker erover, en derhalve snoep voor kinderen. Dus nee, ik ga het niet een tijdje met nuts proberen.

Verder geheel de jouwe,

Peter’

Het probleem voor andere mensen die met Maarten te maken krijgen, zijn studenten, zijn vrouw en kinderen, zijn chocolatier, is zijn complexiteit: hij is een gids met een onleesbare gebruiksaanwijzing. Van repen heeft hij hoe dan ook geen kaas gegeten, maar van literatuur dan juist weer des te meer. Niet zomaar heb ik hem vooraf Otmars zonen laten lezen, ik heb zijn oordeel hoog zitten, ‘ben zo eerlijk mogelijk’ drukte ik hem op het hart, wat niet echt nodig is, getuige zijn spontane advies over, nou ja, vooruit, ter zake, Elton John.

Inderdaad, op muzikaal gebied wordt het schimmig. Zoals bij alle logische systemen, moeten we Maartens smaak funderen op axioma’s. Maar die late en vroege Beatles, daarvan vliegt een Google-server in brand. Maarten is de man die Don’t, de ballad van Elvis uit 1957, op bestelling voor hem gecomponeerd door Jerry Leiber en Mike Stoller, en te draaien tijdens mijn crematie, ‘aanstellerig’ vindt. Ik gaf hem ooit The White Album, en kreeg in ruil een cd van The Kik. Ondertussen neemt hij A Hard Day’s Night mee naar een onbewoond eiland. Wat Maarten over Elvis’ stem op It’s Now or Never zei, durf ik niet te herhalen. (‘Een trucje.’)

 Deze verzameling uitspraken vloerde me, deze week. Tijdens mijn Elton John-forschung traden woeste effecten op. Ik kocht blind cd’s, draaide ze tot diep in de nacht. Soms haatte ik Elton, dan weer was hij geniaal. Maartens briefje liep op pootjes door de kamer, armpje gestrekt. Ik droeg Jets grote zonnebril. Goodbye Yellow Brick Road! Nikita! Candle in the Wind! Hoe slechter, hoe beter! Ik ben verdomme rijp voor het songfestival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden