Column Samuel

Weer een kwetsbaar kind weg, weer een klasgenootje van Samuel dood

Intens verdriet vulde mijn gemoed, toen Samuel onlangs op een vrijdagmiddag opstond tijdens de herdenking van Romy. Hij was zo enthousiast over de pianoriedel en de kinderliedjes. Hij keek rond in de kring. Hij klapte. Draaide om zijn as. Wie deed mee? Kom op nou, doe gezellig mee. Zing. Alle eendjes. In de maneschijn. Het hele repertoire van kindergeluk kwam voorbij.

Niemand zingen? Niemand. Althans, ze zongen wel, maar lang niet zo uitbundig als Samuel zou willen. Alle volwassenen luisterden vooral betraand naar de liedjes en de herinneringen over Romy, het meisje van 16 dat was overleden. Weer zo’n kwetsbaar kind van kinderdagcentrum Rozemarijn, weg, zonder een woord te zeggen bij het afscheid.

De kwetsbaarheid van onze beperkte kinderen is onze universele, alles verzengende angst. Dat ze niet kunnen zeggen wat ze mankeert. Dat ze opeens wegkwijnen. Nu dus Romy. Romy van Nederpelt. Klasgenootje van Samuel in de Smaragd, klas van vijf of soms zes kinderen.

Normaliter zitten ze bij elkaar, de kinderen, in verschillende, soms wisselende klasjes. Ze doen min of meer hun eigen ding. Ze maken een uitstapje in de huifkar. Ze ‘helpen’ het personeel voor zover mogelijk. Ze luisteren naar liedjes. Ze eten samen aan tafel. Samen, en toch op zichzelf, want ze leven in hun eigen wereldje.

We zagen Romy geregeld, bij festiviteiten met name. Ze was rustig en lief. Al dertien jaar kwam ze bij Rozemarijn. Ze was vrij goed met gebarentaal en ze kon beter praten dan Samuel. Haar lichaamstaal was duidelijk, ze had bijzondere mimiek ontwikkeld. Je kon precies zien hoe ze zich voelde. Ze kon redelijk overweg met de spraakcomputer en keek graag in de spiegel. Ze was sfeergevoelig. Als ze haar duim omhoog stak, was het goed. Op dinsdag kwam haar moeder haar halen om paard te rijden. ‘Hollen met de knollen’, zei Diana dan.

Opeens was Romy niet meer op school. Ziek. Daarna was het niet zeker of ze nog zou terugkeren. En toen hoorden we dus van het personeel dat ze dood was. Epilepsie, waarvan de bron niet te traceren was in de hersenen. Als ik Diana vraag om iets te schrijven over Romy, een paar zinnetjes maar, schrijft ze dat ze in de hel leeft, dat ze niet kan begrijpen dat haar enige kind er niet meer is: ‘Romy, de liefde van mijn leven, wat mis ik je, maar je bent vrij van pijn.’

Een dag na de herdenking op Rozemarijn is de uitvaart in het crematorium van Haarlem. Moeders, die het best beseffen hoe groot de kwetsbaarheid van hun kinderen is, houden elkaar alleen vast. Dat is genoeg. Woorden zijn niet nodig. Na de dienst zijn er Zoenen, chocola met de zoete, witte vulling. Bernique geeft Samuel een Zoen. Hij hoeft niet, hij is geen zoetekauw. Ze neemt zelf een hapje. Even later houdt ze de Zoen nog eens voor zijn mond. Opnieuw weert hij af. Dan zegt Bernique: ‘Kom op Samuel, deze is van Romy’. En hij eet de hele lekkernij op.

Beeld Marijn Scheeres
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.